woensdag 6 juni 2012

Afscheid van M. Vasalis

.

AFSCHEID


juli 1947

Wanneer je hand beweegt beweegt mijn ziel –
als je je ogen opslaat stroomt zij vol met licht
– mijn lief, mijn vleugelslag – mijn zwaartekracht.
Ik volg – van ganser harte en volstrekt onvrij
iedere stap, ieder gebaar; iedre verandering van je gezicht
verandert mij.
Nee niets ontbreekt aan onze liefde dan
de onvolmaaktheid – zonder welke men
niet ademen, niet leven kan.

Ik ben te rijk behuisd in je paleis
ik wil weer naar mijn kamertje terug
en niets meer zien en niets meer horen
ik wil weer arm en leeg zijn als tevoren.
Ik-wil-naar-huis!

 
M. Vasalis
(mijn persoonlijk favoriete gedicht van haar)
uit ‘De oude kustlijn’ – uitgeverij G.A. Van Oorschot


M. Vasalis is het pseudoniem van Margaretha Droogleever Fortuyn-Leenmans. 
Ze werd 13 februari 1909 geboren in Den Haag en woonde van 1964 tot haar overlijden op 16 oktober  1998 te Roden.  Haar schuilnaam ‘Vasalis’ is een ombuiging van ‘Vazal’, wat Latijn is voor haar meisjesnaam Leenmans. 

Tijdens haar leven zou Vasalis slechts drie bundels uitbrengen: in 1940 debuteerde zij met ‘Parken en woestijnen’, in 1947  volgde ‘De vogel Phoenix’ en in 1954 ‘Vergezichten en gezichten’.  Haar werk sloeg echter heel erg aan en werd ook veelvuldig bekroond, onder meer met de Constantijn Huygensprijs in 1974 en de P.C. Hooft-prijs in 1982.  Veel van haar gedichten werden echte klassiekers in de Nederlandse literatuur.  Enkele jaren voor haar dood besloot ze toch nog een laatste bundel samen te stellen met nieuw werk, deze kwam postuum uit in 2002 onder de titel ‘De oude kustlijn’.

Ondanks haar bekendheid, koos Vasalis voor een teruggetrokken bestaan.  In 2011 kwam er een Biografie uit over haar, samengesteld door Maaike Meijer, die het unieke leven aantoont van Margaretha Leenmans (Haar jeugd in Den Haag, medicijnenstudie in Leiden, haar specialisatie tot psychiater, een lang verblijf in Zuid-Afrika, haar huwelijk, haar gezin en werk, de vele vriendschappen en correspondenties met andere kunstenaars, schrijvers, dichter en uitgevers).

Meer info over Vasalis kan men vinden op onderstaande links:
http://www.vasalis.nl/
http://nl.wikipedia.org/wiki/Vasalis
meer gedichten van haar kan men lezen op:

Hieronder ook nog een ode van het Letterkundig Museum aan Vasalis 
en haar eigen afsluitingsgedicht ‘Sub Finem’:




SUB FINEM 

En nu nog maar alleen
het lichaam los te laten -
de liefste en de kinderen te laten gaan
alleen nog maar het sterke licht
het rode, zuivere van de late zon
te zien, te volgen - en de eigen weg te gaan.
Het werd, het was, het is gedaan.


M. Vasalis (1909 - 1998)
uit ‘De Oude Kustlijn’

.

maandag 4 juni 2012

De dood is mooier dan het leven

.

 
De dood is mooier dan het leven
alleen al moeten blijven hier
is daarvan het bewijs – in elke spier
met ieder beeld dat is gebleven

in elke vezel van mijn lijf
in elke cel van mijn bestaan
voel ik een drang om heen te gaan
hoezeer ik weet ook dat ik blijf

een licht van schimmen lokt mij aan 
– waarvan er één de jouwe is –
een hemelvaart zo hels verheven
dat ik er niet in mee kan gaan

wat mij nog rest is duisternis
de dood is mooier dan het leven.

  
© bert deben
Antwerpen, woensdag 19 januari 2011,
geschreven na het zien van de film ‘Hereafter’ bij muziek van Djivan Gasparian.
 
 
Nominatie CITER-poëzieprijs van ‘Het Park vertelt’ te Oosterbeek
.
Opdracht voor deze wedstrijd was een gedicht in te sturen bij één of meerdere kunstwerken van 7 geselecteerde kunstenaars uit Renkum. De werken kon men per internet bekijken op: 'Het Park Vertelt'
 
Mijn gedicht ‘De dood is mooier dan het leven’, bij bovenstaand schilderij
‘Transformatie’ (100x120 cm) van Myriam Hazelzet, behoorde tot de door de jury genomineerde gedichten.

De wedstrijd was een onderdeel van het festival ‘Het Park vertelt’ (zondag 3 juni 2012) in park Hartenstein te Oosterbeek, waar men kon genieten van o.a. optredens van Spinvis, een hele leuke voordracht van Joke van Leeuwen en het ontroerend mooie theaterstuk ‘Een buik van wol’ van Theatergroep Fien. 
.
 .
Aan het einde van het festival werd bekend gemaakt wie de CITER-poëzieprijs in ontvangst mocht nemen - dit werd Meindert Boersma, met zijn gedicht 'Berkenrag' bij het kunstwerk 'Airborne' van Yolande Aits.  De foto's van de kunstwerken, alle genomineerde gedichten en een selectie uit de inzendingen, werden gepubliceerd in een verzorgde brochure.

 

zaterdag 2 juni 2012

Ode aan 'De tuinman en de dood' (P.N. van Eyck)

.
Tekening Hendrick Goltzius 1558 - 1617




Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!  

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."


P.N. van Eyck (1887 – 1954)


‘De tuinman en de Dood’ is waarschijnlijk één van de meeste gekende gedichten uit de Nederlandse literatuur.  Over de herkomst en de originaliteit er van is er ook al het nodige geschreven en opgezocht.  De auteur Herman Franke (1948) heeft de speurtocht naar de bron van het gedicht beschreven in zijn boek "De tuinman en de dood van Diana", in 1999 uitgegeven bij Podium.

Pieter Nicolaas van Eyck (1 oktober 1887, Breukelen - 10 april 1954, Wassenaar - Nederlands dichter en criticus), zou plagiaat hebben gepleegd door het te vertalen van een Franstalige versie van Jean Cocteau, zonder diens naam te vermelden.  Hieronder de originele versie uit de roman ‘Le Grand Ecart’, van Cocteau, die 3 jaar voor het uitbrengen van het gedicht verscheen:


Un jeune jardinier persan dit à son prince: “J’ai rencontré la Mort ce matin. Elle m’a fait un geste de menace. Sauve-moi! Je voudrais être par miracle, à Ispahan ce soir.”

Le bon prince prête ses chevaux. L’après-midi, ce prince rencontre la Mort. “Pourquoi lui demande-t-il avez-vous fait ce matin, à notre jardinier, un geste de menace?”

“Je n’ai pas fait un geste de menace,” répond-elle, “mais un geste de surprise. Car je le voyais loin d’Ispahan ce matin et je dois le prendre à Ispahan ce soir.”

Jean Cocteau


Of men echt van plagiaat kan spreken is nog de vraag, want ook Cocteau heeft het verhaal ‘geleend’.  Varianten van dit verhaal komen voor in heel wat middeleeuwse parabels geschreven door islamitische soefi’s.  De meest bekende versie uit die periode is die van de schrijver Roemi (1207-1273). Deze versie, te vinden in het Korancommentaar Masnavi-i Ma'navi, vertelt hoe Sulayman (koning Salomo) in zijn paleis (in Jeruzalem) een dienaar ontvangt die zegt de doodsdemon Azraël te hebben ontmoet en vraagt te mogen vluchten naar India, waarna Sulayman van Azraël verneemt dat hij diens dienaar in India moest halen.

De oudste versie van het verhaal is de Babylonische Talmoed, waarin koning Salomo een gesprek heeft met de Engel des Doods, die twee van Salomo's klerken zegt te komen halen. Salomo, die in de Joodse traditie al eerder een reputatie had verworven als magiër, beveelt daarop enkele geesten om het tweetal in veiligheid te brengen in het land Luz. De volgende dag komt de Dood Salomo lachend tegemoet, omdat de koning zijn dienaren heeft gezonden naar de plaats waar de Engel des Doods ze moest afhalen. 

Een moderne variant is dan weer te vinden in het stripverhaal Persepolis van Marjane Satrapi.  Maar ook in de Nederlandse literatuur vind men verschillende varianten (parodieën) op het gedicht, waarvan ik persoonlijk die van Kees Stip de sterkste vind:
 

‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
Doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.

Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
De vrees voor de verdoemenis ontvlezen
En zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.

Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
Mensen en kinderen zo ondervoed
Dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’


Kees Stip


Ook op mij had het gedicht destijds een grote invloed – het was zowat het eerste gedicht dat mij meteen helemaal aansprak en mij zeker ook mee aanzette om zelf te gaan dichten.  In 1994 schreef ik er een ‘antwoordgedicht’ op, waarmee ik dan ook graag afsluit:


De Meester Sprak !
                               (zeer  vrij naar P.N. Van Eyck)


Ik wou een afspraak met de Dood
maar die is richting Ispahaan
een tuinman achterna gegaan
die, voor wat ik zo wilde vlood

hoezeer ik ook mijn leven bood
er was geen overtuigen aan
hij plaatste mij zelfs achteraan
de bleke had aan mij geen nood

ik vroeg hem waarom ik dan niet
en hij, die niet wil, dan weer wel
verdwijnen mag uit deze hel

terwijl hij zijn bureau verliet
riep hij: “Hier discuteert men niet
IK bepaal de regels van het spel!”


© bert deben
Antwerpen, donderdag 24 maart 1994.


Ook nog een wijs gedicht van Patty Scholten over hoe de dood en hoe die met niets rekening houdt, op een dag staat hij er gewoon en slaap je in:

De dood 

Die lompe gast zal jou niet overslaan.
Nooit belt hij op en vraagt: ‘Kom ik gelegen?’
Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen
je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan.
 
Beloftes worden niet door hem gedaan
en hij zal nooit die knekelvoeten vegen.
Hij wil niet schaken. Er wordt stuurs gezwegen
tot hij je vraagt om met hem mee te gaan.
 
Dat was het dan. Je bent opeens zo moe.
Hij zegt: ‘Je wist toch dat ik ooit zou komen.
Die lamp, die vaas, die doen er niet meer toe.
 
Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn.’

 
 
Patty Scholten

(Den Haag, 25 januari 1946 – Ede, 15 maart 2019)

uit: Slapen zonder weerga (2002)
uitgever: Atlas


.

zondag 27 mei 2012

Een puntje waar ik stil verdwijn ...

.
.



Ik droom weer dat ik vliegen kan
eerst heel voorzichtig delicaat
een beetje drijvend zonder plan
terwijl ik alles achter laat

de stress, de zorgen, het verzuren
het veel te veel en veel te luid
ik durf me eindelijk bij te sturen
en drijf een eigen richting uit

geen last meer van de zwaartekracht 
ik hang wat tussen wolken waar
ik rust op straaltjes zonneschijn 
en voel hoe alles nu verzacht 

behaaglijk zweef ik verder naar
een puntje waar ik stil verdwijn.


© bert deben
Vlessart – Léglise, woensdag 9 juni 2010


Gedicht themadag van Barbara Jansma geplaatst bij haar tekening 'De Vliegenier'
een illustratie uit "Beppe Maaike's ondraaglijke vertellingen".
Vorige samenwerkingen met Barbara Jansma:
.

vrijdag 25 mei 2012

Jotie T’ Hooft - En wat dan ?

.
.




















.
EN WAT DAN ?
.
Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan ? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend. 

Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwd laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan ?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen ? Te doen ?
‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.’  Zo bleek zal
ik zijn. 

In u …

en wat dan … ?


Jotie T’ Hooft (1956 - 1977)
uit : ‘In mij is onstuitbaar de doodsbloem ontloken’ 
de beste gedichten van Jotie T’Hooft, Manteau – Antwerpen
.

dinsdag 22 mei 2012

Hotel Eden - Herman de Coninck

..

Hotel Eden


En 's nachts gingen we naakt zwemmen, we zwommen
onze namen op het water, ik zwom An in twee
grote letters, jij zwom uitgebreid aan de naam
Herman, en met de gouden maan eroverheen
leek het wel of we onze namen definitief
genoteerd hadden op een van de gewijde bladzijden
van het Boek.

Nadien kuste ik de waterdruppels
van je gezicht, voorzichtig één voor één
zoals een pointillist toetsjes aanbrengt
op zijn doek 'naakte vrouw bij maanlicht',
en in geen enkele vergelijking pasten je
borsten zo mooi als in mijn handen.

En in bed, ik kwam al van ver aan-
gerend declamerend 'Hier Ruk Ik Aan
Met Een Erectie Als Een Pompiersladder
Om Jouw Brand Te Blussen' en we lachten
en wat maakten we een leven

dat we negen maanden later
Tomas zouden noemen.




Herman de Coninck (1944 - 1997)
uit: De gedichten, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1998
Website: http://www.hermandeconinck.be


woensdag 16 mei 2012

Tam ben ik en uitgeteld

.
.
Antwerpen, MAS, maandag 09 mei 2012
zittend in de inkomhal van ‘Leven en Dood’ bij gezangen van sjamanen
.

zaterdag 12 mei 2012

De stemmen zwijgen in mijn hoofd

..


De stemmen zwijgen in mijn hoofd
ze zijn er nog, maar ze zijn stil
omdat de dokter zegt dat ik het wil
heeft hij ze allemaal verdoofd

in ’t labyrint van mijn gedachten
is het nog nooit zo stil geweest
ik spreek hen aan, verken bedeesd
of ze nu slapen of slechts wachten

van elke zin en klank beroofd
alsof ze hun bestaan vergaten
door enkel maar die ene pil
zoals de dokter had beloofd

hier zit ik dan, compleet verlaten
het leven in mijn hoofd staat stil. 

 
© bert deben
Antwerpen, o8 mei 2012
.
Afbeelding: 'Empty Head #9 (Visionairy)' van Lynne-Rachel Altman