Na het succes van de eerste voorstelling van ‘Het boudoir van de dichtkunst’ komt er wederom een dichtmiddag aan met burlesque dans en erotische poëzie, dit keer in Het einde van de wereld.
Op zaterdag 9 mei 2026 komt Miss Alice Wonders dansen
en dragen dichters Bert Deben, Kat Kreeberg, Kees van Meel, Mereie de Jong, Gwendolyn de Leeuw-Rammeloo en Kees Godefrooij erotische poëzie voor.
Gezamenlijk zullen ze de temperatuur aan boord doen stijgen.
Zaterdag 23 oktober 2021 werd de nieuwe bundel van Stichting Spleen in de reeks ‘Vertalersweelde’ voorgesteld in het Poëziecentrum te Nijmegen. Voor deze bundel werden gedichten van Giorgio Baffo vertaald door Mereie de Jong. Het eerste exemplaar werd tijdens de voorstelling overhandigd aan Zijne Excellentie Giorgio Novello, ambassadeur van Italië. Zondag 7 november volgt er ook nog een voorstelling van de bundel bij Boekhandel Scheltema te Amsterdam.
Giorgio Baffo (1694 – 1768) was o.a. betrokken bij de opvoeding van Casanova en verdiende de kost als magistraat, maar bovenal was hij een vormvaste dichter die zijn inspiratie vond in de seksuele uitspattingen van zijn tijd, waarbij scabreus taalgebruik absoluut niet werd geschuwd. Apollinaire omschreef deze dichter als de grootste ‘poète priapique’ die ooit had geleefd. In 1987 werd er een naamplaat onthuld bij de woning in Venetië waar hij de laatste jaren van zijn leven had doorgebracht.
Dertien hedendaagse dichters, met name: Piet Gerbrandy, Bert Deben, Jos van Hest, Joop Alleblas, Anne-Marie Maartens, Maria Pommerel, Catalijne den Os, Anneke Schampaert, Jolies Heij, Adriaan Krabbendam, O.B. Kunst, Johan Wambacq en Kees Godefrooij, lieten zich inspireren door het werk van Baffo en leverden responsgedichten aan voor de bundel.
Responsgedicht bij gedicht ‘Assonances galantes II / Liefdesklanken II’ van Paul Verlaine voor het Verlaine project met reflecties van vierenvijftig dichters, een uitgave van Stichting Spleen: 18 gedichten van Paul Verlaine in gloedvolle en gloednieuwe vertalingen van Gerda Baardman, Simon Mulder en Mereie de Jong en 58 dichters lieten inspireren door deze gedichten van Verlaine. Met dank aan Kees Godefrooij voor zijn inzet als bezieler van Stichting Spleen, die na deze bundel zal stoppen met uitgeven.
werd gepubliceerd indigitaal tijdschrift Po-e-zine nr 15feb. 2018 + in bundel 'Vertalersweelde - 52 reflecties op Oden 4.1 van Horatius' van Stichting Spleen feb. 2020
Mijn lieveling was naakt, en om mijn hart te winnen, Had ze alleen haar klinkende juwelen aan; Als in hun blijde jeugd Noord-Afrika’s slavinnen Was zij door die zo rijke tooi niet te weerstaan.
Haar opschik danst met schel getinkel, lijkt te spotten, Als zij de wereld van metalen samenbrengt Met die van edelsteen; ik ben daarop verzot en ’t verrukt me als geluid met lichtglans zich vermengt.
Vanaf haar hoge divan glimlachte ze toen tegen Mijn liefde, diep gelijk de zee, die langzaamaan Naar haar, als naar een rotskust, kwam omhooggestegen; Zo lag ze en zo bood ze mij haar liefde aan.
Met verdroomde air beproefde ze wat poses, Haar ogen star als een getemde tijgerin, Nieuwe bekoring kregen haar metamorfoses, Toen onbevangenheid versmolt met geile zin;
Haar armen en haar benen, lendenen en dijen, Haar buik, van olie glanzend, welvend als een zwaan, Mijn helderziende blik mocht zich erin vermeien, Haar borsten zag ik (ach, als druiventrossen) aan;
Ze lokten me nog meer dan Satans Serafijnen, De rust verstorend die mijn ziel gevonden had, Om haar van de kristallen rots te doen verdwijnen Waarop zij kalm en zelfgenoegzaam nederzat.
Ik dacht in haar een nieuwe mensvorm te ontdekken, Antiope van heup, een tors van jongeman, Zozeer bewees haar leest de schoonheid van haar bekken, En op haar wild, bruin vel werkte de schmink briljant!
- Toen heeft de olielamp zijn schijnsel later smoren, Alleen het gloeien van de haard was nog niet uit, En steeds wanneer het vuur vlammend gesis liet horen, Bevloeide het bloedrood de amber van haar huid!
ik kreeg 'De Juwelen' toegewezen als gedicht en ook al is de bundel een ode aan Baudelaire, mijn repliekgedicht werd dat heel wat minder. Ik kroop in de huid van de Afrikaanse dame uit het gedicht en schreef van uit een feministische reflex een heel wat minder flatterend antwoord aan de schrijver zelf. Voor sommigen misschien wat ruw en vulgair, maar was nu net Baudelaire dat in zijn tijd ook niet ...
Ik ben jouw zwarte hoer, jouw beeld van wat een vrouw moet zijn, een portie onderdelen bekken, borsten, dijen, een lichaam dat alleen nog maar gekleed is in juwelen
en verlangend op en neer schuift rond jouw paal je noemt mij duivels en een vat vol lust de zwarte bekroning van jouw bacchanaal verboden kleur, bezorger van onrust
maar wat ben jij - een grauw lijf vol abcessen een blanke die, ook al is het gestolen als alle overheersers hier het geld bezit een uitbuiter achter woorden verscholen
al beschrijf je nog zo mooi de excessen ik dans voor een aalmoes op jouw etterend lid.
La très chère était nue, et, connaissant mon cœur, Elle n’avait gardé que ses bijoux sonores, Dont le riche attirail lui donnait l’air vainqueur Qu’ont dans leurs jours heureux les esclaves des Mores.
Quand il jette en dansant son bruit vif et moqueur, Ce monde rayonnant de métal et de pierre Me ravit en extase, et j’aime à la fureur Les choses où le son se mêle à la lumière.
Elle était donc couchée et se laissait aimer, Et du haut du divan elle souriait d’aise À mon amour profond et doux comme la mer, Qui vers elle montait comme vers sa falaise.
Les yeux fixés sur moi, comme un tigre dompté, D’un air vague et rêveur elle essayait des poses, Et la candeur unie à la lubricité Donnait un charme neuf à ses métamorphoses ;
Et son bras et sa jambe, et sa cuisse et ses reins, Polis comme de l’huile, onduleux comme un cygne, Passaient devant mes yeux clairvoyants et sereins ; Et son ventre et ses seins, ces grappes de ma vigne,
S’avançaient, plus câlins que les Anges du mal, Pour troubler le repos où mon âme était mise, Et pour la déranger du rocher de cristal Où, calme et solitaire, elle s’était assise.
Je croyais voir unis par un nouveau dessin Les hanches de l’Antiope au buste d’un imberbe, Tant sa taille faisait ressortir son bassin. Sur ce teint fauve et brun le fard était superbe !
– Et la lampe s’étant résignée à mourir, Comme le foyer seul illuminait la chambre, Chaque fois qu’il poussait un flamboyant soupir, Il inondait de sang cette peau couleur d’ambre !
Charles Baudelaire .
Pour ma réponse, je me suis mis dans la peau de la femme dans le poème, une femme consciente, féministe et pas vraiment impressioné par l'écrivain:
Je suis ta putain noire, ton image de ce qu’une femme devrait être, un nombre de portions : des hanches, une poitrine, des cuisses un corps habillé seulement de bijoux
qui glisse languissant de haut en bas autour de ta bite tu m’appelles diabolique, un tonneau plein de luxure couronnement noir de ta bacchanale couleur interdite, porteuse d’agitation
et toi, qu’es-tu ? – un corps livide plein d’abcès un homme blanc qui, comme tous les oppresseurs ici possède tout l’argent, même s’il est volé, exploiteur se cachant derrière les mots
tu décris voluptueusement les excès, mais moi je danse sur ta queue suppurante, pour une simple aumône.
Antwerpen,
donderdag 6 augustus 2015, tussen 1 en 2 ’s nachts.
.
'Android' werd gepubliceerd samen met vier andere gedichten van mij: 'Een engel maakte open'+ 'FF' + 'Tederheid' + 'Ik dacht aan jou toen ik het deed'
in ‘Erotica! Deel II - 130 erotische gedichten voor bijna niets’:
Op zondag 25 oktober 2015 werd ‘Erotica! Deel II - 130 erotische
gedichten voor bijna niets’ voorgesteld in café Eijlders te
Amsterdam (start 19 u).Deze
vervolgbundel Op 'Erotica! 150 erotische gedichten’ is opnieuw een initiatiefvan dichter Kees
Godefrooij.