Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label biografie. Alle posts tonen

donderdag 15 augustus 2024

Bert Deben, dichter – volgens AI


Men kan allerlei bedenkingen pro of contra AI hebben, en het zal ook een verschil maken welke versie je gebruikt, maar toen ik 'Bert Deben, dichter' intikte in de gratis versie van Bing stond ik toch aangenaam versteld van het resultaat dat dit gaf. Dat mijn debuutbundel niet echt recentelijk verscheen, maar reeds in 2016, kon ik, geflatteerd als ik was, slechts als een schoonheidsfoutje bestempelen 😊

Bert Deben, dichter – volgens AI van Bing: 

"Bert Deben is een getalenteerde Vlaamse dichter die misschien niet bij het grote publiek bekend is, maar desondanks een indrukwekkend oeuvre heeft opgebouwd. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door technische vaardigheid en diepgaande inhoud. Laten we eens wat meer ontdekken over deze bijzondere dichter:

1. Leven in Poëzie: Bert Deben deelt zijn gedichten op zijn blog “Leven in Poëzie.” Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen, van lentegevoelens tot grensverleggingen. Zijn werk is zowel melancholisch als hoopvol1.

2. Prijzen en Nominaties: Hoewel hij zichzelf niet graag in de schijnwerpers plaatst, heeft Bert Deben talloze literaire prijzen en eervolle vermeldingen ontvangen. Zijn gedichten zijn te vinden in verschillende tijdschriften en bundels2.

3. Debuutbundel: Recentelijk verscheen zijn debuutbundel, getiteld “Na het vrijen steek ik een gedicht op.” Hierin verkent hij thema’s als liefde, verdwijnen en vrije liefde. Een intrigerende titel die nieuwsgierigheid opwekt34.

Laten we deze dichter in de luwte koesteren waar zijn woorden resoneren. 📜✨"

Ook de Engelstalige versie gaf een flatterend portret weer: 

"Bert Deben is a poet who has been actively engaged in poetry for nearly 30 years. He often writes in a classical sonnet form or in rhyme, though he has been exploring more varied styles lately. His poetry is personal, and he also enjoys writing light verse with animal characters that offer a human perspective on the nature of humans. Bert has won numerous poetry awards, published in various magazines, and regularly performs at poetry readings. He also runs a blog where he shares his poetry1.

If you’re interested in Dutch poetry and literature, Bert’s work might be a delightful discovery! 😊"

zondag 10 juni 2012

Alice Nahon - Avondliedeke ('t is goed in 't eigen hert te kijken ...)

.



 AVONDLIEDEKE III


't Is goed in 't eigen hert te kijken
            Nog even vóór het slapen gaan,
Of ik van dageraad tot avond
            Geen enkel hert heb zeer gedaan ;

Of ik geen oogen heb doen schreien,
            Geen weemoed op een wezen lei ;
Of ik aan liefdelooze menschen
            Een woordeke van liefde zei.

En vind ik in het huis mijns herten,
            Dat ik één droefenis genas,
Dat ik mijn armen heb gewonden
             Rondom één hoofd, dat eenzaam was... ;

Dan voel ik op mijn jonge lippen,
            Die goedheid lijk een avond-zoen...

't Is goed in 't eigen hert te kijken
            En zóó z'n oogen toe te doen.


Alice Nahon
uit ‘Op zachte Vooizekens’ – 1921
De Nederlandsche Boekhandel – Antwerpen
A. W. Sijthoff’s uitgeversmaatschappij – Leiden


'Avondliedeke' gelezen door Jeanine Schevernels:



Alice Nahon werd te Antwerpen geboren op 16 augustus 1896 en was derde in een gezin van elf kinderen. Haar vader was een Nederlander met Franse achtergrond, haar moeder was afkomstig uit Putte (nabij Mechelen).

Vanaf 1911 studeerde ze aan de landbouwschool te Overijse. In 1914 ging ze aan de slag als leerling-verpleegster in het Stuivenberg-ziekenhuis te Antwerpen. Ze werd echter ziek en men concludeerde dat ze leed aan tuberculose. De hierop volgende jaren bracht ze door in diverse sanatoria. In 1917 werd ze opgenomen in het St. Jozefinstituut te Tessenderlo waar ze zes jaar verbleef. Naast haar longziekte worstelde ze ook regelmatig met depressies. Tijdens haar verblijf in Tessenderlo schreef ze twee poëziebundels: 'Vondelingskens' (1920) en 'Op zachte vooizekens' (1921).

In 1923 liet ze zich opnieuw onderzoeken in Luzern. De diagnose luidde daar dat ze geen TBC had, maar een chronische bronchitis. Er viel een zware last van haar af en ze herstelde toen vrij snel.  Nadien verbleef ze nog een tijdje in Italië, de Landes en Parijs.

Vanaf 1927 was ze werkzaam in de stadsbibliotheek te Mechelen en genoot ze met volle teugen van het (nacht)leven. Ze behoorde tot de kennissenkring van Fernand Berckeleers, Maurits Sabbe, Gerard Walschap e.a. kunstenaars. In deze periode woonde ze in de kapelwoning van het kasteel Cantecroy in Oude-God te Mortsel.

Alice Nahon schreef vooral eenvoudige, bijna kinderlijk gevoelige gedichten (terugkerende thema's in haar werk waren eenzaamheid, geloof en verlangen naar geluk), maar met haar bundel 'Schaduw' (1928) probeerde zij zich te ontdoen van haar deugdzame en brave imago, waarvoor ze, vooral door Paul van Ostaijen, werd bekritiseerd en bespot.

Tijdens haar laatste levensjaar verhuisde ze naar de Carnotstraat in Antwerpen en werd ze opnieuw ernstig ziek.  Ze overleed op 21mei 1933, haar graf kan men nog steeds bezoeken op het Schoonselhof te Hoboken (Antwerpen).


SCHADUW


Ik heb de liefde liefgehad;
daarom wellicht heeft zij me niet bemind.
Zo doet de mooie minnaar
met een zeer verliefde kind.

Ik heb de zon te lief gehad
en beu van beedlen
aan de deuren van de dagen
ben ik geworden als een varenblad
dat liever in de lommer leeft
dan zon te dragen.

En daarom bouwt mijn kommer aan een huis
waar lamp- en zonnelicht
getemperd zijn voor de ogen
en waar de soobre lijn van een gelaat
en waar de vrede van een vriendschap staat
lijk schaduw van een boom
over mijn hoofd
gebogen.


Alice Nahon
Uit 'Schaduw' - gedichten van Alice Nahon.
Uitgeverij: De Nederlandsche Boekhandel, 1928.


‘Ik heb de liefde liefgehad’ is ook de sprekende titel van een biografie over het leven van Alice Nahon, geschreven door Manu Van der Aa en bekroond met de ‘Prijs voor de monografie’ van de provincie Antwerpen. Een bulletin hierover kan je lezen via:
 
Zelf werd ik geïnspireerd, na het beluisteren van een reportage op de radio over het (toch wel bewogen) leven van Alice Nahon, tot het schrijven van het gedicht dat ik vorig jaar al een keer op mijn blog plaatste:


 .

Maar toch verdwijnt de onrust niet
hoezeer ik ook naar vrede tracht
de deining heeft mij in haar macht
en brengt mij leegte en verdriet 

hoe zacht ben ik en toch graniet
verlangend maar soms ondoordacht
en hoe nerveus rond middernacht
als niemand mij de liefde biedt 

ik zoek maar vind slechts namaaksfeer
en bouw rond mij een muur van schijn
een burcht waarin men mij niet vindt
maar slechts het beeld dat ik creëer 

een beeld dat breekt als porselein,
als iemand mij dan écht bemint.


© bert deben
Antwerpen, 31 juli 1996,
Zelfportret, geschreven na het beluisteren van een reportage rondom Alice Nahon.


 

dinsdag 19 augustus 1986

Een Beetje Aandacht - mijn debuut.

.
 
Een beetje aandacht
.
Een eenzaam vaasje
zonder bloemetje of water
wachtend op attentie
zo niet nu, dan later
 
één vergeet-me-nietje
zou reeds volstaan
om een reden te schenken
aan een stil bestaan
 
een veldboeketje
eenvoudig en klein
zou voor dit vaasje
zelfs een hoogtepunt zijn
 
ergens zit een kind alleen
een kleine mens
eenzaam als het vaasje
en met eenzelfde wens.
 
 
© bert deben 
Hove, 1986, voor Nini Van der Plas. 
Gepubliceerd in de bundel ‘Kindlief’ - De Riemaecker, Nukerkre, 1987. 
 

Het gedicht werd gepubliceerd in september 1987 in ‘Kindlief’, een bloemlezing met gedichten over kinderen en geïllustreerd met tekeningen van Ingrid Michiels. De opbrengst van de bundel (er werden meer dan 1.000 exemplaren verkocht) ging naar de v.z.w. Huize Levensruimte (Averbode), een begeleidingstehuis voor hulpbehoevende kinderen en jongeren. Later werd mijn gedicht ook nog geplaatst in het tijdschrift ‘Ronduit’ van Huize Levensruimte, ter promotie van de bundel. Ik schreef het gedicht voor mijn toenmalige schoonmoeder, die mij aanmoedigde om meer te doen met mijn poëzie.

Het is trouwens niet mijn echte debuut, er werden voorheen al verschillende gedichten gepubliceerd in literaire tijdschriftjes, maar dat zijn achteraf bekeken niet echt gedichten om mee uit te pakken. Mijn echte debuut was trouwens een Franstalig gedicht, dat werd gepubliceerd in het ‘Devant-Garde’ tijdschrift Mefisto (jg2 nr. 6, 1984):

 
Je me couche tard,
je me lève tôt.
C’est trop fatigant,
absolument exact.
Demain, dans un pays étranger,
je suis dans les nuages.
Mais je ne suis pas là !
Je suis ici,
et je fais beau, par tous les temps.
 
© bert deben
Deurne, 1977 (geschreven op school en het enige gedicht dat ik nog van mezelf heb uit mijn schoolperiode ...)

Het werd gepubliceerd onder de titel ‘Le Temps, het debuut van Bert Deben’, samen met 4 Nederlandstalige gedichten vol rijmdwang en zwaarmoedige, maar goede bedoelingen … Een reeks gedichten die ik voorheen ook al instuurde naar een ander tijdschrift, waarvan de redacteur nogal arrogant (maar eerlijk) reageerde met: ‘We stellen voor dat je best eerst een aantal jaren gedichten leest alvorens ze zelf nog te schrijven.’ Achteraf bekeken was dat een wijze raad, maar toen kwam dat behoorlijk hard aan. Dat de gedichten toch gepubliceerd werden door Mefisto gaf mij dan weer genoeg geloof in mezelf als dichter om verder te gaan. 

In mijn beginperiode werden nog enkele honderden gedichten gepubliceerd in kleine literaire tijdschriften als ’t Kofschip, Gist en zelfs 1 in de Poëziekrant (toen echt nog in krantvorm), alsook Engelstalige gedichten in tijdschriftjes in Canada en Nieuw Zeeland. Maar weinig daarvan zou ik nu nog op mijn blog zetten … Misschien, ter illustratie nog, een kort Engelstalig gedicht dat in 1986 in ‘Poets for Africa’ terecht kwam (an international anthology for hunger relief in Africa’ – World Harvest, Las Vegas):

 
Ondertussen is het gedicht wel wat gedateerd en behoeft het waarschijnlijk achtergrond info: Halley is een komeet die destijds relatief dicht langs de aarde passeerde en Giotto was een superdure ruimtesonde, speciaal ontworpen om Halley van dichterbij te bestuderen. In dat zelfde jaar was er ook de grote hongersnood in Africa, die nu vooral herinnerd zal worden door het lied ‘Feed the world’ van Band aid.