Posts tonen met het label Français. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Français. Alle posts tonen

donderdag 11 september 2025

Désarroi | Verslagenheid


Verslagenheid 
De vrouwen van Jeruzalem

Ze staan aan de kant van de weg. Verwijderd.
De volgelingen van het eerste uur
verbannen van de kruisweg.
De discipelen, de gelovigen
verbannen van hun aanhankelijkheid 
“En wij die hoopten ...”

Aan de rand van de weg
worden ze beladen met onze vragen
en onze opstandigheid.
Om zwanger te worden van onze eenzaamheid
en hoop te baren. 
 

Michel Teheux (hertaling : bert deben)  .


Statue bronze / bronzen beeld : Thierry Papart
Méditation / bespiegeling : Michel Teheux (hertaling : bert deben) 
Exposition / tentoonstelling : ‘Ecce Homo ! Voici l’Homme !’
Collégiale Notre-Dame et Saint-Domitien de Huy

Collégiale Notre-Dame de Huy — Wikipédia

Dénuement | de ontzegging




Statue bronze / bronzen beeld : Thierry Papart
Méditation / bespiegeling : Michel Teheux
Exposition / tentoonstelling : ‘Ecce Homo ! Voici l’Homme !’
Collégiale Notre-Dame et Saint-Domitien de Huy

dinsdag 23 juni 2020

Instagram + 'Assonances galantes II' van Paul Verlaine


         Instagram

Je stuurt, ver weg, een foto door
ik zie nu, dankzij Instagram
jouw mooie buik, het haartjesspoor

het leidt me op een dagdroomtrip
de vorm van jouw nog malse stam
met scrotum in een zwarte slip

je geeft niets bloot en toch zo veel
gekrulde haartjes op de dijen
het tonen van een onderdeel

terwijl ik zoveel meer verlang
en zin heb om met jou te vrijen
we fantaseren al zo lang

misschien, wordt het nooit meer dan dit
verleiden op het internet
en denken dat er meer in zit

een reikhalzen en onvoldaan
met slechts een iPad op het bed
toch klik ik weer jouw foto aan.


© bert deben
Vogelwaarde, maandag 30 december 2019, voor Wim. 

Responsgedicht bij gedicht ‘Assonances galantes II / Liefdesklanken II’ van Paul Verlaine voor het Verlaine project met reflecties van vierenvijftig dichters, een uitgave van Stichting Spleen: 18 gedichten van Paul Verlaine in gloedvolle en gloednieuwe vertalingen van Gerda Baardman, Simon Mulder en Mereie de Jong en 58 dichters lieten inspireren door deze gedichten van Verlaine.  Met dank aan Kees Godefrooij voor zijn inzet als bezieler van Stichting Spleen, die na deze bundel zal stoppen met uitgeven. 
. 
Assonances galantes II

Là ! je l'ai, ta photographie
Quand t'étais cette galopine,
Avec, jà, tes yeux de défi,

Tes petits yeux en trous de vrille,
Avec alors de fiers tétins
Promus en fiers seins aujourd'hui.

Sous la longue robe si bien
Qu'on portait vers soixante-seize
Et sous la traîne et tout son train,

On devine bien ton manège
D'abord jà, cuisse alors mignonne,
Ce jourd'huy belle et toujours fraîche ;

Hanches ardentes et luronnes,
Croupe et bas ventre jamais las,
À présent le puissant appât,

Les appas, mûrs mais durs qu'appètent
Ma fressure quand tu es là
Et quand tu n'es pas là, ma tête !                
.

Paul Verlaine (1844 - 1896) 
Chair (1896)

Assonances galantes II - Paul Verlaine lu par Yvon Jean:

.

donderdag 23 februari 2017

De Juwelen / Les Bijoux - Charles Baudelaire + La Plainte d'une Perle noire

      
DE JUWELEN

Mijn lieveling was naakt, en om mijn hart te winnen,
Had ze alleen haar klinkende juwelen aan;
Als in hun blijde jeugd Noord-Afrika’s slavinnen
Was zij door die zo rijke tooi niet te weerstaan.

Haar opschik danst met schel getinkel, lijkt te spotten,
Als zij de wereld van metalen samenbrengt
Met die van edelsteen; ik ben daarop verzot en
’t verrukt me als geluid met lichtglans zich vermengt.

Vanaf haar hoge divan glimlachte ze toen tegen
Mijn liefde, diep gelijk de zee, die langzaamaan
Naar haar, als naar een rotskust, kwam omhooggestegen;
Zo lag ze en zo bood ze mij haar liefde aan.

Met verdroomde air beproefde ze wat poses,
Haar ogen star als een getemde tijgerin,
Nieuwe bekoring kregen haar metamorfoses,
Toen onbevangenheid versmolt met geile zin;

Haar armen en haar benen, lendenen en dijen,
Haar buik, van olie glanzend, welvend als een zwaan,
Mijn helderziende blik mocht zich erin vermeien,
Haar borsten zag ik (ach, als druiventrossen) aan;

Ze lokten me nog meer dan Satans Serafijnen,
De rust verstorend die mijn ziel gevonden had,
Om haar van de kristallen rots te doen verdwijnen
Waarop zij kalm en zelfgenoegzaam nederzat. 

Ik dacht in haar een nieuwe mensvorm te ontdekken,
Antiope van heup, een tors van jongeman,
Zozeer bewees haar leest de schoonheid van haar bekken,
En op haar wild, bruin vel werkte de schmink briljant!

- Toen heeft de olielamp zijn schijnsel later smoren,
Alleen het gloeien van de haard was nog niet uit,
En steeds wanneer het vuur vlammend gesis liet horen,
Bevloeide het bloedrood de amber van haar huid! 


Charles Baudelaire  vertaling Peter Verstegen

n.a.v. het verschijnen van de spraakmakende bundel 'Les fleurs du mal' van Charles Baudelaire, bracht de Nederlandse Stichting Spleen de tweetalige bundel 'Als engel, maar met roofdierogen / je t'adore à l'égal de voûte nocturne' uit, met enerzijds gedichten van Charles Baudelaire, anderzijds reflecties op deze gedichten door andere dichters.
 
meer info rond de bundel en de voorstellingen hier van kan men vinden op:
 
ik kreeg 'De Juwelen' toegewezen als gedicht en ook al is de bundel een ode aan Baudelaire, mijn repliekgedicht werd dat heel wat minder.  Ik kroop in de huid van de Afrikaanse dame uit het gedicht en schreef van uit een feministische reflex een heel wat minder flatterend antwoord aan de schrijver zelf. Voor sommigen misschien wat ruw en vulgair, maar was nu net Baudelaire dat in zijn tijd ook niet ...
 

LA PLAINTE D’UNE PERLE NOIRE 

Ik ben jouw zwarte hoer, jouw beeld van wat 
een vrouw moet zijn, een portie onderdelen 
bekken, borsten, dijen, een lichaam dat 
alleen nog maar gekleed is in juwelen 

en verlangend op en neer schuift rond jouw paal 
je noemt mij duivels en een vat vol lust 
de zwarte bekroning van jouw bacchanaal 
verboden kleur, bezorger van onrust 

maar wat ben jij - een grauw lijf vol abcessen  
een blanke die, ook al is het gestolen 
als alle overheersers hier het geld bezit 
een uitbuiter achter woorden verscholen 

al beschrijf je nog zo mooi de excessen 
ik dans voor een aalmoes op jouw etterend lid. 


Bert Deben












.
LES BIJOUX

La très chère était nue, et, connaissant mon cœur,
Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores,
Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur
Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.

Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur,
Ce monde rayonnant de métal et de pierre
Me ravit en extase, et j’aime à la fureur
Les choses où le son se mêle à la lumière.

Elle était donc couchée et se laissait aimer,
Et du haut du divan elle souriait d’aise
À mon amour profond et doux comme la mer,
Qui vers elle montait comme vers sa falaise.

Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté,
D’un air vague et rêveur elle essayait des poses,
Et la candeur unie à la lubricité
Donnait un charme neuf à ses métamorphoses ;

Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins,
Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne,
Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins ;
Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,

S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal,
Pour troubler le repos où mon âme était mise,
Et pour la déranger du rocher de cristal
Où, calme et solitaire, elle s’était assise.

Je croyais voir unis par un nouveau dessin
Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe,
Tant sa taille faisait ressortir son bassin.
Sur ce teint fauve et brun le fard était superbe !

– Et la lampe s’étant résignée à mourir,
Comme le foyer seul illuminait la chambre,
Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir,
Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre !


Charles Baudelaire
.








Pour ma réponse, je me suis mis dans la peau de la femme dans le poème, une femme consciente, féministe et pas vraiment impressioné par l'écrivain:


LA PLAINTE D’UNE PERLE NOIRE

Je suis ta putain noire, ton image de ce
qu’une femme devrait être, un nombre
de portions : des hanches, une poitrine, des cuisses
un corps habillé seulement de bijoux

qui glisse languissant de haut en bas autour de ta bite
tu m’appelles diabolique, un tonneau plein de luxure
couronnement noir de ta bacchanale
couleur interdite, porteuse d’agitation

et toi, qu’es-tu ? – un corps livide plein d’abcès
un homme blanc qui, comme tous les oppresseurs ici
possède tout l’argent, même s’il est volé,
exploiteur se cachant derrière les mots

tu décris voluptueusement les excès, mais moi je danse
sur ta queue suppurante, pour une simple aumône.


Bert Deben


zondag 23 juni 1996

Ik hoef geen luxe, geen kasteel




Ik hoef geen luxe, geen kasteel 
ik wil slechts een geliefde zijn 
een jongen uit een magazijn 
die deel uitmaakt van een geheel 

een stukje maar, een onderdeel 
van iemand waar ik in verdwijn 
waarmee ik even één kan zijn 
ik eis van ’t leven niet zoveel 

ik wil slechts schoonheid, poëzie 
wat zon en ’s avonds maneschijn 
een regenwolk in een woestijn 

en liefde geven aan al wie 
mij warmte schenkt of energie 
een lichaam om in thuis te zijn. 


© bert deben
Château de Petit Rechain, zondag 23 juni 1996, voor Robert. 



Je n’ ai ni besoin de luxe ni de château
je veux être juste un amant
un garçon d’ un entrepôt
qui fait partie d’ un tout

juste une part, une partie
de quelqu’un en qui je puisse disparaître
avec qui je puisse être un pour un moment
je n’ exige pas tant de la vie

je veux juste de la beauté, de la poésie
un peu de soleil et un clair de lune
un nuage de pluie dans un désert

et donner de l’ amour à tous ceux qui
me donnent de la chaleur ou de l’ énergie
un corps pour être chez soi. 
 
 
© bert deben
pour Robert. 
 


originele versie werd gepubliceerd in literair tijdschrift Gist jg.20 nr. 6  

donderdag 10 november 1988

En Silence



EN SILENCE 

En silence
la paix
plane par-dessus les guerres

les missiles, les fusils
ne s’arrêtent pas

l’ennemi
cherche le blanc des yeux
de son ami
l’adversaire

personne, ne regarde en l’air

en silence
les pigeons de paix les passent ...


© bert deben
Edegem, novembre 1988, traduction de 'In stilte' 

 .

Dans la nuit et la brume


Dans la nuit et la brume 


Peuple opprimé 
des Andes 

arrosé de brulures 
mutilé 
pour la vie 

une cigarette 
étouffée sur un bras sans ressources 

des nuits inquiétantes 
s’attendre à mourir 

prendre la fuite 
c’est rendre l’esprit 

une personnalité se dissipe 
dans une statistique 
interminable. 


© bert deben 
Edegem, novembre 1988. 
Vertaling van mijn gedicht ‘Nacht en Nevel’ uit 1987.

. 

maandag 20 april 1987

De Generaal

.
   
Geschreven te Borgerhoud, april 1987. Werd destijds gepubliceerd in verschillende literaire tijdschriften (Gist; Iambe; ’t Kofschip…) alsook in een paar bloemlezingen.  Niet echt mijn debuut, maar toch wel één van de sterkste gedichten uit mijn beginperiode als dichter. De vertalingen werden later gemaakt n.a.v. een internationale voordracht. 

Le Général

Peu après la guerre sordide
il faisait l’acte de courage
le plus lâche

pourquoi
attendrait-il la mort

maintenant
que sa patrie fût tombé
pour la paix.


© bert deben
Traduction: nov.1988.  

 

The General

Shortly after the dirty war
he committed the bravest act
of cowardice

why should he dignified
await his death

now his dream was shattered
into peace.


© bert deben 
Translation: nov. 1988 



dinsdag 19 augustus 1986

Een Beetje Aandacht - mijn debuut.

.
 
Een beetje aandacht
.
Een eenzaam vaasje
zonder bloemetje of water
wachtend op attentie
zo niet nu, dan later
 
één vergeet-me-nietje
zou reeds volstaan
om een reden te schenken
aan een stil bestaan
 
een veldboeketje
eenvoudig en klein
zou voor dit vaasje
zelfs een hoogtepunt zijn
 
ergens zit een kind alleen
een kleine mens
eenzaam als het vaasje
en met eenzelfde wens.
 
 
© bert deben 
Hove, 1986, voor Nini Van der Plas. 
Gepubliceerd in de bundel ‘Kindlief’ - De Riemaecker, Nukerkre, 1987. 
 

Het gedicht werd gepubliceerd in september 1987 in ‘Kindlief’, een bloemlezing met gedichten over kinderen en geïllustreerd met tekeningen van Ingrid Michiels. De opbrengst van de bundel (er werden meer dan 1.000 exemplaren verkocht) ging naar de v.z.w. Huize Levensruimte (Averbode), een begeleidingstehuis voor hulpbehoevende kinderen en jongeren. Later werd mijn gedicht ook nog geplaatst in het tijdschrift ‘Ronduit’ van Huize Levensruimte, ter promotie van de bundel. Ik schreef het gedicht voor mijn toenmalige schoonmoeder, die mij aanmoedigde om meer te doen met mijn poëzie.

Het is trouwens niet mijn echte debuut, er werden voorheen al verschillende gedichten gepubliceerd in literaire tijdschriftjes, maar dat zijn achteraf bekeken niet echt gedichten om mee uit te pakken. Mijn echte debuut was trouwens een Franstalig gedicht, dat werd gepubliceerd in het ‘Devant-Garde’ tijdschrift Mefisto (jg2 nr. 6, 1984):

 
Je me couche tard,
je me lève tôt.
C’est trop fatigant,
absolument exact.
Demain, dans un pays étranger,
je suis dans les nuages.
Mais je ne suis pas là !
Je suis ici,
et je fais beau, par tous les temps.
 
© bert deben
Deurne, 1977 (geschreven op school en het enige gedicht dat ik nog van mezelf heb uit mijn schoolperiode ...)

Het werd gepubliceerd onder de titel ‘Le Temps, het debuut van Bert Deben’, samen met 4 Nederlandstalige gedichten vol rijmdwang en zwaarmoedige, maar goede bedoelingen … Een reeks gedichten die ik voorheen ook al instuurde naar een ander tijdschrift, waarvan de redacteur nogal arrogant (maar eerlijk) reageerde met: ‘We stellen voor dat je best eerst een aantal jaren gedichten leest alvorens ze zelf nog te schrijven.’ Achteraf bekeken was dat een wijze raad, maar toen kwam dat behoorlijk hard aan. Dat de gedichten toch gepubliceerd werden door Mefisto gaf mij dan weer genoeg geloof in mezelf als dichter om verder te gaan. 

In mijn beginperiode werden nog enkele honderden gedichten gepubliceerd in kleine literaire tijdschriften als ’t Kofschip, Gist en zelfs 1 in de Poëziekrant (toen echt nog in krantvorm), alsook Engelstalige gedichten in tijdschriftjes in Canada en Nieuw Zeeland. Maar weinig daarvan zou ik nu nog op mijn blog zetten … Misschien, ter illustratie nog, een kort Engelstalig gedicht dat in 1986 in ‘Poets for Africa’ terecht kwam (an international anthology for hunger relief in Africa’ – World Harvest, Las Vegas):

 
Ondertussen is het gedicht wel wat gedateerd en behoeft het waarschijnlijk achtergrond info: Halley is een komeet die destijds relatief dicht langs de aarde passeerde en Giotto was een superdure ruimtesonde, speciaal ontworpen om Halley van dichterbij te bestuderen. In dat zelfde jaar was er ook de grote hongersnood in Africa, die nu vooral herinnerd zal worden door het lied ‘Feed the world’ van Band aid.
  

woensdag 28 september 1977

Le Temps


Le Temps

Je me couche tard,
je me lève tôt.
C’est trop fatigant,
absolument exact.
Demain, dans un pays étranger,
je suis dans les nuages.
Mais je ne suis pas là !
Je suis ici,
et je fais beau, par tous les temps.


© bert deben

Deurne, 1977 
(het enige gedicht dat ik nog van mezelf heb uit mijn schoolperiode) 



werd in 1984 samen met 4 andere gedichten gepubliceerd in Devant-Garde 
tijdschrift Mefisto onder de titel 'Le Temps, het debuut van Bert Deben'