vrijdag 29 juni 2012

Ze keek niet op, ze was alleen ...

.



Ze keek niet op, ze was alleen
 

Ze lachten, zongen, plaagden soms elkaar
de zon scheen vrolijk op het zomergras
ze liepen, sprongen, riepen, joelden, maar
verstilden plots als zij er was
in grote bochten liep men om haar heen
ze keek niet op, ze lachte niet, ze was alleen.

Men fluisterde verhalen op het plein
men zei, men wist gewoon, ze zouden stelen
ze zouden, zei men, niet betrouwbaar zijn
men mocht met haar niet spelen
in grote bochten liep men om haar heen
ze keek niet op, ze lachte niet, ze was alleen.

Schaduw van de bomen, de zon scheen
ze beefde, durfde amper te bewegen
ze gooiden soms wel eens van ver een steen
soms hield men haar ook tegen
stapten dreigend in kleine cirkels om haar heen
ze keek niet op, ze lachte niet, ze was alleen.

Ze schaterden, weer verder door gestapt
en joelden, ze riepen beledigende namen
ze riepen dat haar vader was ontsnapt
ze hadden lol, ze waren samen
ze bleef daar staan tot het geluid verdween
ze keek niet om, ze huilde zacht, ze was alleen.



© bert deben
Antwerpen, 24 september – 02 oktober 2007.

 
gepubliceerd in bundel ‘Vrijspraak’ van uitgeverij Proces-Verbaal feb.2020  

dinsdag 26 juni 2012

God strooide de sterren over de hemel

.
NASA, ESA and the Hubble Heritage Team (STScI/AURA)
                                                                                                                                    
                                                                                                                
God strooide de sterren
over de hemel uit
alsof het zaadjes waren –
                                                                                                                          
om daar tot licht te bloeien
op een veld vol duisternis.


© bert deben
Antwerpen, dinsdag 26 juni 2012



Bovenstaande foto ‘A rose made of galaxies’ werd vrijgegeven op de 21ste verjaardag van de lancering van de Hubble Ruimtetelescoop door NASA/ESA. De foto werd uitgekozen als meest indrukwekkende van al de foto’s die toen reeds werden doorgestuurd naar de aarde. 
De top 100 van de meest indrukwekkende foto's van Hubble kan men bewonderen op:

maandag 18 juni 2012

Ochtendritueel

 
Beiden in een stoel gezeten, recht tegenover
elkaar, mijn voeten in jouw schoot gelegd
je kneedt ze, zacht, zachter dan ik ooit
vermoedde dat de liefde zijn kon en ik lees

een tijdschrift, soms gedichten, soms ook
jou, net gegeten, nog niet zo lang uit bed
je trekt heel zuinig aan een dunne sigaret
de radio klinkt alsof het alle dagen zondag is

niets in mij voelt ook maar iets van een gemis
wat ooit geweest is, is voorbij - er bestaan

op dit moment alleen maar wij.
 

 
© bert deben
Vogelwaarde, maandag 18 juni 2012, voor Ruud.



zaterdag 16 juni 2012

Surfplank

.                                                                                                                           .                                                                                                                                 .
                                                                                                                                                                                                          
Surfplank 
                                                                                                                                      
Er was eens een surfplank te Tibet
die enkel maar surfte op het net
omdat, zoals U wellicht weet
men daar nooit echt aan surfen deed

maar zo kon zij er toch wat over lezen
als het niet gecensureerd werd door Chinezen.



© bert deben
Antwerpen, zaterdag 28 april 2012,
 in opdracht van Ruud: 'schrijf iets over een surfplank'


.

dinsdag 12 juni 2012

Stadstuintje


Stadstuintje 

.
Alvorens er poëzie is, moet er stilte zijn
ik hoor in de tuin de auto’s zoemen
en een vliegtuig zuigt zich een weg door de lucht  
sirenes schreeuwen van ver hun geluid

terwijl er toch ook een merel fluit
en ziet dat er toekomst ligt in een tuintje
met hoge muren en tegels van kiezelbeton  

op de enige plaats met een beetje zon
werd in een houten bank een ‘S’ gekrast  

daar, komt op papier de stilte tot bloei. 
 

© bert deben
Antwerpen, dinsdag 12 juni 2012, tuingedicht.
.










 


 

zondag 10 juni 2012

Alice Nahon - Avondliedeke ('t is goed in 't eigen hert te kijken ...)

.



 AVONDLIEDEKE III


't Is goed in 't eigen hert te kijken
            Nog even vóór het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
            Geen enkel hert heb zeer gedaan ;

Of ik geen oogen heb doen schreien,
            Geen weemoed op een wezen lei ;
Of ik aan liefdelooze menschen
            Een woordeke van liefde zei.

En vind ik in het huis mijns herten,
            Dat ik één droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
             Rondom één hoofd, dat eenzaam was... ;

Dan voel ik op mijn jonge lippen,
            Die goedheid lijk een avond-zoen...

't Is goed in 't eigen hert te kijken
            En zóó z'n oogen toe te doen.


Alice Nahon
uit ‘Op zachte Vooizekens’ – 1921
De Nederlandsche Boekhandel – Antwerpen
A. W. Sijthoff’s uitgeversmaatschappij – Leiden


'Avondliedeke' gelezen door Jeanine Schevernels:



Alice Nahon werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896 en was derde in een gezin van elf kinderen. Haar vader was een Nederlander met Franse achtergrond, haar moeder was afkomstig uit Putte (nabij Mechelen).

Vanaf 1911 studeerde ze aan de landbouwschool te Overijse. In 1914 ging ze aan de slag als leerling-verpleegster in het Stuivenberg-ziekenhuis te Antwerpen. Ze werd echter ziek en men concludeerde dat ze leed aan tuberculose. De hierop volgende jaren bracht ze door in diverse sanatoria. In 1917 werd ze opgenomen in het St. Jozefinstituut te Tessenderlo waar ze zes jaar verbleef. Naast haar longziekte worstelde ze ook regelmatig met depressies. Tijdens haar verblijf in Tessenderlo schreef ze twee poëziebundels: 'Vondelingskens' (1920) en 'Op zachte vooizekens' (1921).

In 1923 liet ze zich opnieuw onderzoeken in Luzern. De diagnose luidde daar dat ze geen TBC had, maar een chronische bronchitis. Er viel een zware last van haar af en ze herstelde toen vrij snel.  Nadien verbleef ze nog een tijdje in Italië, de Landes en Parijs.

Vanaf 1927 was ze werkzaam in de stadsbibliotheek te Mechelen en genoot ze met volle teugen van het (nacht)leven. Ze behoorde tot de kennissenkring van Fernand Berckeleers, Maurits Sabbe, Gerard Walschap e.a. kunstenaars. In deze periode woonde ze in de kapelwoning van het kasteel Cantecroy in Oude-God te Mortsel.

Alice Nahon schreef vooral eenvoudige, bijna kinderlijk gevoelige gedichten (terugkerende thema's in haar werk waren eenzaamheid, geloof en verlangen naar geluk), maar met haar bundel 'Schaduw' (1928) probeerde zij zich te ontdoen van haar deugdzame en brave imago, waarvoor ze, vooral door Paul van Ostaijen, werd bekritiseerd en bespot.

Tijdens haar laatste levensjaar verhuisde ze naar de Carnotstraat in Antwerpen en werd ze opnieuw ernstig ziek.  Ze overleed op 21mei 1933, haar graf kan men nog steeds bezoeken op het Schoonselhof te Hoboken (Antwerpen).


SCHADUW


Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.

Ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.

En daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de ogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.


Alice Nahon
Uit 'Schaduw' - gedichten van Alice Nahon.
Uitgeverij: De Nederlandsche Boekhandel, 1928.


‘Ik heb de liefde liefgehad’ is ook de sprekende titel van een biografie over het leven van Alice Nahon, geschreven door Manu Van der Aa en bekroond met de ‘Prijs voor de monografie’ van de provincie Antwerpen.

Een meer uitgebreide biografie kan men vinden op:
een bibliografie:
en een bloemlezing van haar gedichten:

 
Zelf werd ik geïnspireerd, na het beluisteren van een reportage op de radio over het (toch wel bewogen) leven van Alice Nahon, tot het schrijven van het gedicht dat ik vorig jaar al een keer op mijn blog plaatste:


 .

Maar toch verdwijnt de onrust niet
hoezeer ik ook naar vrede tracht
de deining heeft mij in haar macht
en brengt mij leegte en verdriet 

hoe zacht ben ik en toch graniet
verlangend maar soms ondoordacht
en hoe nerveus rond middernacht
als niemand mij de liefde biedt 

ik zoek maar vind slechts namaaksfeer
en bouw rond mij een muur van schijn
een burcht waarin men mij niet vindt
maar slechts het beeld dat ik creëer 

een beeld dat breekt als porselein,
als iemand mij dan écht bemint.


© bert deben
Antwerpen, 31 juli 1996,
Zelfportret, geschreven na het beluisteren van een reportage rondom Alice Nahon.


 

vrijdag 8 juni 2012

Ik was een kind en had geen geld ...

.

 

Ik was een kind en had geen geld
ik reisde op een keukenstoel
met fantasie als enig doel
en stoelen onderweg geteld

het waren er niet al te veel
de keuken was niet al te groot
maar toch, als ik de ogen sloot
ontplooide zich een tafereel

te mooi voor woorden of voor taal
een beeld dat iets in mij creëerde
en dat ik dan ook voor me zag
met telkens weer een nieuw verhaal

hoe spijtig toch dat ik verleerde
dat in mijn hoofd een wereld lag.
 

© bert deben
Oosterbeek, zondag 3 juni 2012
 
Geschreven na het zien van het ontroerende theaterstuk
tijdens het poëziefestival ‘Het Park Vertelt

‘Een buik van wol’ is een poëtische, beeldende muziektheatervoorstelling over hondjes, heimwee en sneeuw. Over verliefd worden, breien en kwijtraken. Maar hoe kwijt kan iets zijn als je het met dichte ogen nog steeds kan zien?

gepubliceerd in literair tijdschrift 'Schoon Schip', jg 21 nr 3, 2014
.

woensdag 6 juni 2012

Afscheid van M. Vasalis

.

AFSCHEID


juli 1947

Wanneer je hand beweegt beweegt mijn ziel –
als je je ogen opslaat stroomt zij vol met licht
– mijn lief, mijn vleugelslag – mijn zwaartekracht.
Ik volg – van ganser harte en volstrekt onvrij
iedere stap, ieder gebaar; iedre verandering van je gezicht
verandert mij.
Nee niets ontbreekt aan onze liefde dan
de onvolmaaktheid – zonder welke men
niet ademen, niet leven kan.

Ik ben te rijk behuisd in je paleis
ik wil weer naar mijn kamertje terug
en niets meer zien en niets meer horen
ik wil weer arm en leeg zijn als tevoren.
Ik-wil-naar-huis!

 
M. Vasalis
(mijn persoonlijk favoriete gedicht van haar)
uit ‘De oude kustlijn’ – uitgeverij G.A. Van Oorschot


M. Vasalis is het pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans. 
Ze werd 13 februari 1909 geboren in Den Haag en woonde van 1964 tot haar overlijden op 16 oktober  1998 te Roden.  Haar schuilnaam ‘Vasalis’ is een ombuiging van ‘Vazal’, wat Latijn is voor haar meisjesnaam Leenmans. 

Tijdens haar leven zou Vasalis slechts drie bundels uitbrengen: in 1940 debuteerde zij met ‘Parken en woestijnen’, in 1947  volgde ‘De vogel Phoenix’ en in 1954 ‘Vergezichten en gezichten’.  Haar werk sloeg echter heel erg aan en werd ook veelvuldig bekroond, onder meer met de Constantijn Huygensprijs in 1974 en de P.C. Hooft-prijs in 1982.  Veel van haar gedichten werden echte klassiekers in de Nederlandse literatuur.  Enkele jaren voor haar dood besloot ze toch nog een laatste bundel samen te stellen met nieuw werk, deze kwam postuum uit in 2002 onder de titel ‘De oude kustlijn’.

Ondanks haar bekendheid, koos Vasalis voor een teruggetrokken bestaan.  In 2011 kwam er een Biografie uit over haar, samengesteld door Maaike Meijer, die het unieke leven aantoont van Margaretha Leenmans (Haar jeugd in Den Haag, medicijnenstudie in Leiden, haar specialisatie tot psychiater, een lang verblijf in Zuid-Afrika, haar huwelijk, haar gezin en werk, de vele vriendschappen en correspondenties met andere kunstenaars, schrijvers, dichter en uitgevers).

Meer info over Vasalis kan men vinden op onderstaande links:
http://www.vasalis.nl/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vasalis
meer gedichten van haar kan men lezen op:

Hieronder ook nog een ode van het Letterkundig Museum aan Vasalis 
en haar eigen afsluitingsgedicht ‘Sub Finem’:




SUB FINEM 

En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten -
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen - en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.


M. Vasalis (1909 - 1998)
uit ‘De Oude Kustlijn’

.

maandag 4 juni 2012

De dood is mooier dan het leven

.

 
De dood is mooier dan het leven
alleen al moeten blijven hier
is daarvan het bewijs – in elke spier
met ieder beeld dat is gebleven

in elke vezel van mijn lijf
in elke cel van mijn bestaan
voel ik een drang om heen te gaan
hoezeer ik weet ook dat ik blijf

een licht van schimmen lokt mij aan 
– waarvan er één de jouwe is –
een hemelvaart zo hels verheven
dat ik er niet in mee kan gaan

wat mij nog rest is duisternis
de dood is mooier dan het leven.

  
© bert deben
Antwerpen, woensdag 19 januari 2011,
geschreven na het zien van de film ‘Hereafter’ bij muziek van Djivan Gasparian.
 
 
Nominatie CITER-poëzieprijs van ‘Het Park vertelt’ te Oosterbeek
.
Opdracht voor deze wedstrijd was een gedicht in te sturen bij één of meerdere kunstwerken van 7 geselecteerde kunstenaars uit Renkum. De werken kon men per internet bekijken op: 'Het Park Vertelt'
 
Mijn gedicht ‘De dood is mooier dan het leven’, bij bovenstaand schilderij
‘Transformatie’ (100x120 cm) van Myriam Hazelzet, behoorde tot de door de jury genomineerde gedichten.

De wedstrijd was een onderdeel van het festival ‘Het Park vertelt’ (zondag 3 juni 2012) in park Hartenstein te Oosterbeek, waar men kon genieten van o.a. optredens van Spinvis, een hele leuke voordracht van Joke van Leeuwen en het ontroerend mooie theaterstuk ‘Een buik van wol’ van Theatergroep Fien. 
.
 .
Aan het einde van het festival werd bekend gemaakt wie de CITER-poëzieprijs in ontvangst mocht nemen - dit werd Meindert Boersma, met zijn gedicht 'Berkenrag' bij het kunstwerk 'Airborne' van Yolande Aits.  De foto's van de kunstwerken, alle genomineerde gedichten en een selectie uit de inzendingen, werden gepubliceerd in een verzorgde brochure.

 

zaterdag 2 juni 2012

Ode aan 'De tuinman en de dood' (P.N. van Eyck)

.
Tekening Hendrick Goltzius 1558 - 1617




Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!  

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."


P.N. van Eyck (1887 – 1954)


‘De tuinman en de Dood’ is waarschijnlijk één van de meeste gekende gedichten uit de Nederlandse literatuur.  Over de herkomst en de originaliteit er van is er ook al het nodige geschreven en opgezocht.  De auteur Herman Franke (1948) heeft de speurtocht naar de bron van het gedicht beschreven in zijn boek "De tuinman en de dood van Diana", in 1999 uitgegeven bij Podium.

Pieter Nicolaas van Eyck (1 oktober 1887, Breukelen - 10 april 1954, Wassenaar - Nederlands dichter en criticus), zou plagiaat hebben gepleegd door het te vertalen van een Franstalige versie van Jean Cocteau, zonder diens naam te vermelden.  Hieronder de originele versie uit de roman ‘Le Grand Ecart’, van Cocteau, die 3 jaar voor het uitbrengen van het gedicht verscheen:


Un jeune jardinier persan dit à son prince: “J’ai rencontré la Mort ce matin. Elle m’a fait un geste de menace. Sauve-moi! Je voudrais être par miracle, à Ispahan ce soir.”

Le bon prince prête ses chevaux. L’après-midi, ce prince rencontre la Mort. “Pourquoi lui demande-t-il avez-vous fait ce matin, à notre jardinier, un geste de menace?”

“Je n’ai pas fait un geste de menace,” répond-elle, “mais un geste de surprise. Car je le voyais loin d’Ispahan ce matin et je dois le prendre à Ispahan ce soir.”

Jean Cocteau


Of men echt van plagiaat kan spreken is nog de vraag, want ook Cocteau heeft het verhaal ‘geleend’.  Varianten van dit verhaal komen voor in heel wat middeleeuwse parabels geschreven door islamitische soefi’s.  De meest bekende versie uit die periode is die van de schrijver Roemi (1207-1273). Deze versie, te vinden in het Korancommentaar Masnavi-i Ma'navi, vertelt hoe Sulayman (koning Salomo) in zijn paleis (in Jeruzalem) een dienaar ontvangt die zegt de doodsdemon Azraël te hebben ontmoet en vraagt te mogen vluchten naar India, waarna Sulayman van Azraël verneemt dat hij diens dienaar in India moest halen.

De oudste versie van het verhaal is de Babylonische Talmoed, waarin koning Salomo een gesprek heeft met de Engel des Doods, die twee van Salomo's klerken zegt te komen halen. Salomo, die in de Joodse traditie al eerder een reputatie had verworven als magiër, beveelt daarop enkele geesten om het tweetal in veiligheid te brengen in het land Luz. De volgende dag komt de Dood Salomo lachend tegemoet, omdat de koning zijn dienaren heeft gezonden naar de plaats waar de Engel des Doods ze moest afhalen. 

Een moderne variant is dan weer te vinden in het stripverhaal Persepolis van Marjane Satrapi.  Maar ook in de Nederlandse literatuur vind men verschillende varianten (parodieën) op het gedicht, waarvan ik persoonlijk die van Kees Stip de sterkste vind:
 

‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
Doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.

Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
De vrees voor de verdoemenis ontvlezen
En zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.

Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
Mensen en kinderen zo ondervoed
Dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’


Kees Stip


Ook op mij had het gedicht destijds een grote invloed – het was zowat het eerste gedicht dat mij meteen helemaal aansprak en mij zeker ook mee aanzette om zelf te gaan dichten.  In 1994 schreef ik er een ‘antwoordgedicht’ op, waarmee ik dan ook graag afsluit:


De Meester Sprak !
                               (zeer  vrij naar P.N. Van Eyck)


Ik wou een afspraak met de Dood
maar die is richting Ispahaan
een tuinman achterna gegaan
die, voor wat ik zo wilde vlood

hoezeer ik ook mijn leven bood
er was geen overtuigen aan
hij plaatste mij zelfs achteraan
de bleke had aan mij geen nood

ik vroeg hem waarom ik dan niet
en hij, die niet wil, dan weer wel
verdwijnen mag uit deze hel

terwijl hij zijn bureau verliet
riep hij: “Hier discuteert men niet
IK bepaal de regels van het spel!”


© bert deben
Antwerpen, donderdag 24 maart 1994.

.