zaterdag 9 december 1995

Wat baten kaars en bril …

 

 WAT BATEN KAARS EN BRIL  … 
      (n.a.v. een boek van ene Dr. Dyer) 
 
Je toont het onbetwistbaar aan:
ik ben als mens geheel alleen
er is er zoals ik maar één
en niemand kan mij dus verstaan

je duidt ook dat er zich in mij
geen enkel mens verplaatsen kan
men vindt geen inzicht in mijn plan
het gaat aan iedereen voorbij

beperktheid is ’s mens grootste doem
daar heb ik mij bij neergelegd
maar als nu alles wordt gezegd
en ook in een gedicht vernoemd
dan word ik toch wel triest en stil
dat jij het niet eens lezen wil. 
  
 
© bert deben  
Antwerpen, 9 december 1995, voor H. 

 .

donderdag 7 december 1995

Ik wou dat het weer lente was ...

.
 Winter © bert debenAntwerpen 7 dec. 1995, voor Herman.
(fotograaf onbekend)
  

woensdag 29 november 1995

De mens is slechts een half wezen

 .



De mens is slechts een half wezen 
op zoek naar liefde en verdriet 
dat laatste mag hij dan wel vrezen 
maar zonder kan het eerste niet  
 
wat men ook hoort of men ook ziet 
of wat men schrijft ook of kan lezen 
de mens is slechts een half wezen 
op zoek naar liefde en verdriet.  
 

© bert deben 
Turnhout, 29 november 1995, voor Herman.  
 


donderdag 23 november 1995

Jacht

 

 Jacht


Het boek dat ik lees wordt hier geschreven 

met links van mij een oude man 
en rechts van mij een kind nog 
beiden willen een bladzijde zijn 
een hoofdstuk 
een alinea, een regel 

als ik lang wacht is een woord al genoeg 

de zon schijnt 
ik kijk niet, ik schrijf 
het is herfst 
en het bos bulkt van de jacht 

ik zit als een haas in het gras 
en weet dat 
als ik geschoten word 
alles gewoon door zal gaan 

een mogelijke prooi zijn is meer opwindend  
dan het jagen.

 

© bert deben 
Antwerpen, linkeroever, het Rot, 23 november 1995. 

 

 

zondag 8 oktober 1995

Mispel

 .
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Pas dan zal ik verteerbaar zijn
als ik belegen ben
het verstrijken nabij
noch vrucht, noch vlees, maar brij
van lang geleden lieflijkheid  

mijn inhoud zal onherkenbaar zijn
gerijpt, gerot, vereeuwigd
gebeiteld in versteend papier
als faiences met woorden van leed
mijn vrucht, de onmin, de onmacht in mij  

eet mij, lees mij, lik mij leeg
dit blad mijn lijf
de inkt mijn bloed
pers het uit jouw onderbuik
tot ik herboren ben
huilend, bloedend
 
kwijlend in jouw moederschoot
ik ben jouw kind  

bemin mij ! 
 

© bert deben
Antwerpen, 08 oktober 1995. 
 

Mispels zijn oude, steeds minder voorkomende vruchten met een hoog vitamine C gehalte. Ze groeien aan struiken die men tot kleine bomen kan laten opgroeien en die een hele mooie en geurende bloesem geven tijdens de bloei in het voorjaar.

De vrucht kan men pas eten nadat ze bevroren is geweest en het vruchtvlees ‘beurs’ is geworden, hoe rijper de vrucht hoe lekkerder ze is. In de volksmond ontstond zo de uitdrukking ‘zo rot als een mispel’ De mispel eet men door de vrucht open te breken en het vruchtvlees er uit te zuigen.

Meer achtergrond over de mispel en enkele recepten waarin men de vrucht gebruikt kan men vinden op: http://koken.vtm.be/ingredienten/mispels 

zaterdag 29 juli 1995

Sirius (Σείριος)

.

 Sirius (Σείριος)

Ik stelde gemis gelijk aan liefde 
en vulde mijn nachten met niets 
dan ongenoegen en gedichten 
gedachten, verwachten 
dat jij mijn brandende ster zou zijn 
en alles draaide om jou 

ik werd cineast 
regisseur, de bijrol, de schrijver van het script 
het ganse filmpubliek, de diva 
en ziek van al mijn fantasie 
en jouw afwezigheid 
mijn gloeiende Sirius, mijn Eros, mijn held 
mijn nietsvermoedende Valentijn 

ik haatte jou 
om jouw onwetendheid 
discreet, subtiel, zo teder zelfs 
dat het leegte werd 
eenzelvigheid 

dit kon niet anders 
dan mijn hondse weg naar geluk zijn. 


© bert deben 
Antwerpen, juli1995 

Dog Days bright and clear
indicate a happy year.
But when accompanied by rain,
for better times our hopes are vain. 
.

zondag 25 juni 1995

Saga

.
Saga 
.
Het ruikt hier naar verdriet 
aftandse glorie 
en hoongelach van jonge Berserkers 
woedend nog 
om al wat hier het leven heet 

misleiding, drift, misbruik 
de zoete verzoeking der liefde 
hier kruipt 
trager dan de werkelijkheid 
het verlangen door het struikgewas 
glazig van de glimlach 
die ook de mijne blijkt te zijn 

mythische goden, herboren 
gekleed in jurken van zelfbedrog 
hangend vlees en onderbuiken die jeuken 
smekend naar nieuwe gotiek 

jeugd die nooit meer ontwaken zal 
ze denken nog steeds 
begerenswaardig te zijn 

goden verworden tot mens. 


© bert deben 
Antwerpen, zondag 25 juni 1995. 

 .

donderdag 22 juni 1995

Kind

 

Kind

Hoe bekijk je me nu 
gestorven van verlangen 
uitgeput, ontnuchterd 
verschenen aan mezelf  
 
als ik een deur sluit 
opent elders de hemel 
en niets raakt mij nog 
dat niet uit mezelf is gekomen 
en gedijde 
tot nieuwe genen 
een zelfde glimlach zelfs 
die minder dan ik somber kleurt 

en hoe bekijk ik jou 
een twijg geënt in ander leven 
zaad ontworteld uit een vruchtbaar veld 
je bent 
waar ik ophoud te bestaan 
mijn schakel tussen nu en nooit 
mijn kind, mijn tastbare hiernamaals 

hoe koel omschrijf ik jou


© bert deben 
Antwerpen, 22 juni 1995. 

 

Gepubliceerd in Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. 16 nr. 58, 1998. 

zondag 18 juni 1995

Oosterschelde

.

Kamperland, zondag 18 juni 1995, zittend aan de Oosterschelde  
Gepubliceerd in Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift jg 16 nr 58, Lente 1998  

donderdag 15 juni 1995

Minnaar

Uit de tentoonstelling 'Poetry in the Picture'

gedicht: Antwerpen, 15 juni 1995 - foto: Ruud, Vogelwaarde, 2008
gepubliceerd in Gay Magazine 'Uitkomst' 2000

maandag 5 juni 1995

Weide



Weide 

Zo wil ik sterven 
in een weiland 
vreemde vereenzaamde dichter 
één met het gras 

het wordt kouder 
duisternis begraaft mijn lach 
ik verlang naar ontslapen 
wazig van het onvermogen 
om morgen te zien 

de poort naar de hemel 
reikt mij de leegte aan 
ik verwijt het leven mijn eenzaamheid 
het leven verwijt mij niets 

humus word ik  
na vele jaren onrijp te zijn 
één met de aarde 

eindelijk iets van betekenis. 


© bert deben
Chêne-Al-Pierre, 05 juni 1995. 

 


vrijdag 26 mei 1995

Mannen, ach …

 .
 
 
 
 
 
 
 
 
 .
 
 
 
 
 
Mannen, ach …
 
ik laat ze graag belangrijk zijn
en doe me voor als tamelijk klein
en als ze dan, na lang beslissen
zich weer eens blijken te vergissen
dat toon ik, zonder dat ik iets maar zeg
hen heel subtiel, de juiste weg
 
 
© bert deben
Han sur Lesse, 26 mei 1995, verloren in het bos, voor H.
foto © bert deben 2015 uit de reeks ‘van 10 hoog’

 
Geschreven, na een wandeling in de Ardennen met H. Hij was ex-padvinder en vond het zijn taak om met kompas, horloge en wandelrouteplan alles uit te stippelen tot in de puntjes. Meestal waren we halverwege de weg kwijt, waarna hij het plan bestudeerde, de stand van de zon vergeleek met de tijd op zijn horloge en met kompas nauwgezet het verloren eindpunt bepaalde. Ik zat ondertussen dan wat te lezen of at een appel of deed ideeën op voor een gedicht.

In dit geval duurde de pauze een tiental minuten, waarna hij, met veel uitleg en gebaren, vertelde welke weg we moesten nemen, samen met een exacte tijdsbepaling van hoe lang het nog zou duren voor we die plaats zouden bereiken. Ik antwoordde bedaard: “Volgens mij moeten we de andere richting uit …”. Rood aanlopend en verontwaardigd herhaalde hij nog een keer zijn uitleg, samen met het verhaal van de prijs die hij ooit behaalde voor beste padvinder (heel erg lang geleden …) en de dogmatische boodschap dat we zijn weg moesten volgen en geen enkele andere!

Ik antwoordde rustig: “Doe jij maar, ik ga de ander richting uit …”. Venijnig vroeg hij mij waarom ik dan wel die richting uit wou gaan, terwijl ik hoegenaamd geen enkel besef van oriëntatie had, noch enige kennis van padvinderij! Waarop ik hem attent maakte op het bordje met de richtingwijzer, waarop duidelijk de naam stond van het plaatsje waar we naartoe moesten. Achteraf zou blijken dat hij ook niet kon lachen met dit gedicht. 

gedicht werd gepubliceerd in Literair tijdschrift Gist jg 19 nr 4, 1996 

woensdag 19 april 1995

Geïnterneerd

.
.

Geïnterneerd

. 
Het licht wordt dagelijks gedoofd
met druppels, pillen en een spuitje
zo zit ze bleekjes in een truitje
met ijle ogen in het hoofd
 
haar dromen werden haar ontroofd
de storm is nauwelijks nog een buitje
ze staart naar dode woorden uit je
mond, die ook jijzelf niet meer gelooft
 
een droevig uitgeleefd gezicht
van dagelijks vierentwintig uren
zelfs 5 minuten kan lang duren
als je tot schaduw werd ontwricht
 
de deur gaat open en weer dicht
haar beeld blijft bij als een gravure.
 
 
© bert deben
Antwerpen, 19 april 1995, voor Linda. 



Werd gepubliceerd in Gist jg 19 nr 6, 1996. 

donderdag 30 maart 1995

 


Ik wou dat ik een eendje was 
gevoederd door de mensen 

oud brood en in een vieze plas 
en verder zonder wensen. 


© bert deben 
Postel, 30 maart 1995. 




dinsdag 28 maart 1995

Op een dag zal ik er niet meer zijn

.
.
Op een dag zal ik er niet meer zijn 
het eten niet meer klaargemaakt 
de was nog vuil, onaangeraakt 
de afwas en het porselein 

nog enkel stof in jouw domein 
er wordt niet langer schoongemaakt 
aan alle klussen wordt verzaakt 
op een dag zal ik er niet meer zijn 

je merkt niet eens dat ik verdwijn 
hoe ik van binnenin verteer 
met elk gemis een beetje meer 
tot niets nog rest behoudens pijn 
op een dag, zal ik er niet meer zijn.


© bert deben
Antwerpen, dinsdag 28 maart 1995, voor H. 

 

.
.

dinsdag 7 maart 1995

Mijn vriend wou vreemd gaan



Mijn vriend wou vreemd gaan voor een keer 
eens tussen ander vlees vertoeven 
het hoefde mij niet te bedroeven 
’t was enkel seks en echt niet meer  
 
ik zou staan kijken van hoezeer 
zoiets de sleur wel kon ontstroeven 
misschien moest ik het zelf beproeven 
’t is enkel seks en echt niet meer  
 
want staan wij daar niet open voor 
zo af en toe een avontuur 
een ander vriendjes tussendoor 
dat zit toch in onze natuur  
 
nochtans keek hij behoorlijk zuur 
toen hij mij later zo verloor.  
 
 
© bert deben 
Antwerpen, 07 maart 1995, voor Herman. 

.