woensdag 29 december 1999

Eindelijk thuis


Thuis


Ik vraag mijn muze
ten dans
ze knikt beleefd
en draait een pirouette
met niets dan woorden
om haar heen
 
ik scherp mijn pen
noteer alvast
een nieuw begin:
       Ik vraag …  

ik zie in haar mijn tranen
mijn eenzaamheid
mijn twijfels
ik hoor het woordje
‘angst’ ontvallen
ik raap het op en
koester weer
het kind in mij  

ik zie mezelf
in hoeken staan
de handen hoog de hemel in
en zie het slaan
van heel dichtbij  

maar zie in mij
de liefde ook
die toe mag slaan
met warme drift
en telkens weer  

een vluchtmisdrijf 
ik zie mezelf
zo ouder zijn  

in handen van
te veel beminden
en draai mij
rond hun vele vingers  
totdat ik vlucht
in eenzaamheid  

ik vraag mijn muze
waar ik ben
ze draait rond mij
omhelst mij teder
fluistert zachtjes
in mijn oor:  

“Thuis, mijn liefste
 
 

© bert deben

Antwerpen, 29 december 1999 (laatste gedicht van de eeuw)   

  

Alles wordt mooier in het nieuwe jaar

.
.
Alles wordt mooier in het nieuwe jaar 
de zon zal schijnen, de ozon lagen 
en al wat snel is zal vertragen 
en aandacht vragen zonder een bezwaar 

want God wordt weer een tovenaar 
en laat de zwaarste lasten dragen 
door al wie nooit voorheen mocht klagen 
en hij geeft werk aan elke bedelaar 

en water stroomt plots zoet van zee 
naar droge akkers en woestijnen 
de grijze wolken die verdwijnen 
en nemen onze angsten mee 

de mens krijgt inzicht en gordijnen 
om te draperen over wee. 


© bert deben 
Turnhout, 20 oktober 1999. 


 

zaterdag 25 december 1999

Wrede Vrede


.
De vijand heeft hoofdpijn, voelt zich ongesteld 
paniek op de beurzen, angst in een driedelig pak 
een dag geen oorlog bezorgt de gieren ongemak 
er wordt geraamd, geschat, ernstig uitgeteld 

geen kaviaar, geen champagne, geen geld 
dassen worden losgeknoopt, men tast in een zak
vindt nog net genoeg voor een brood en onderdak
in een achterbuurt, met angst voor zinloos geweld

Zeus wordt aangeroepen, Thor, Mars, elke God
die mannelijk lijkt, laat toch de oorlog herbeginnen
geef de vijand aspirine, laat hem eventueel winnen
maar laat de klanten niet ontsnappen aan hun lot

toen sneeuwde het en bleef ook het eigen leger binnen
de beurzen sloten, men sprak van een complot.


© bert deben
Antwerpen, Kerstmarkt, december 1999. 
.

John & Yoko Plastic Ono Band + Harlem Community Choir


vrijdag 17 december 1999

40


Met veertig start het echte leven 
en wat geweest is, is voorbij 
dat zet je als ballast opzij 
wat telt is naar de toekomst kijken 

de toekomst, dat is kort omschreven 
wat jij na 40 overhoudt 
perfect een leeftijd welbeschouwd 
om te vergeten en vergeven 

vergeet de foutjes uit jouw jeugd 
en scheldt uzelf uw zonden kwijt 
maar ook die van uw schuldenaren 

herboren wordt je, met de deugd 
van afstand nemen van wat spijt 
en van littekens uit jonge jaren. 


© bert deben 

Turnhout, vrijdag 17 december 1999, voor Herman.  
op een kaart voor een 40ste verjaardag. 

 

maandag 15 november 1999

Bij de tandarts in de wachtzaal

.











.






Bij de tandarts in de wachtzaal
hoor ik de boren snerpend gillen
met veel gerommel en kabaal 
en zie ik mensen bleek verstillen

gebruik van ’t zwaarste materiaal
doet hier zowaar de stoelen trillen
mijn moed zakt onder minimaal
de vrouw naast mij slikt vlug wat pillen
 
minuten lijken hier wel uren
ik zit te draaien en te keren
en kan de angst niet camoufleren
voor wat ik hoor door dunne muren  

dan komt de arts zich excuseren
voor het verbouwen bij de buren. 
 
.
© bert deben
Borgerhout, 15 november 1999, geschreven in de wachtzaal bij de tandarts.
Het gedicht werd later door de tandarts ingekaderd en opgehangen in de wachtzaal.
 
 

vrijdag 12 november 1999

Dichterlijke waardigheid

.




Dichterlijke waardigheid

Iets dwingt mij weer tot een sonnet
de lettergrepen streng geteld
de vorm, dat wordt op prijs gesteld
is iets waar ik dan streng op let

ik volg de regels nauwgezet
de woorden die ik samensmelt
zijn uitgezocht en opgesteld
zoals een goddelijk gebed

ik wil dit slaafs verlangen kwijt
dat mij al tart van het begin
ik schrap en schrijf een nieuwe zin
een stap die meer naar vrede leidt

nu nog een einde en ik win
mijn dichterlijke waardigheid.


© bert deben
Antwerpen, 19 april 1999.

.

woensdag 10 november 1999

Dichter bij 8 Beaufort

.


Dichter bij 8 Beaufort 

De wind blaast onrust door de bomen
en gaat door takken als een zeis
de wolken bulken donkergrijs
er zit een noodweer aan te komen

wie de berichten heeft vernomen
het huilen hoort en het gekrijs
en buiten gaat is niet goed wijs
men vlucht en zoekt een onderkomen

men schuilt in kelders en in nood
en achter banken en gordijnen
hoe meer het onweer bonkt en stoot
hoe verder weg men wil verdwijnen

maar ik vul eerst nog veertien lijnen
want dichters dichten tot de dood.


© bert deben
Turnhout, woensdag 10 november 1999,
terwijl het buiten een beetje waaide. 
foto: Azoren 2012 

 

zondag 24 oktober 1999

Het Pleintje



HET PLEINTJE 

Op het plein staat iets waarvan men 
vermoedt dat het een kunstwerk is 
men gebruikt het als een pisplaats 
voor de honden, ik verken mijn buurt 

de mensen verwensen misverstanden 
de gewone werkman vindt er tekens 
dat het heden niet rooskleurig is en 
de toekomst niet groen, maar bruin 

of zwart als Afrika of Dewinter 
veel uitzicht biedt het pleintje niet  
 
ooit had het een kloppend hart. 


© bert deben 
Antwerpen, Seefhoek, zondag 24 oktober 1999.

 


zondag 19 september 1999

Alles rijmde op verleden tijd

.

                        19 september 1999, voor Mieke, n.a.v. haar outing.

zaterdag 28 augustus 1999

Ik voel in mij september weer

.

Ik voel in mij september weer
hoe dagen korten en de zomer
mat aan mij het leven lomer
toont en geurt naar ommekeer 
 
de zon is nu de zon niet meer
maar schijnt nog slechts een onderkomen
vale kleur – zoals de bomen
legt zij zich bij minder neer 
 
de dichter klemt zich aan zijn pen
en haalt het woordje ‘herfst’ van stal
hij schrijft van schoonheid in verval
want net als ik in mij herken 
 
dat ik zoals seizoenen ben
besef ik wat er komen zal. 
 
 
© bert deben
Antwerpen, 28 aug. 1999

 

http://bertdeben.blogspot.com/2014/09/ik-voel-in-mij-september-weer.html 

maandag 23 augustus 1999

 

 
Dood zo dartel doodt mijn dood 
mijn duizend malen uitgemolken 
donkere zwarte dode wolken 
opgehoopt en uitvergroot 

mijn dood mijn trouwe bondgenoot 
vol duisternis en draaiend kolken 
woedend dichtend haat vertolken 
stoot mij uit mijn moeders schoot 

moederschoot van helse doornhaag 
bloedend veld van overgeven 
vlees door prikkeldraad omgeven 
wurg mij teder wurg mij traag 

moeder gaf mij ooit het leven, graag 
had ik het haar teruggegeven. 


© bert deben 
Antwerpen, 23 augustus 1999. 

 

 

zondag 18 juli 1999

El Toro


 .


El Toro

Een Spaanse stier
had veel plezier
omdat hij in een wei staan mocht
en dat een leven lang al alle dagen
tot dat hij, zonder ’t hem te vragen
zomaar werd verkocht

twee dagen later, onder luid gejoel
en veel te druk naar zijn gevoel
werd het beest weer losgelaten
keek links en rechts opzij
en vroeg zich af : ‘¿Waar is mijn wei,
en wat doen al die mensen hier?’

toen kwam een man in glitterpak
die fier iets in de hoogte stak
en volgde er nog meer getier
de Spaanse stier vertrok geen spier
en dacht : ‘¿Wat zijn dat hier voor gekken?
ik wil onmiddellijk vertrekken,
en wil mijn wei en gras terug!’
de glitterman, of toreador
althans, daar ging de man voor door
stak toen iets in de stier zijn rug

de Spaanse stier, tot groot plezier
van alle mensen rondom hem
zag plots hoe hij ontzettend bloedde
werd boos daardoor en vol van woede
nam hij het glittermannetje in een klem
en slingerde het doorheen de lucht
waarna de man tot grote schande
gebroken tussen ’t volk belandde

later volgde dit gerucht :

‘de toreador in glitterpak
die bijna al zijn beenderen brak
heeft angst van alles wat beweegt
zelfs van een spin en van een muis
hij woont nu in een groot wit huis
waar hij nog altijd wordt verpleegd’

de Spaanse stier die zegevierde
werd kort nadien opnieuw verkocht
maar hoe hij het ook wensen mocht
het beest kwam nooit meer in de wei

de koper was een slagerij.


© bert deben
Benidorm, 18 juli 1999.


zaterdag 10 juli 1999

.
Hoer

Het zijn of niet zijn is de vraag
ik kleed mij eerder met respect
en lach mijn leed zo opgewekt
dat als ik tot mezelf vertraag

ik niet het woordje hoer verdraag
een mening die werd uitgelekt
en dan omfloerst werd en bedekt
totdat ze wazig lijkt en vaag

ben ik in Gods naam dan een hoer
omdat ik geld krijg voor de liefde
terwijl ik niemand ooit ontriefde
zoals men mij ontriefde ooit

ik geef en krijg en ik ontroer
maar ’t woordje hoer gebruik ik nooit!


© bert deben
Antwerpen, 10 juli 1999.  
 .
gepubliceerd in 'Vertalersweelde, GIORGIO BAFFO e.a.' Stichting Spleen A'dam, okt. 2021 
12 jan. 2022 gepubliceerd in de bundelbespreking op de website van Meandermagazine.nl 

donderdag 24 juni 1999

 


wat wij noemden later 
is iets dat ons toen overkwam 
twee kleine twijgjes werden stam 

 

© bert deben 
Antwerpen, 24 juni 1999.

 


zondag 20 juni 1999

Dubbelsonnet voor een vader



Dubbelsonnet voor een vader  
 
I. 
 
Hij veinst bezorgdheid in zeuren 
in vernederen en slaan 
op de tafel, met de deuren 
als het weer niet goed mocht gaan  
 
niet zoals het moest gebeuren 
niet precies zoals hij wou 
op het werk zijn superieuren 
thuis de kinderen of vrouw  
 
alles werkt op zijn humeur en 
al betaalt hij zich dan blauw 
er valt weinig te bespeuren 
van wat hij zo plichtsgetrouw 
maneschijn en rozengeuren 
zijn omgeving geven wou.  
 
II. 
 
Altijd valt wat af te keuren 
niets heeft nut en niets voldoet 
en wat was valt te betreuren 
wat moet komen loopt nooit goed  
 
’t leven is een uitentreuren 
pijnlijk tergen van gemoed 
alles eindigt in mineur en 
meestal ook in tegenspoed 
 
vader valt niet op te beuren 
alles is teloor gegaan 
zorgen zet hij om in zeuren 
in vernederen en slaan 
op de tafel, met de deuren 
als zijn reden tot bestaan. 
 
 
© bert deben 
Antwerpen, juni 1999. 


Moeder inspecteert het venster



Thuis

V
oor moeder moet het leven heel doorzichtig zijn
een levensinhoud vol ammonia en javel
ze zal het huis ook nooit verlaten, zonder snel
het glas te controleren achter het gordijn

je kan de ruiten schijnt ook kuisen met azijn
is haar antwoord, als vader haar bezorgd vertelt
dat de wereld naar de kloten gaat, ze voorspelt
dat het zelfs schoner zal zijn, maar de zonneschijn

toont haar vegen die ze vroeger toch nooit echt had
ze grijpt dus opnieuw naar het oude procedé  
en naar haar emmers en haar zeemvel en gedwee
verwijdert ze al de strepen en elke spat

vader gaat tegen het beleid op oorlogspad
moeder, inspecteert het venster en is tevree.


© bert deben 
Antwerpen, zondag 20 juni 1999,
geschreven na het zien van de film ‘The Hanging Garden’. 



zaterdag 5 juni 1999

Ik hoor daar buiten vogels fluiten

.


Ik hoor daar buiten vogels fluiten
mooier nog dan Strauss of Bach
en kijk doorheen gezeemde ruiten
en vraag hen of ik buiten mag

U bent reeds buiten – wij zijn binnen
zei één der vogels met een lach
waarna ik even moest bezinnen
en zien ook wat die vogel zag

de hele wereld is een woonst
voor ieder die van vrijheid houdt
en alles is er om het schoonst

de vogels fluiten hun refrein
een ode aan het wereldwoud
waar wij te weinig deel van zijn.


© bert deben
Châteaux des Beaux Arts, Rendeux, 5 juni 1999, voor Lisa.

 

gepubliceerd in bloemlezing ‘Verwondering’ Bonheiden 1999 
en in ‘Bahá'í Vizier’ jg 39 nr 4, 2000