zaterdag 1 mei 1999

De Poëzie gaat louter zacht te keer


 

Het dichten is mijn enige verweer
een vluchten uit een sfeer die mij verwart
al heeft het leven mij nog zo gehard
de poëzie gaat louter zacht te keer

in woorden die ik koesterend begeer
en met genoegen meedraag in mijn hart
hoe zwaar ik werd vernederd of getart
ik schrijf het steeds tot milder waarheid neer

de grootste schade moet ik herbeleven
daar sta ik dan als dichter midden in
een oorlogsveld dat ik opnieuw ontgin
tot dat ik het tot schoonheid heb omschreven

ik dood het leed en breng het weer tot leven,
vereeuwigd krijgt het eindelijk een zin.


© bert deben
Antwerpen, zaterdag 1 mei 1999
foto: poëzieworkshop Châteaux des Beaux Arts, Rendeux, 5 juni 1999


  

vrijdag 23 april 1999

Smartlap voor Dame Blanche

.
.
Smartlap voor Dame Blanche

Al lang verlopen, maar nog steeds op de dis
gedraagt ze zich vergeefs als ‘femme fatale’
iedere knipoog of glimlach een val
Blanche is een dame, die geen dame meer is

na de derde cocktail loopt het meestal mis
op al wie voorbij gaat spuwt ze haar gal
wie haar negeert is een klier of een kwal
wie haar aankijkt krijgt hel en verdoemenis

alle nachten achter hetzelfde glas
een toekomst die haar ooit wat weelde bood
maar sinds het voorval drinkt ze zich dood

ze verloor het cachet van haar alias
toen de man haar om haar diensten ontbood
de man, van wie zij ooit de vader was.


© bert deben

Antwerpen, 23 april 1999.

.

woensdag 14 april 1999



Welk gebaar had jij voor oog 
zonder woorden, kleurenblind 
zwart dat zich met wit verbindt 
werken aan een regenboog 

zonder storm of wervelwind 
zonder ruzie of betoog 
is het tranendal dan droog 
dat zich tussen ons bevindt 

is die droogte geen woestijn 
vol cynisme en verdriet 
en de afstand veel te wijd 

zelfs al mocht die kleiner zijn 
heerst er constant waakzaamheid 
terwijl niets ons toekomst biedt. 


© bert deben 
Antwerpen, 14 april 1999, voor Nicky.

.

dinsdag 23 februari 1999

De Kikker en de Koning, een sprookje over onbeantwoorde liefde en een kus



De Kikker en de Koning 
   
Er zat, met hele grote kaken
een kikker gans de tijd te kwaken:
“Zoen mij, zoen mij, wees niet bang !”
zo kwaakte hij zijn klaaggezang
al dagen- en al nachtenlang
zonder ophouden of staken .
 
En bleef men kijken naar de kikker
dan maakte hij zichzelf nog dikker
en riep naar al wie naar hem wees
“Zoen mij, zoen mij, heb geen vrees !”
maar hoe hij kwaakte ook of gilde
er was niemand die hem zoenen wilde …
 
Men haalde er zelfs de koning bij
de kikker pompte fier en blij
zijn kaken als pompoenen dik :
“Zoen mij, zoen mij, heb geen schrik !”
 
De koning luisterde een ogenblik
maar lachte schuddend toen hij zei :
“Jij lijkt mij wel de volle maan,
ik zoen jou niet, geen denken aan !”
de koning met gevolg ging heen
de kikker bleef nu gans alleen …
 
Hij kon geen mens of dier bekoren
hij mocht de mens zelfs niet meer storen
dus bouwde men na lange duur
rond hem, een hele dikke muur
nog hoger dan een kerktoren
maar zonder vensters, zonder deur
hieruit ontsnapte zacht gezeur :  
“Zoen mij, zoen mij, heb geen angst,
ikzelf ben ’t eenzaamst nog en ’t bangst …”
 
In de hoop, dat men hem toch zou horen
blies hij zich op als nooit tevoren
zijn kaken als een luchtballon
en groter nog, zelfs als de zon
en toen klonk over berg en dal :

“ZOEN MIJ, ZOEN MIJ !”  

en dan :

“KNAL !”  

waarna de mensen heel geschrokken
met z’n allen naar de toren trokken.
 
Er werd gehuild, er werd gerouwd
de toren die men had gebouwd
werd steen per steen weer neergehaald
de koning, die hem had betaald
brak mee de boel af tot de grond
’t was trouwens hij ook die hem vond :
de kikker, liggend tussen ’t puin
zijn hoofdje slap, een beetje schuin.
 
De koning zoende hem terstond !
toen opende de kikker weer zijn mond
en riep met dikke kaken fel :

“Zeg poetste jij jouw tanden wel !?!”
 
   
© bert deben
Turnhout, 23 februari 1999, voor Dana.
 
.

zaterdag 30 januari 1999

Ik zie je graag


 
ik zie je graag –
ik zie je graag –
ik zie je graag

ik zou de woorden duizend maal herhalen
tot ze balen en banaal zijn en vervagen
en we beiden niet meer vragen naar elkaar
een paar dat altijd samen is tot later
tot de kater van te veel ‘ik zie je graag’
sinds lang weer vaag is en verdwenen
verschenen als de kleuren door te veel aan zon
en hoe ik overwon en net als jij
tot rook en stof en as verging
 
en geen van al wie achterblijft begrijpt
dat al dat steeds ‘ik zie je graag’
werd aangerijpt
tot samen zwevend hand in hand
en als jouw lach tot licht vervaagt
herhaal ik weer die woorden traag:
 
ik zie je graag,
ik zie je graag

ik zie je graag.
 

© bert deben
Antwerpen, 30 januari 1999, voor Frank B.

 
  2de prijs tijdens het Groot Letterfestival te Eindhoven, zondag 10 april 2016. 
  http://bertdeben.blogspot.com/2016/04/levenslange-liefde-en-daar-voorbij-2de.html


donderdag 21 januari 1999

Soms



Bladerend door een oud dagboek (20 jan. 2025) herontdekt. Er onderaan schreef ik:
Als je de laatste strofe weglaat zou het een mooi grafschrift kunnen zijn ...

Een wat aangepaste versie: 

Soms

Soms ben ik somber omdat ik ben
soms ben ik dan weer half tevreden
soms ben ik heel gelukkig zelfs
omwille van eenzelfde reden

soms ben ik slechts mezelf
soms ben ik enkel verleden
soms ben ik dwars en tegendraads
soms doe ik wat anderen deden

soms voel ik mij een metropool
soms slechts een dorp tussen steden
soms leef ik dubbel en snel
soms voel ik me reeds overleden

en soms dan beangstigt het mij
als ik mijn toekomst zie in het heden.


© bert deben
Turnhout, 21 januari 1999. 


donderdag 24 december 1998

The Turkey Blues




The Turkey Blues

Een kerstkalkoen te Strombeek-Bever
kreeg plots problemen met zijn lever
omdat die tijdens een diner
gesneden werd, en wel in twee.

‘Niet leuk’ – sprak hij, verkrampt van pijn
‘Ik ben ontdaan, van kop en veren
en moest gepluimd zelfs marineren
in kruiden en goedkope wijn,
ik werd gevild, bestrooid met zout
men stak met vorken in mijn bout
en met iets vreemds dat in mij zit
werd ik tot stoven toe verhit !’

‘Men had nochtans aan mij beloofd
nog net voordat ik werd onthoofd
dat ik op ’t feest van licht en schijn
de eregast zou mogen zijn,
maar als men mij nu nog één keer
met vork en mes bewerkt als nu
en overgiet met hete jus,
dan hoeft dat feest voor mij niet meer !’


© bert deben
Turnhout, 08 december 1998.

 

.

zondag 20 december 1998