Posts tonen met het label Gist. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gist. Alle posts tonen

woensdag 29 april 2015

De Spiegel en De Dood - Aloys Oude Weernink


.
Aloys Oude Weernink
Borne 1 sept. 1945 – Apeldoorn 23 april 2015

  
De spiegel die boven mijn bed hangt
(voor matthijs v.)
 
de spiegel die boven mijn bed hangt
laat af en toe engelen door
daar mag ik dan even mee spelen
daar zijn die engelen voor 

en god die het allemaal aanziet
die moedigt mij vaderlijk aan
om dicht bij mijn spiegel te blijven
en nooit meer mijn bed uit te gaan 

maar ik wil zo donders graag leven
en alles wat god verbiedt doen
dan zie ik mijzelf in die spiegel
en geef ik ook die maar een zoen
 

© Aloys Oude Weernink

 
De Dood  
.
de dood is mooier dan ik denken kon
een drastische einde aan teveel verlangen
waaraan ik mijn geluk had opgehangen
een drastisch einde in de felle zon  

de dood vermocht mij in zijn net te vangen
alsof hij ’t altijd van het leven won
alsof het leven bij de dood begon
zo bood ik god mijn beide wangen  

mijn prins ik zie je zo graag komen
al is het meestal slechts in dromen
je vrede is voor mij een omen  

ik zie je niet graag ook weer gaan
al ben ik daarna heel voldaan
een waan waarin ik dood wil gaan
 

© Aloys Oude Weernink 
 

Aloys Oude Weernink, dichter, schrijver, levensgenieter en veel meer, is na een periode van afnemende gezondheid op donderdag 23 april 2015 in alle rust overleden.

Aloys was oprichter en 20 jaar lang redacteur van het tweemaandelijkse literair tijdschrift Gist. Het gedicht ‘De Dood’ plaatste Aloys toepasselijk in het afscheidsnummer van Gist (jg 20, nr 6) – ‘De Spiegel die boven mijn bed hangt’ hing dan weer een tijdlang in boekhandel ’t Verschil n.a.v. een door mij ingericht poëziegebeuren in 2001, waarbij Aloys een gesmaakte voordracht gaf.

Als kleine ode aan en als afscheid van Aloys, wilde ik deze gedichten hier graag nog een keer onder de aandacht brengen. Met dank ook voor zijn jarenlange inzet voor de literatuur in het algemeen en persoonlijker: voor al de aanmoedigingen die hij mij destijds als beginnend dichter gaf door o.a. regelmatig werk van mij op te nemen in literair tijdschrift Gist.

maandag 2 juni 1997


Ballast 

Hoe schrijf ik jou mijn achterkant
mijn waaier van gezichten
gedichten van de schemer en
de schaduw van mijn ziel

hoe zwijg ik jou verankering
aan liefde en aan lust en aan
een nooit geblust verlangen naar
het ongetemperde van vlees

hoe kijk ik met de ogen toe
naar de hemel en de hel en
naar het eeuwige verhangen zijn
aan het denken aan de dood

de mens in mij zoekt vaste vorm
maar zwijgen weegt als lood.


© bert deben
Antwerpen, 1997, voor Anneke. 
 


Gepubliceerd in literair tijdschrift Gist juni 1997. 

maandag 3 maart 1997

Sonnet voor een tijdelijke Minnaar



Sonnet
       voor een tijdelijke Minnaar
.               
De kamer hangt nog vol verhalen
al toont ze leger dan voorheen
want hier zit ik, alweer alleen
slechts met mijn pen als troost (een schrale)  

ik denk aan ’t bijna pastorale
het kind in jou, de edelsteen
die schitterde en dan verdween
als een gedicht in mijn annalen 

ik wenste dat je hier nog was
(niet enkel op papier) en slik
met moeite die begeerte kwijt  

zo nip ik nogmaals van het glas
dat aan jouw lippen hing als ik
en proef ik jouw aanwezigheid. 

© bert deben
Antwerpen, o3 maart 1997, voor Peter V.



werd gepubliceerd in literair tijdschrift Gist
in de brochure van het ZonZinZomerfestival 1998 te Hengelo
en in holebi tijdschrift 'Uitkomst'


maandag 10 februari 1997

Eén gedicht per dag



Beste vader, je had alweer gelijk
ik ben inderdaad voor niet veel goed
alles mislukt wat jouw zoontje doet
zelden breng ik aarde aan de dijk

erger nog, ik doe dijken breken
wat ik aanraak gaat voorzeker stuk
ik ben gemaakt voor het ongeluk
en hou het dus maar voor bekeken

neen, ik ga wéér geen zelfmoord plegen
zelfs daarin faalde ik reeds voorheen
ik wil niet echt dood, ik wil alleen
nog maar wandelen op de wegen
die fraai zijn en mij toegenegen

één gedicht per dag, daar wil ik heen!


©
bert deben

Antwerpen, Zeilstraat, maandag 10 februari 1997,
geschreven met mijn rechtse linkerhand,
na het breken van een glas van mijn koepel.



werd gepubliceerd in literair tijdschrift Gist jg.20 nr. 6 

zondag 29 september 1996

Oh tederheid, waar ben je ...

Uit de tentoonstelling 'Poetry in the Picture'


© bert deben Antwerpen, 29 september 1996
gedicht gepubliceerd in Flikkeragenda 1999 en literair tijdchrift Gist
.

zondag 23 juni 1996

Ik hoef geen luxe, geen kasteel




Ik hoef geen luxe, geen kasteel 
ik wil slechts een geliefde zijn 
een jongen uit een magazijn 
die deel uitmaakt van een geheel 

een stukje maar, een onderdeel 
van iemand waar ik in verdwijn 
waarmee ik even één kan zijn 
ik eis van ’t leven niet zoveel 

ik wil slechts schoonheid, poëzie 
wat zon en ’s avonds maneschijn 
een regenwolk in een woestijn 

en liefde geven aan al wie 
mij warmte schenkt of energie 
een lichaam om in thuis te zijn. 


© bert deben
Château de Petit Rechain, zondag 23 juni 1996, voor Robert. 



Je n’ ai ni besoin de luxe ni de château
je veux être juste un amant
un garçon d’ un entrepôt
qui fait partie d’ un tout

juste une part, une partie
de quelqu’un en qui je puisse disparaître
avec qui je puisse être un pour un moment
je n’ exige pas tant de la vie

je veux juste de la beauté, de la poésie
un peu de soleil et un clair de lune
un nuage de pluie dans un désert

et donner de l’ amour à tous ceux qui
me donnent de la chaleur ou de l’ énergie
un corps pour être chez soi. 
 
 
© bert deben
pour Robert. 
 


originele versie werd gepubliceerd in literair tijdschrift Gist jg.20 nr. 6  

dinsdag 27 februari 1996

Geen briefjes meer



Mijn vriend schrijft mij geen briefjes meer
want zoiets pas niet in zijn stijl
in lieve woordjes zit geen heil
en vroeger dan, is mijn verweer

ach ja, hij deed dat wel een keer
het was toen jacht, hij stond wat geil
maar dat romantische gekwijl
dat hoeft voor hem vandaag niet meer

het is onnozel tijdverdrijf
voor iemand uit de middenstand
hij heeft een zaak, hij leest de krant
hij denkt dat ik wel bij hem blijf.


© bert deben
Antwerpen, dinsdag 27 februari 1996, voor H.



in 1996 gepubliceerd in literair tijdschrift Gist, jg 19 nr 3. 

dinsdag 19 juli 1994

Van op een afstand wil ik bij je zijn ...

.

Een gedicht dat Anneke Buys en ik samen schreven, afwisselend elk een zin, 
die we dan per brief aan elkaar doorstuurden tot het af was. 


Augustus 1994 werd het gepubliceerd in literair tijdschrift Gist. 
Meer van Anneke Buys kan je lezen als je klikt op: 

zondag 19 juni 1994

Een lang subtiel vaarwel

 

Parafrase 


Mijn hele leven lang was afscheid nemen 
in elke brief, in elk gedicht, in elke zin 
kwam wel het woordje ‘dood’ of ‘afscheid’ in 
zo niet direct, dan ergens wel in zwemen 

een lang subtiel vaarwel, mezelf ontnemen 
dat ik leven durf of wil, in chronisch onmin 
met vergankelijk geluk, steeds de tegenzin 
de afkeer om te zijn in het extreme 

verlang van mij geen nieuwe parafrase 
ik ben te uitgeput, te moe, te zeer ontkracht 
hoe kan nog van een mens als ik worden verwacht 
iets duidelijk te maken aan de dwazen 
ze zouden zich alleen maar erg verbazen 
ze zien de dichter enkel als hij lacht.


© bert deben 
Antwerpen, 19 juni 1994. 

 


in een prillere versie gepubliceerd geweest in literair tijdschrift Gist 1995, jg. 18 nr 3 

zondag 4 oktober 1992

Zekerheden



Zekerheden – bert deben

Hij zapte van post naar post … “28 zenders en niets op T.V.! Hier, zoek jij maar of er nog iets te vinden is!” Minachtend duwde hij de afstandsbediening in de handen van Claudia. Claudia drukte op enkele toetsen, wachtte telkens enkele seconden en duwde dan op de Off-toets.

“Dan ga ik maar slapen!” sprak hij op verveelde toon. Het was net 10 uur geweest.
“Nu reeds?” vroeg Claudia. Zelfs naar zijn normen was dat vroeg.
“Ah ja, wat moet ik anders, er is niks meer op T.V.!”
“Is televisie dan het enige dat telt voor jou!?”
“Wat is er anders nog!?” 
De vraag klonk heel oprecht, niet retorisch, zoals een vraag als deze zou moeten klinken. Ze behoefde een kalm en overdacht antwoord, in dit geval althans.
“Wel, ik kan bijvoorbeeld wat muziek opzetten, je kan daar wat naar luisteren, of je kan ondertussen in een boek lezen …” Claudia bedacht dat ze na een werkdag ook niet te veel mocht verwachten en herpakte zich: “… je kan wat in de T.V.-gids lezen!”
“Hmm …” was het bedenkelijke antwoord aan de andere kant van de zetel.
“… of, je kan mij een keer in je armen nemen … wat knuffelen, of gewoon even goed vasthouden?”
“En dan!?” klonk het tamelijk bitsig en met een ondertoon van ‘wat moet daar dan op volgen?’
Claudia wist dat ze op het punt stond een delicaat onderwerp aan te snijden, maar voelde dat het daarvoor niet het geschikte moment was. Ze antwoordde voorzichtig:
“En dan niets … meer moet dat niet zijn, soms heb ik daar gewoon even behoefte aan!”

Er volgde een stilte die bol stond van de gedachten. Claudia observeerde het gezicht van de man waarvan ze een jaar geleden genoeg had gehouden om te beslissen bij hem in te trekken. De gespannen rimpeltjes op zijn voorhoofd verraadden de moeite die hij had met het vertalen van wat zij zonet gezegd had. Of niet? Misschien begreep hij haar maar al te goed, maar viel het hem vooral zwaar om een antwoord te vinden hierop. Of wist hij best wat te antwoorden, maar was de toon waarop Claudia sprak net iets te zacht geweest om dat in haar richting te slingeren?

“Waarom kijk je zo naar mij!?” brak hij de stilte. Claudia schrok niet op. Ze wist dat hij dat niet hebben kon. Maar ze wist ook hoe ze op zijn opmerking moest repliceren: “Omdat ik je graag zie!” Claudia wist dat hij het altijd moeilijk had om te praten over iets als ‘gevoelens’. Dus even ‘schaak’. 

“Zet dan wat muziek op hé, als je dat perse wil!”
De toon waarop hij dat zei was niet echt van veelbelovende aard, maar Claudia stond kalm recht, ging naar het platenrek, koos heel bewust een elpee uit en legde die op de draaischijf. Even later vulden zacht reggae tonen de achtergrond. Daarna ging ze terug in de zetel zitten, op net dezelfde plaats als daarnet, op zo’n 20 cm van hem verwijderd. Ze wachtte af …
Hij zette zich wat rechter, snoof even, nam de T.V.-gids, bladerde er wat in zonder echt aandacht te schenken, mompelde dan iets onverstaanbaars en gooide de gids terug op het bijzettafeltje, leunde weinig ontspannen achterover. 

“Ik kwam vanmorgen bijna te laat op het werk!” zei hij plots. “De trein had vertraging!”
Even was er weer stilte. Claudia keek vluchtig op de klok – kwart over tien – keek dan weer in zijn richting, slikte een gedachte weg en antwoordde daarna schier geïnteresseerd: “Was er dan een accidentje gebeurd of zo?”
“Weet ik veel! Het is altijd wel wat. Misschien zou ik beter een trein vroeger nemen … maar ja, dan moet ik ook weer een kwartier vroeger op!”
“Tja, half zeven is al wel vroeg genoeg.” voegde Claudia er aan toe.

Een tijdlang was het weer stil. Claudia luisterde naar de muziek, probeerde niet te denken. Ze keek ook niet meer in zijn richting, ze wachtte zelfs niet meer af. Toen de elpee beëindigd was stond Claudia weer op, draaide de plaat om en drukte weer op de play toets. Daarna ging ze naar hem toe, gaf hem een emotieloze zoen op zijn voorhoofd en zei: “Slaap wel!”
“Hoezo, ga jij slapen? En de muziek dan!? Voor mij hoeft die niet te spelen hoor!”
“Neen, die blijft nog even spelen voor mij. Ik ga nog niet slapen, ik ga eerst even douchen en achteraf nog wat lezen.”

Ze wachtte niet op een antwoord, draaide zich om en ging richting de badkamer. Ze wist dat, als ze een kwartiertje later weer in de woonkamer zou komen, hij er niet meer zou zijn. Soms, is het aangenaam om zulke zekerheden te hebben.


Werd gepubliceerd in literair tijdschrift Gist, jg. 16 nr. 1, januari 1993. 

donderdag 30 juli 1992

Geluk op één vierkante meter !

                                                         

                                   
Strandsonnetje


Als dobbers drijven hoofden boven
het water is een mensenzee
ik voel me eenzaam hier en wee
maar tracht in ’t leven te geloven

mensen braden, bakken, stoven
en liggen bloot met hun privé
de één heeft niets, de ander twee
maar alles zweet als in een oven

ik zie slechts vrolijke gezichten
al wordt het hier dan steeds maar heter
de mensen vragen echt niet beter 

het strand kan wonderen verrichten
geluk op één vierkante meter
én inspiratie om te dichten!


© bert deben
Benidorm strand, 30 juli 1992. 



gepubliceerd in literair tijdschrift Gist, jg 18, nr 3, 1995 

dinsdag 6 juni 1989

 

Geëngageerd

Alweer een monster zonder waarde
een rijmend ongerijmd gedicht
ten eerste aan mezelf gericht
de inhoud: mensen hier op aarde
met minder water dan benzine

‘water?’ – vraag je
                                  wel dat is wat
jij vlot laat lopen in jouw bad
en ik bedoel dan geen urine

ach zo, jij vindt dat eerder tof
en dat ze dan maar ruilen of
zich gaan beklagen bij hun maker

wel, wat je zegt is des te raker
maar hoe verandert dit het leven?
Ik,
heb tenminste een gedicht geschreven!


© bert deben
Edegem, juni 1989.



1990 gepubliceerd in literair tijdschrift Gist, jg. 13 nr. 3 

maandag 1 mei 1989

Macho !

.
Uit de tentoonstelling 'Poetry in the Picture'

gedicht: Edegem, mei 1989, voor Marc L.
fotografie: David De Backer, 2001
 
Gedicht werd gepubliceerd in Gist (jg 13 nr 4); Iambe (jg 7 nr 28); De Gay Krant (nr 208)
en Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift (jg 12 nr 42)
 

zaterdag 3 oktober 1987

Blijvende indruk




Voor zijn televisie
en achter het nieuws
was hij een heel gewichtig iemand

hij maakte een blijvende indruk
in zijn zetel.


© bert deben
Edegem, oktober 1987. 

 

 

gepubliceerd in Literair tijdschrift Gist, jg. 11 nr. 3, april 1988