Posts tonen met het label Guido Gezelle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Guido Gezelle. Alle posts tonen

zondag 11 juli 2021

Boomen - Guido Gezelle

.

 
  B O O M E N
 
    Hoe eigen zijn de boomen al,
    van dracht en groeibaarheid:
de hulst en bloot zijn' takken nooit,
hoe fel de buien berschen;
     de beukenboom zijn' handen naar
     den hemel openspreidt;
en, slaande, schijnt de berkenroe
den wilden wind te derschen!
 
    Op wacht, en achter 't water, staan,
    gekroond met immer versch
gewaai, de dikke koppen van
de ontaarde wilgenstompen;
     en de elzenhouten stammen zie 'k,
     verzopen onder 't gers
der natte zompe, allengerhand
ze leêg- en droogepompen.
 
    Den eekenboom bewondere ik,
    die, wortelvast, alleen,
in 't slaghout, en van krachten en
van schoonheid heel gebleven,
     de keizer schijnt, het opperhoofd,
     de herder, algemeen,
der machtelooze rijzels, die
beneên zijn' grootheid beven.
 
    Het schaduwvolle lindenloof
    te geren schouwe ik aan,
van geur onovertroffen, als 't
aan 't bloeien is; en 't ronken
     der bezigzijnde bietjes, op
     de blommen en de blaân,
is zoete, alsof er harpen langs
de lindenlanen klonken.
 
    Die de eerste, die de laatste zijt,
    in 't warme, in 't koude jaar,
hoogstammig, hooggespilde, hoog-
getopte abeelen, binnen
     uw' alderhoogsten gaffel zit
     het schilde vogelpaar
dat schetterbekt, zijn luchtgebouw
zorgvuldiglijk te ontginnen.
 
    En, verre en na, gedoken in
    den essche, en in den iep;
in doorenhagen, dennenhout,
in olmen, in platanen;
     in appel-, pere- en kriekelaar,
     zoo roert er een gepiep
van vogels, die voor vogels, hun'
oorije, de wegen banen.
 
    Terwijl, geschoten hemelwaards,
    als uit nen boge, snel,
den espenboom ik striemen zie
van verre; en teeken geven
     dat hier, in onze lucht en in
     de veie gronden fel,
van 't vogelvolle Vlanderland,
nog boomen staan, die leven.
 

Guido Gezelle (Brugge, 1 mei 1830 – 27 november 1899)
Uit 'Rijmsnoer' (Schrikkelmaand)

 

website rond Guido Gezelle:
wikipedia Guido Gezelle:
een bloemlezing van gedichten van Gezelle:

woensdag 13 februari 2013

Dien Avond en die Roze - G. Gezelle

.
 .
Dien Avond en die Roze
.
'k Heb menig menig uur bij u
gesleten en genoten,
en nooit en heeft een uur met u
me een enklen stond verdroten.
'k Heb menig menig blom voor u
gelezen en geschonken,
en, lijk een bie, met u, met u,
er honing uit gedronken;
maar nooit een uur zo lief met u,
zo lang zij duren koste,
maar nooit een uur zo droef om u,
wanneer ik scheiden moste,
als het uur wanneer ik dicht bij u,
dien avond, neergezeten,
u spreken hoorde en sprak tot u
wat onze zielen weten.
Noch nooit een blom zo schoon, van u
gezocht, geplukt, gelezen,
als die dien avond blonk op u,
en mocht de mijne wezen !
Ofschoon, zo wel voor mij als u,
-wie zal dit kwaad genezen ?-
een uur bij mij, een uur bij u,
niet lang een uur mag wezen;
ofschoon voor mij, ofschoon voor u,
zo lief en uitgelezen,
die roze, al was 't een roos van u,
niet lang een roos mocht wezen,
toch lang bewaart, dit zeg ik u,
't en ware ik 't al verloze,
mijn hert drie dierbre beelden: U,
dien avond - en - die roze !


Guido Gezelle
Geschreven op 1 november 1858
, voor zijn leerling Eugeen van Oye.
  


Guido Gezelle is zowat de bekendste dichter uit het Vlaamse taalgebied.  Voor velen is hij de priester-dichter, voor anderen dan weer de man die opkwam voor een officieel gebruik van het Vlaams, voor de meeste is hij vooral de dichter die speelde met klanken en woorden, en zangerige zinnen neerzette als ‘O Krinklende winklende waterding, met ‘t zwarte kabotseken aan …’ in klinkende gedichten als ‘Het Schrijverke’.
 
Voor mij is hij vooral de schrijver van ‘Dien Avond en dien Roze’, zowat het mooiste liefdesgedicht ooit geschreven door een man voor een man.  Hij schreef het voor zijn toen 18 jarige leerling, Eugène van Oye.  Het werd meteen ook zijn meest controversiële gedicht, want er een liefdesverklaring in lezen was iets wat natuurlijk niet kon of mocht en dat werd dan ook (en wordt nog steeds)  door de Katholieke achterban van Gezelle ten stelligste ontkend.  
 
Feit is dat Gezelle als leraar poëzie te Roeselare later werd ontslagen en overgeplaatst naar Brugge, vanwege een ‘te nauwe band met zijn leerlingen’.  Wat daar precies achter stak, zal men waarschijnlijk nooit te weten komen, waardoor er vooral meer reden overblijft voor speculatie. 
 
Interessant om weten in deze is ook hoe het verder verging met Eugène van Oye, de leerling voor wie het gedicht op 1 november 1858 geschreven werd.  Nog in dat zelfde jaar werd hij door zijn vader weggehaald van het Klein Seminarie te Roeselare, om hem ‘te onttrekken van de invloed van Guido Gezelle’.  Later zou Eugène van Oye, net als zijn vader, arts worden, maar zijn liefde voor de poëzie en het schrijven bleken echter sterker te zijn, wat hem o.a., als toneelschrijver, in 1924 de Staatsprijs voor Vlaamse toneelletterkunde opleverde. 
 
wie meer wil weten over Eugène van Oye:
website rond Guido Gezelle:
wikipedia Guido Gezelle:
een bloemlezing van gedichten van Gezelle:
 

 

zondag 30 juli 2006

Wiegeliedeke

 

.

Wiegeliedeke

            (vrij naar Guido Gezelle)

Oh rinkelende tinkelende prateding

met schijnende lichtekes aan

kleine toetskes met cijferkes op

opdat menskes elkander verstaan

 

is het een bezet Palestijneke dat belt

een Jodeke of Amerikaan

een leiderke van de G7

die beslist over wie er leven mag

of belt daar een stoute Afghaan

 

is het een meldingske

van een bommeke boem

een aanslagske, een inslagke van een raket

en werd daar een teksteke

op dat blinkende schermke gezet

 

toetste hij wat letterkes in

en schreef hij zo een berichteke bot

dat hij moordekes pleegt

in den heilige name van God

 

en gaat dat met bloed en

met tranekes gepaard

een antwoordeke zal volgen

als er strakses 

weer belwaardeke staat op de kaart.

 

© bert deben

trein Antwerpen – Rotterdam, zondag 30 juli 2006.