woensdag 17 november 1993

Zwerversliefde - Adriaan Roland Holst


  Zwerversliefde  
.
Laten wij zacht zijn voor elkander, kind -
want, o de maatloze verlatenheden,
die over onze moegezworven leden
onder de sterren waaie'in de oude wind.

O, laten wij maar zacht zijn, en maar niet
het trotse hoge woord van liefde spreken,
want hoeveel harten moesten daarom breken
onder de wind in hulpeloos verdriet.

Wij zijn maar als de blaren in de wind
ritselend langs de zoom van oude wouden,
en alles is onzeker, en hoe zouden
wij weten wat alleen de wind weet, kind -

En laten wij omdat wij eenzaam zijn
nu onze hoofden bij elkander neigen,
en wijl wij same'in 't oude waaien zwijgen
binnen een laatste droom gemeenzaam zijn.

Veel liefde ging verloren in de wind,
en wat de wind wil zullen wij nooit weten;
en daarom - voor we elkander weer vergeten -
laten wij zacht zijn voor elkander, kind.
 

Adriaan Roland Holst (23 mei 1888 – 5 aug. 1976)
Uit: ‘Voorbij de wegen’ 1920.
.
.
Zwerversliefde
          (naar Adriaan Roland Holst) 

laten wij – al is het maar voor deze nacht
mekaar beminnen, als was de hemel eeuwig blauw
en ook al zal er tussen ons nooit sprake zijn van trouw
de vrije liefde mag hier teder zijn en zacht 

en laten wij niet denken, aan wat dan niet mag zijn
terwijl ik jou verwen en wederzijds jij mij verwent
wij samen doen alsof de nacht geen einde kent

niet denkend aan een afscheid of aan pijn 

want zijn wij niet als bladeren, zwervend in de wind
slechts zielen die hier dolen tot het einde van een tijd
en zijn wij dan niet meer dan dat, waarom dan een verwijt
als even maar een eenzaam blad, een ander blad bemint 

al is het dan niet langer dan, niet meer dan maar één nacht
wat dienen wij te doen, dan te genieten en te leven
en zouden wij elkaar intens niet alles mogen geven
uit eerbied voor het toeval dat ons samen heeft gebracht 

dus denk niet aan wat komen kan, of straks weer zal vergaan
ach laten wij die korte tijd niet zinloos zo besteden
maar leef met mij, de hele nacht en in het heden
en laat ons de herinnering voor eeuwig doen bestaan.


© bert deben
Antwerpen, 17 november 1993, voor André.



vrijdag 29 oktober 1993

Wegwerpmaatschappij

 .

Als wij straks elkaar verloren zijn
en kijken in een andere richting
zoekend naar een verse lichting
nieuwe vaten van eenzelfde wijn

en als we dan, op latere termijn
zonder enige verplichting
zonder vormen van betichting
twee vervreemde vrienden zullen zijn

zullen wij dan netjes als tevoren
heel vanzelfsprekend, ik en jij
soms noest, soms zielig en soms blij
anderen beminnen en bekoren

hoe flexibel moet men zijn geboren
in deze wegwerpmaatschappij?


© bert deben
Antwerpen, 29 oktober 1993, voor H. 


 gepubliceerd in Gist jg. 17 nr. 4 - 1994 

woensdag 13 oktober 1993

Post Scriptum

.
       gedicht (1993) werd gepubliceerd in Nieuw Vlaams Tijdschrift/Gierik Jg 12 nr 4 – Nov. 1994
       en in Gist Jg 18 nr 3 – Juni 1995
       foto © bert deben - São Miguel, Açores

vrijdag 13 augustus 1993

De handen op de rug gebonden



De handen op de rug gebonden 
en ingegraven tot de lende 
rondom haar heen een grauwe bende 
vervloekend, snauwend, opgewonden 

van overspel schuldig bevonden 
na een schijnproces, ze ‘bekende’ 
de ergste misdaad die men kende 
de meest aanstotelijke zonde 

iedere steen wordt eerst gecontroleerd 
op een dodende doelmatigheid 
want het lijden eist een vaste tijd 
wat te groot of te klein is wordt geweerd 

met een kei als een vuist wordt god geëerd 
in Iran noemt men dit gerechtigheid. 

 

© bert deben 
Antwerpen, 13 augustus 1993, geschreven na het zien van 
een documentaire over vrouwenmishandeling in de wereld.




zaterdag 7 augustus 1993

Hoe mooi de liefde (in 1993)




Hoe mooi de liefde 
hij die haar zo in de armen neemt 
zittend langs de wandelweg 
zachtjes fluisterend 
en af en toe een zoen 

en wij, twee mannen 
beminnelijk naast elkaar 
slechts onopvallend rakend 
om de mensheid te behoeden 
voor een shock. 


© bert deben 
Ekeren, 07 augustus 1993. 


 

zaterdag 17 juli 1993

Geduld

 

Geduld  
 
Abnormaal maar toch aanvaard
beschaafd tracht zij mij te gedogen
maar draai of keer het, in haar ogen
ben ik voor altijd minder waard

terwijl mijn moeder naar mij staart
plan ik weer nieuwe monologen
al baat het weinig, mijn betogen
het rebelleren voor mijn aard

dus ik bedenk me en berust
in het verachten van de feiten
waarom zou ik alsnog bepleiten
wat zij al weet maar heel bewust
graag in de stilte wil doen slijten
 
waar dit het minst nog verontrust.


© bert deben
Antwerpen, zaterdag 17 juli 1993 


Nominatie Poëziewedstrijd HolebiHuis Vlaams Brabant, Leuven 23 sep. 2009
Gepubliceerd in de bloemlezing ‘uitgelicht’


zondag 11 juli 1993

Onverantwoord als ik ben ...

.


Onverantwoord als ik ben 
eigenzinnig en verstrooid 
houdt U mij maar best gekooid 
en ontneemt U mij de pen 

kijk hoe zielig ik ontwen 
als een iglo die ontdooit 
een gestaalde baar die plooit 
als een omgehakte den 

pers mij uit zoals een vrucht 
en verheerlijk dan de schil 
als een leegte die heel stil 
enkel orde dient en tucht 

haal de zuurstof uit mijn lucht 
als het dat is wat U wil. 


© bert deben 
Antwerpen, zondag 11 juli 1993, voor moeder.  
 


werd gepubliceerd in Gist jg. 16 nr. 6 - 1993