Skrik De Schreeuw
Jeg gik bortover Ik liep over
veien med to de weg met twee
venner – så gik vrienden – toen ging
solen ned de zon onder
Himmelen ble De hemel werd
pludseli blodi rø plotseling bloedrood
– Jeg standset, lænet – Ik bleef staan, leunde
mig til gjæret træt vermoeid, tegen het hek
til døden – over den tot ik erbij neerviel – boven de
blåsorte fjor og by blauwzwarte fjord en de stad
lå blod i ildtunger hing bloed in vuurtongen
Mine venner gik Mijn vrienden liepen
videre og jeg sto verder en ik stond
igjen skjælvende trillend nog
af angest – van angst –
og jeg følte det gik et en ik voelde hoe een
stort uenneligt grote onverdraaglijke
skrig gennem schreeuw doorheen
naturen de natuur ging
Posts tonen met het label vertaling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vertaling. Alle posts tonen
dinsdag 9 juni 2026
Skrik | De Schreeuw - Edvard Munch
Edvard Munch - Geschrei - Skrik 1893 - zwart-wit lithografie Museum De Reede, Antwerpen
kopie pagina uit schetsboek (1892) Edvard Munch - Museum De Reede, Antwerpen
origineel bevindt zich in het Munchmuseet Oslo
Labels:
angst,
Antwerpen,
De Reede,
Edvard Munch,
ets,
kunst,
museum,
Noorwegen,
schilderij,
vertaling
donderdag 11 september 2025
Désarroi | Verslagenheid
VerslagenheidDe vrouwen van Jeruzalem
Ze staan aan de kant van de weg. Verwijderd.De volgelingen van het eerste uurverbannen van de kruisweg.De discipelen, de gelovigenverbannen van hun aanhankelijkheid“En wij die hoopten ...”
Aan de rand van de wegworden ze beladen met onze vragenen onze opstandigheid.Om zwanger te worden van onze eenzaamheiden hoop te baren.
Statue bronze / bronzen beeld : Thierry PapartMichel Teheux (hertaling : bert deben) .
Méditation / bespiegeling : Michel Teheux (hertaling : bert deben)
Exposition / tentoonstelling : ‘Ecce Homo ! Voici l’Homme !’
Collégiale Notre-Dame et Saint-Domitien de Huy
Collégiale Notre-Dame de Huy — Wikipédia
zaterdag 16 mei 2020
In Memoriam D. O. M. (Chestnut candles are lit again) - William Kerr
.
.
In Memoriam D. O. M.
Kastanje kaarsen worden weer
aangestoken
Voor de doden die in het
voorjaar stierven:
Dode geliefden lopen door de
boomgaard,
Waar zielloze koekoeken zingen.
Zijn zij het die leven en wij
die dood zijn?
De lente weet nauwelijks
Waarom vandaag de dag de koekoek
roept,
En de witte bloesem waait.
Luister en aanhoor hoe vrolijk
de wind
Fluistert en luchthartig
verhaalt:
'Uw liefde is zoet als meidoorn,
Uw hoop zo groen als het gras.
Maar de meidoorn bezwijmt en verdwijnt,
En in de herfst versterft het
gras;
Doch, leef verder, en aanschouw
de lente
Met ogen van eeuwigheid.'
William Kerr
Uit ‘The Apple Tree’ (1927)
Vertaling © bert deben, mei
2020.
Over William Kerr is amper iets
geweten, buiten dat er slechts 1 dunne bundel van hem werd uitgebracht. Meer gedichten kan men vinden op:
Labels:
2020,
dood,
Engelstalig,
english,
klassieker,
vertaling,
William Kerr
zondag 1 december 2019
Selbstbild / Zelfbeeld - Egon Schiele
.
EIN SELBSTBILD.
ICH BIN FÜR MICH UND DIE, DENEN
DIE DURSTIGE TRUNKSUCHT NACH
FREISEIN MIR ALLES SCHENKT,
UND AUCH FÜR ALLE, WEIL ALLE
ICH AUCH LIEBE, - LIEBE.
ICH BIN VON VORNEHMSTEN
DER VORNEHMSTE
UND VON RÜCKGEBERN
DER RÜCKGEBIGSTE
ICH BIN MENSCH, ICH LIEBE
DEN TOD UND LIEBE
DAS LEBEN."
ICH BIN FÜR MICH UND DIE, DENEN
DIE DURSTIGE TRUNKSUCHT NACH
FREISEIN MIR ALLES SCHENKT,
UND AUCH FÜR ALLE, WEIL ALLE
ICH AUCH LIEBE, - LIEBE.
ICH BIN VON VORNEHMSTEN
DER VORNEHMSTE
UND VON RÜCKGEBERN
DER RÜCKGEBIGSTE
ICH BIN MENSCH, ICH LIEBE
DEN TOD UND LIEBE
DAS LEBEN."
.
Egon Schiele (1910)
.
. ..
EEN ZELFBEELD.
IK BEN
VOOR MEZELF EN DEGENE DIE
DE DORSTIGE DRANKZUCHT NAAR
VRIJ ZIJN MIJ ALLES SCHENKT,
EN OOK VOOR IEDEREEN, OMDAT IK IEDER
OOK LIEF HEB, - LIEFDE.
IK BEN VAN VOORNAAMSTEN
DE VOORNAAMSTE
EN VAN TERUGBEZORGERS
DE BEZORGSTE
IK BEN MENS, IK HOU VAN
DE DOOD EN HOU VAN
HET LEVEN."
DE DORSTIGE DRANKZUCHT NAAR
VRIJ ZIJN MIJ ALLES SCHENKT,
EN OOK VOOR IEDEREEN, OMDAT IK IEDER
OOK LIEF HEB, - LIEFDE.
IK BEN VAN VOORNAAMSTEN
DE VOORNAAMSTE
EN VAN TERUGBEZORGERS
DE BEZORGSTE
IK BEN MENS, IK HOU VAN
DE DOOD EN HOU VAN
HET LEVEN."
Egon Schiele (1910)
hertaling: bert deben (2019)
Egon Schiele: Ein
Selbstbild
07.1910 - Blaustift
auf Papier - 30 x 19 cm
maandag 8 oktober 2018
Verleuren paradies / Verloren paradijs Hans Heyting
Verloren
paradijs
Boerderijen achter meidoornhagen
trillen in de hitte van de
zon.
Een kleine kat slaapt op een
regenton.
De vlier begint groene kralen te
dragen.
De kamers slapen in het stille
middaguur
achter de schemer van de
blinden.
Een lome windvlaag bladert in de
linden.
Een wijndruif stuift tegen de
muur.
Twee zware paarden trekken een
roggewagen
over de blakerende keienstraat;
de lege schuur verwacht het
zaad,
want korter worden zomerdagen.
Het ging voorbij; de jaren hebben
voorgoed
mij uit dat zomerparadijs
verdreven.
De herfst is daar – en mij is
gebleven,
heimwee en warmte, bezonken in
mijn bloed.
Hans Heyting
Uit: ‘Toegift’, 1983
Vertaling
uit het Drents: Simone van der Veen / bert deben
Illustratie:
Evert Musch
zaterdag 11 november 2017
de oorlog ontvlucht - Eva Limbach
.
de oorlog ontvlucht
een jongen speelt
met zijn pantserwagen
*****
dem Krieg entflohen
ein Junge spielt
mit seinem Panzer
*****
escaped from war
a boy plays
with his tank
© Eva Limbach
Eva Limbach is een Duitstalige
dichteres die vooral haiku, senryu, haibun en tanka schrijft en met Engelse vertaling er bij publiceert op haar website Mare Tranquillitatis.
Nederlandse omzetting: bert deben
donderdag 7 september 2017
Zo sterk en toch zo kwetsbaar
SO STARK
UND DOCH VERLETZBAR
DAS VOLK, DER MENSCH
DER WALD, DER BAUM
.
D.H. REITER
Graffiti,
Berlin Wall, East Side Gallery
Zo sterk
en toch zo kwetsbaar
het volk, de mens
het woud, de boom
.
D.H. Reiter
Graffiti, Berlin Wall, East Side Gallery
zaterdag 11 maart 2017
Het bos der afwezigen (El bosque de los Ausentes) - غابة الغائبين
Het
bos der afwezigen (*)
.
In een kleine
olijfboom woont de ziel
van een te jong
gestorven vrouw
in de wortels zoekt
ze naar vrede
in de takken naar de
vlucht uit de chaos
tussen de bladeren vindt
ze de rust van de wind
de wind streelt de
kruin en
neemt haar
herinnering mee
naar andere tijden
de stam van de boom
zal ouder worden
dan menig land in
oorlogsgewoel
en de chaos
verglijden
in eeuwige stilte
als de ziel haar ogen
opent
ziet ze de lijken
en hoort ze
geschreeuw en gekerm
op de heuvel
streelt de wind de
hoofden
van wie hier afwezig
naar stilte verlangt.
© bert deben
Madrid, Parque del Retiro, zondag 8 september 2013.
(*) El bosque de los Ausentes is een heuvel in het Parque del Retiro te Madrid, waar 192 olijfbomen en cipressen geplant werden ter nagedachtenis van de 192 slachtoffers van de terroristische bomaanslagen te Madrid op 11 maart 2004.
Met dank aan Wiam Alsewadi voor haar vertolking naar het Arabisch:
غابة الغائبين
.
في شجرة زيتون صغيرة
تعيش تلك الروح
لأمرأةٍ شابةٍ ، فارقت الحياة
في تلك الجذور..
يبحثون عن السلام
وفي الفروع..
هروب وفوضى
بين الأوراق..
سلامٌ من الرياح
ومداعبات
للذكرى
تداهمنا
من أوقات ألى أخرى
جذع الشجرة تلك
يخبرنا بذلك العمر
وتلك الاضطرابات وقت الحرب
والفوضى
وذلك الانزلاق
في الصمت الأبدي
كما الروح تفتح عينيها
ترى بنظرة
وتسمع صيحات وآهات
على تلةٍ
الرياحُ المُداعباتٌ
غيابٌ
يَتوقُ الى الصمت.
-----------------
مدريد..الاحد
٢٠١٣/٩/٨
bert deben ... بيرت ديبن
ترجمة
وئام السوادي ..هولندا ٢٠١٦/٣/١٣
Wiam Alsewadi
donderdag 23 februari 2017
De Juwelen / Les Bijoux - Charles Baudelaire + La Plainte d'une Perle noire
DE JUWELEN
Mijn lieveling was naakt, en om mijn hart te winnen,
Had ze alleen haar klinkende juwelen aan;
Als in hun blijde jeugd Noord-Afrika’s slavinnen
Was zij door die zo rijke tooi niet te weerstaan.
Haar opschik danst met schel getinkel, lijkt te spotten,
Als zij de wereld van metalen samenbrengt
Met die van edelsteen; ik ben daarop verzot en
’t verrukt me als geluid met lichtglans zich vermengt.
Vanaf haar hoge divan glimlachte ze toen tegen
Mijn liefde, diep gelijk de zee, die langzaamaan
Naar haar, als naar een rotskust, kwam omhooggestegen;
Zo lag ze en zo bood ze mij haar liefde aan.
Met verdroomde air beproefde ze wat poses,
Haar ogen star als een getemde tijgerin,
Nieuwe bekoring kregen haar metamorfoses,
Toen onbevangenheid versmolt met geile zin;
Haar armen en haar benen, lendenen en dijen,
Haar buik, van olie glanzend, welvend als een zwaan,
Mijn helderziende blik mocht zich erin vermeien,
Haar borsten zag ik (ach, als druiventrossen) aan;
Ze lokten me nog meer dan Satans Serafijnen,
De rust verstorend die mijn ziel gevonden had,
Om haar van de kristallen rots te doen verdwijnen
Waarop zij kalm en zelfgenoegzaam nederzat.
Ik dacht in haar een nieuwe mensvorm te ontdekken,
Antiope van heup, een tors van jongeman,
Zozeer bewees haar leest de schoonheid van haar bekken,
En op haar wild, bruin vel werkte de schmink briljant!
- Toen heeft de olielamp zijn schijnsel later smoren,
Alleen het gloeien van de haard was nog niet uit,
En steeds wanneer het vuur vlammend gesis liet horen,
Bevloeide het bloedrood de amber van haar huid!
Charles Baudelaire vertaling Peter Verstegen
n.a.v. het verschijnen van de spraakmakende bundel 'Les fleurs du mal' van Charles Baudelaire, bracht de Nederlandse Stichting Spleen de tweetalige bundel 'Als engel, maar met roofdierogen / je t'adore à l'égal de voûte nocturne' uit, met enerzijds gedichten van Charles Baudelaire, anderzijds reflecties op deze gedichten door andere dichters.
meer info rond de bundel en de voorstellingen hier van kan men vinden op:
ik kreeg 'De Juwelen' toegewezen als gedicht en ook al is de bundel een ode aan Baudelaire, mijn repliekgedicht werd dat heel wat minder. Ik kroop in de huid van de Afrikaanse dame uit het gedicht en schreef van uit een feministische reflex een heel wat minder flatterend antwoord aan de schrijver zelf. Voor sommigen misschien wat ruw en vulgair, maar was nu net Baudelaire dat in zijn tijd ook niet ...
LA PLAINTE D’UNE PERLE NOIRE
Ik ben jouw zwarte hoer, jouw beeld van wat
een vrouw moet zijn, een portie onderdelen
bekken, borsten, dijen, een lichaam dat
alleen nog maar gekleed is in juwelen
en verlangend op en neer schuift rond jouw paal
je noemt mij duivels en een vat vol lust
de zwarte bekroning van jouw bacchanaal
verboden kleur, bezorger van onrust
maar wat ben jij - een grauw lijf vol abcessen
een blanke die, ook al is het gestolen
als alle overheersers hier het geld bezit
een uitbuiter achter woorden verscholen
al beschrijf je nog zo mooi de excessen
ik dans voor een aalmoes op jouw etterend lid.
Bert Deben

.
LES BIJOUX
La très chère était nue, et, connaissant mon cœur,
Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores,
Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur
Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.
Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur,
Ce monde rayonnant de métal et de pierre
Me ravit en extase, et j’aime à la fureur
Les choses où le son se mêle à la lumière.
Elle était donc couchée et se laissait aimer,
Et du haut du divan elle souriait d’aise
À mon amour profond et doux comme la mer,
Qui vers elle montait comme vers sa falaise.
Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté,
D’un air vague et rêveur elle essayait des poses,
Et la candeur unie à la lubricité
Donnait un charme neuf à ses métamorphoses ;
Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins,
Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne,
Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins ;
Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,
S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal,
Pour troubler le repos où mon âme était mise,
Et pour la déranger du rocher de cristal
Où, calme et solitaire, elle s’était assise.
Je croyais voir unis par un nouveau dessin
Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe,
Tant sa taille faisait ressortir son bassin.
Sur ce teint fauve et brun le fard était superbe !
– Et la lampe s’étant résignée à mourir,
Comme le foyer seul illuminait la chambre,
Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir,
Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre !
Charles Baudelaire
.
Pour ma réponse, je me suis mis dans la peau de la femme dans le poème, une femme consciente, féministe et pas vraiment impressioné par l'écrivain:
LA PLAINTE D’UNE PERLE NOIRE
Je suis ta putain noire, ton image de ce
qu’une femme devrait être, un nombre
de portions : des hanches, une poitrine, des cuisses
un corps habillé seulement de bijoux
qui glisse languissant de haut en bas autour de ta bite
tu m’appelles diabolique, un tonneau plein de luxure
couronnement noir de ta bacchanale
couleur interdite, porteuse d’agitation
et toi, qu’es-tu ? – un corps livide plein d’abcès
un homme blanc qui, comme tous les oppresseurs ici
possède tout l’argent, même s’il est volé,
exploiteur se cachant derrière les mots
tu décris voluptueusement les excès, mais moi je danse
sur ta queue suppurante, pour une simple aumône.
Bert Deben
Abonneren op:
Posts (Atom)








