zondag 12 juli 2009

La Belle Epoque se livre - interview met een gevel van de Cogels-Osylei + Jaardichter Cogels-Osylei 2009





.
In 2009 kreeg ik de eer om Jaardichter te zijn van de Cogels-Osylei – voor wie deze straat in Antwerpen-Berchem (wijk Zurenborg) niet zou kennen, ze is wereldberoemd door haar statige huizen (kleine kastelen soms) in jugendstil, art nouveau, neoclassicisme en eclecticisme, gebouwd tussen 1881 en 1914, de ‘Belle Epoque’.   
 
De Cogels-Osylei is nu een publiekstrekker voor architectuurliefhebbers van over heel de wereld, maar in de jaren 70 werd de beslissing genomen om de toenmalige (in verval geraakte) gebouwen met de grond gelijk te maken en te vervangen door flatgebouwen.  Uiteindelijk gebeurde dat niet, maar wat weinigen weten is dat dit voor een deel het gevolg is van een krakersbeweging van hippies en kunstenaars, die de gebouwen niet enkel bezet hielden, maar ook stilaan begonnen te renoveren (later met financiële steun van monumentenzorg die eindelijk de culturele waarde van de huizen wist in te schatten) 
  
Op vraag van kunstenares Veerle Rooms, heb ik het verhaal van de krakers verwerkt in het gedicht dat ik schreef ter gelegenheid van het jaarlijkse Lavendelfeest in de Cogels-Osylei.  In een eerder geschreven gedicht verwerkte ik dan weer vooral de toen (en nu nog steeds) opspelende protesten tegen het hele drukke busverkeer dat dagelijks over de kasseien raast in deze straat - door de vele trillingen en de zware diesel- en fijnstofvervuiling worden veel architectonische details aangetast. 
 
Tijdens het Lavendelfeest op 11 juli 2009 mocht ik voor de bewoners van de Cogels-Osylei beide gedichten voordragen samen met een aantal andere gedichten.
 


Mooi en meedogenloos 
Getekend door een lange strijd, gerenoveerd
veranderd door de tijden, hekken, poortjes en
portalen, inritten voor auto’s nu, van schrale
grond tot heerlijkheid en praalpaleizen 

statig verrijzen zij, nog steeds, na veel bedreigen
mooi, meedogenloos, eclectisch in hun stijlen
te grote bussen donderen voorbij
op te gevaarlijke kasseien, la Belle Epoque 

het trilt tot in de spijlen – Brabo en Jan Breydel
De Coninck (ja, zelfs beiden), Carolus Magnus
een overvloed aan vaderland en uit de andere
contreien, Minerva, godin van de Romeinen 

Apollo, Griekse God van esthetiek, ooit stond hij
op verdwijnen, maar flatgebouwen hoont hij weg
hij schrijft hier eeuwigheid, meer schone tijden
Jugendstil en Art Nouveau, alles wat ooit neo was 

oneindig wil hij blijven.
 

© bert deben
Antwerpen, dinsdag 16 juni 2009, 1ste Cogels-Osylei gedicht 2009. 

  
 

La Belle Epoque se livre

 (interview met een gevel van de Cogels-Osylei)
.  
Een bus scheurt in te snelle vaart voorbij
het dondert als een onweer op kasseien
verheven laat de gevel het betijen:
“De werkstress van de wegwerpmaatschappij !” 

“We hebben het gezien doorheen de tijden,
veranderingen, hoogmoed voor de val
senators, officieren, boven al
de Bourgeoisie !  Maar laat U niet misleiden …” 

“Bijna vervallen werden we verstoten.
We kostten geld, we moesten ruimte maken
voor Amelinckx ! We lieten alles kraken –
in oorlog zoekt men vreemde bondgenoten !” 

“Absurd, niet waar, dat het de hippies waren
die zich voor praalzucht hebben ingezet.
La Belle Epoque, door ‘werkschuw tuig’ gered !
Nu zijn ze ingeburgerd met de jaren !” 

“Kunstenaars, architecten, journalisten,
ze hebben zich gesetteld, zijn gebleven,
wij geven hen bezieling voor het leven,
zoals wij schoonheid geven aan toeristen !” 

Dan begint de oude gevel heel spontaan
over naakt zijn voor een lens en graag poseren
en vraagt of ik hem wil fotograferen.
Ik antwoord heel beleefd dat ik moet gaan, 

maar vraag hem nog een slotzin voor ik stop.
Weer stormt een bus voorbij, ik merk zijn wrevel
“Dat verkeer moet dringend zachter !” zegt de gevel,
als ik ga, haalt hij hautain de schouders op.
 

© bert deben
Barcelona/Antwerpen, juni 2009, 2de Cogels-Osylei gedicht 2009.
 
 
  foto’s maart 2016 - © bert deben
 


donderdag 9 juli 2009

Je was wat moeilijk – zei je van jezelf

 .
Je was wat moeilijk – zei je van jezelf 
zoende je nogmaals en verliet 
met sier mijn hemelgewelf  

in mijn achterzak een klein zwart gat 
waaruit je niet snel zou ontsnappen 
en een bundeltje met grappen 
die vroeger al succes hadden gehad 

je lachte zoals ik zelden had ervaren 
karakter op een bedje van buiten de stad 
met in jouw ogen tederheid 

maar toen ik voor jou op mijn knieën zat 
zei jij dat het de pilletjes waren. 


© bert deben 
Antwerpen, donderdag 9 juli 2009, voor Ruud.