zondag 23 juni 1996

Ik hoef geen luxe, geen kasteel




Ik hoef geen luxe, geen kasteel 
ik wil slechts een geliefde zijn 
een jongen uit een magazijn 
die deel uitmaakt van een geheel 

een stukje maar, een onderdeel 
van iemand waar ik in verdwijn 
waarmee ik even één kan zijn 
ik eis van ’t leven niet zoveel 

ik wil slechts schoonheid, poëzie 
wat zon en ’s avonds maneschijn 
een regenwolk in een woestijn 

en liefde geven aan al wie 
mij warmte schenkt of energie 
een lichaam om in thuis te zijn. 


© bert deben
Château de Petit Rechain, zondag 23 juni 1996, voor Robert. 



Je n’ ai ni besoin de luxe ni de château
je veux être juste un amant
un garçon d’ un entrepôt
qui fait partie d’ un tout

juste une part, une partie
de quelqu’un en qui je puisse disparaître
avec qui je puisse être un pour un moment
je n’ exige pas tant de la vie

je veux juste de la beauté, de la poésie
un peu de soleil et un clair de lune
un nuage de pluie dans un désert

et donner de l’ amour à tous ceux qui
me donnent de la chaleur ou de l’ énergie
un corps pour être chez soi. 
 
 
© bert deben
pour Robert. 
 


originele versie werd gepubliceerd in literair tijdschrift Gist jg.20 nr. 6  

maandag 3 juni 1996

Hugo, een sonnettencyclus


I.

Gewoonweg Hugo heette hij
hij was perfect in het beminnen
en ik zodanig buiten zinnen
dat rede snel verdween voor mij

’t verblinde ons hier allebei
en telkens mocht ik meer ontginnen
liefkozend lokte hij mij binnen
een hoogtepunt kwam naderbij

zijn omgeploegde ondergrond
behoorde enkel mij nog toe
hij keek naar hoe ik in hem ging

geen remming meer, met open mond
werd ik in hem verzadiging
en even niet meer levensmoe.

II.

Heel even niet meer levensmoe
mocht ik met hem de liefde delen
en gaandeweg de wil bespelen
zo gaven wij aan vrijheid toe

we braken beiden een taboe
door niets aan lusten te verhelen
het risico kon ons niet schelen
in dit verheven rendez-vous

hij was nog jong, maar heel ervaren
hij wist hoe alles samen hing
de vrije liefde en de nacht

er was geen sprake van bezwaren
ik vulde hem met mij en zacht
werd ik in hem verzadiging.

III.

Werd ik in hem verzadiging
of ben ik enkel klaargekomen
het maanlicht, struikgewas, de bomen
ik deed niet meer dan weer mijn ding

hoe mooi is zo’n herinnering
die vaak en vaag is voorgekomen
hoe vluchtig heb ik hem genomen
terwijl ik toch zijn lof bezing

hoeveel is mij zo’n jongen waard
ik kende noch zijn achtergrond
zijn liefdes- noch zijn levensloop

ik heb hem even aangestaard
hoe hij daar stond, vervuld van hoop
geen remming meer, met open mond.

IV.

Geen remming meer, met open mond
en toen die lach op zijn gezicht
zijn ogen strak naar mij gericht
de blik die toen te lezen stond

misschien is het wel ongegrond
maar nu lijkt het totaal ontwricht
een zwarte rand rond dit gedicht
er was iets dat ik niet verstond

waarom wou hij zo graag onveilig
ik wou, maar onder geen beding
mocht ik van hem bescherming aan

voor mij was dat voorheen steeds heilig
maar de drang verdrong de argwaan
ik keek naar hoe ik in hem ging.

V.

Ik keek naar hoe ik in hem ging
en hoe mijn grens hier werd verschoven
ooit hoorde ik mezelf beloven
dat vreemd en veilig samenhing

terwijl ik mijn verstand verdring
mijn eed zo grondig afgekloven
ik poot mezelf in vreemde hoven
ik wist dat ik een fout beging

hoe dom was ik en ondoordacht
en toch, weet ik, ook aangenaam
een duister spelen met het leven

de liefde van niet eens een nacht
ik heb ze met gevoel bedreven
uitzonderlijk vroeg ik zijn naam.

VI.

Uitzonderlijk vroeg ik zijn naam
maar niet waarom wij niet vermeden
of wat hij vond van wat wij deden
het ging vanzelf, hij was bekwaam

met boven ons de volle maan
misschien was dat de grote reden
geen toekomst was er, geen verleden
alleen heel even slechts de waan

de dood, ik heb hem steeds vereerd
en onverhoeds stond hij voor mij
verleidelijk in schemering

nog steeds door hem gefascineerd
gedenk ik de herinnering
gewoonweg Hugo heette hij.



© bert deben
Turnhout - Antwerpen, 17 april - 3 juni 1996.
Herwerkt, Vogelwaarde 27 november 2021.


donderdag 9 mei 1996

Relikwie


Relikwie  

Ik heb de zwemslip weggegooid 
die ik aan had toen ik jou ontmoette 
de kring heeft zich allicht voltooid   
want ik genoot, maar ook, ik boette 
door al het bittere dat het zoete 
nadien veelvuldig heeft getooid 

het was de laatste relikwie 
waarin ik eerst nog eenmaal zwom 
het klinkt banaal, maar wederom 
verlangde ik al de dingen die 
jij mij toen zo heftig liet beleven  

in de slip kwam alles weer tot leven. 


© bert deben 
Antwerpen, kleedhokje zwembad, 9 mei 1996, 
voor Jan, 7 jaar na 'jij kwam ... jij ging ...'



woensdag 24 april 1996

Miskend poëet steekt stad in brand!


schilderij: 'The madness of Nero' by Eric Armusik 
 

Bericht van Nero  


Ik wou dat ik jouw krant kon zijn
en dat jij mij een keer intens zou lezen
en dat verklaart waarschijnlijk mijn
drang om alsmaar interessant te wezen  

ik doe alvast de meeste gestoorde dingen
om toch jouw aandacht te verkrijgen
van gedichten schrijven tot folteringen
het stemt jou enkel maar tot zwijgen  

wat ik ook doe of wat ik laat
het deert jou niet – je kijkt niet op
je steekt  je hoofd diep in de krant
en leest hoe ’t met de wereld gaat …  

lees morgen maar de krantenkop:
“Miskend poëet steekt stad in brand!” 
 

© bert deben
Turnhout, woensdag 24 april 1996, voor Herman.
 


zaterdag 30 maart 1996

File


Langs rechts rijdt men mij vlot voorbij 
ik zucht, ik blaas, ik tandenknars 
dit zit mij in de file dwars 
ik kies steeds de verkeerde rij 

ik haat de traagheid van de massa 
waarom zijn er toch zoveel mensen 
een file kan ik echt verwensen 
net zoals wachten voor de kassa 

daar kies ik steeds de kortste rij 
maar absoluut gegarandeerd 
heeft iemand een artikel bij 
waarop geen prijs staat genoteerd 
of raakt de kassa geblokkeerd 

gelukkig inspireert dat mij ...


© bert deben 
E30 NL, zaterdag, 30 maart 1996, geschreven af en toe stilstaand in de file op weg 
naar mijn voordracht in Doesburg waar ik het meteen voorlas als openingsgedicht. 


Open Dag in De Oude Vicarie Doesburg, zaterdag 30 maart 1996

.

Tijdens het literaire gedeelte hiervan, o.l.v. Anneke Buys, mocht ik 2 x 10 minuten voordragen, alsook o.a. Anneke zelf en Aloys Oude Weernink.  Het was mijn eerste kennismaking met Lisa van Muylecom, met wie ik later nog geregeld zou samenwerken in Châteaux des Beaux Arts te Rendeux (Belgische Ardennen).