donderdag 24 december 1998

The Turkey Blues




The Turkey Blues

Een kerstkalkoen te Strombeek-Bever
kreeg plots problemen met zijn lever
omdat die tijdens een diner
gesneden werd, en wel in twee.

‘Niet leuk’ – sprak hij, verkrampt van pijn
‘Ik ben ontdaan, van kop en veren
en moest gepluimd zelfs marineren
in kruiden en goedkope wijn,
ik werd gevild, bestrooid met zout
men stak met vorken in mijn bout
en met iets vreemds dat in mij zit
werd ik tot stoven toe verhit !’

‘Men had nochtans aan mij beloofd
nog net voordat ik werd onthoofd
dat ik op ’t feest van licht en schijn
de eregast zou mogen zijn,
maar als men mij nu nog één keer
met vork en mes bewerkt als nu
en overgiet met hete jus,
dan hoeft dat feest voor mij niet meer !’


© bert deben
Turnhout, 08 december 1998.

 

.

vrijdag 6 november 1998

Wat als de regen blijven zou




Wat als de regen blijven zou
de zon vergeten als een schijn
van nimmer meer de liefde zijn
wat als het grijzer wordt dan blauw  

verleren wij dan dat ik jouw
en jij ook mijn, van al de pijn
verlosser zou en blijven zijn
tot sterven scheidt en eeuwig trouw  

wat als de liefde ebben zal
en overgaat in koude waan
en wij alleen nog maar bestaan
als ongedierte in een val  

een kooi voor twee en bovenal
niet één die nog zijn weg kan gaan. 
 

© bert deben
Antwerpen, vrijdag 6 november 1998, voor Frank B.



zaterdag 18 juli 1998

De dood springt mee het water in

.

De dood springt mee het water in 
en luistert naar mij als ik zwem 
mijn diepste leed vertel ik hem 
en ook hoezeer ik hem bemin 

‘elk einde is een nieuw begin’ 
verzekert hij met koele stem 
omarmt mij teder in een klem 
en neemt mij mee de diepte in 

ik zie voor mij mijn levensloop 
en al de pijn en het gemis 
en hoe ik alles liet begaan 
terwijl de doodsdrang binnen sloop 

verzinkend in de duisternis 
zie ik opeens mijn kind ook staan. 


© bert deben 
Port Des Torrent, Ibiza, bij het zwembad, 18 juli 1998. 
foto: onderwater museum in Cancun, Mexico 
 
Twee laatste strofen volledig nieuw 30 december 2007. 

Originele eindstrofes: 

ik zie voor mij mijn levenslot
de schoonheid ook, ik zie zelfs God
en hoe wat dood lijkt toch nog leeft 

terwijl de Dood nog aan mij kleeft
en ijzig raakt tot op het bot
voel ik hoe alles liefde geeft. 

 

vrijdag 17 juli 1998

Domme Draris

.


Domme Draris 
 
Ik weet niet of het een gevaar is
maar in de zoo van Londen daar is
een kameel die soms wat raar is
men noemt hem stiekem Domme Draris
 
hij was vroeger secretaris
en een politiecommissaris
met een reuzengroot salaris
maar hij studeert nu voor notaris
 
al weet men wel dat dit niet waar is
men weet dat Domme Draris
dan niet echt een leugenaar is
maar gewoon wat half gaar is
 
als hij ’s avonds in peignoir is
beweert hij dat hij ooievaar is
maar de dagen dat hij ’t minste raar is
zegt hij: ik ben een dromedaris
 
terwijl ’t voor ieder zonneklaar is:
twee bulten heeft hij, dus officieel
is Domme Draris een kameel!
  
 
© bert deben
Port des Torrent, Ibiza, aan het zwembad, 17 juli 1998, voor Dana.


dinsdag 23 juni 1998

Soms mag het ophouden van mij

..


Zelfportret


Ik ben wie ik ben en meer ook niet
soms keizerlijk, soms onderdaan
soms vol talent, soms onbekwaam
ik ben mijn glimlach en verdriet

ik ben wat men niet altijd ziet
een speeltje in een grabbelton
maar ook de ondergaande zon
zowel subtiel als expliciet

ik ben het water in de wijn
de kruiden en het zout der zee
soms ongelukkig, dan weer blij
en even zuiver als onrein

soms leef ik graag en met je mee
soms mag het ophouden van mij.


© bert deben
Turnhout, 23 juni 1998.

 .

maandag 6 april 1998

Mijn grootste vrees is ongemerkt

 .
.
.
Mijn grootste vrees is ongemerkt
voorbij te gaan, vooral aan jou
ik zweer dan lief en leed en trouw
en voel me daarna weer beperkt  

het onvermogen wordt verwerkt
in dwalen, maar ik vraag: aanschouw
mij naakt – littekens van roofbouw
mijn hart werd tot een burcht versterkt  

een leger ging aan mij voorbij
bevreesd, gekwetst en overwonnen
maar geen van hen heeft mij ontgonnen
en geen van hen kwam dichter bij  

begin aan mij niet onbezonnen
toch vraag ik jou: verover mij! 
 

© bert deben
Antwerpen, 6 april 1998, voor Frank B. 

.

maandag 30 maart 1998

Rusten is ook een werkwoord

                                                                                                 
                  

Rusten is ook een werkwoord
net als zien, in ‘graag zien’
of voelen
in de zin van
mij goed voelen bij jou

niets is mooier
dan samen in te slapen
als slingerplanten
door elkaar

tenzij dan
wakker worden
en merken

dat je er nog altijd bent voor mij.



© bert deben
Antwerpen, 30 maart 1998, voor Frank.



Het gedicht werd voorheen al op het (ondertussen verdwenen) Volkskrant-blog geplaatst en leidde er toe dat ik geciteerd werd door Prof. dr. P.J.A. (Peter), hoogleraar aan de Faculteit der Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, in een tekst over Duurzaam Geloven:

‘Rusten is ook een werkwoord', zo schrijft de Vlaamse dichter Bert Deben. Inderdaad, rusten is voor veel mensen een werkwoord geworden. Als we niet hoeven te werken, zorgen we wel dat we op andere manieren worden beziggehouden, jakkeren we wel voor andere doelen. We ruilen de ene hectiek in voor de andere. Maar we overschreeuwen dan onze eigen innerlijke stilte. We lijken in een trein te zitten die niet meer kan stoppen, en we kunnen er ook niet uitstappen. De trein rijdt maar door, tot de brandstof op is (ik leef nog in de tijd van de stoomtreinen), tot de energie is opgebrand: burn-out' noemen we dat.

De hele tekst kan men vinden op :
http://www.peternissen.nl/overwegingen/overwegingen-in-2011/137-weer-opladen.html

Het was aangenaam merkwaardig om mezelf hier terug te vinden (via google) en alvast een heel andere invalshoek …
.