zondag 17 juni 2001

De man voor wie het proper is

.

.
Ik heb geduld 

Ik heb geduld, ik ben een wachter 
twee wasjes lang: één wit, één bont 
hygiëne staat hier voor gezond 
en alles geurt naar wasverzachter 

ik zeemde keurig ook de ruiten 
de vloer is proper, alles net 
van op het opgemaakte bed 
staar ik vol afwachting naar buiten 

waar is hij nu, die ik zo mis 
de man voor wie het proper is 
ik scheerde mij, ik ging in bad 
ik vijlde ook mijn nagels bij 

waar zit je dan, vertel het mij 
ik heb het stilaan wel gehad! 


© bert deben 
Antwerpen, zondagavond 17 juni 2001 

.

zondag 10 juni 2001

Zoekertje



Zoekertje  
 
Jonge knappe gay boy, slank (62 j., 1.68 m., 95 kg)
onbehaard en blond, zoekt voor vriendschap dito man
(niet ouder dan 35 j.) indien brildrager of niet ernstig 
gelieve zich te onthouden, ook kleurlingen welkom.  
 
Toen drie maand later nog niemand
gereageerd had op de annonce
verweet hij het homomilieu een
totale leegheid en vooral
een enkel maar uit zijn op seks.  
 

© bert deben
Roosendaal, zondag 10 juni 2001, overstap trein Amsterdam - Antwerpen 


 

Ik hou jou in gedachten

 
. 
Jonge besjes
. 
Het regent als ik afscheid neem
ik hou jou in gedachten
twee marktjes en twee dagen samen
de Amsterdamse grachten
 
en waar jij woont en openbaar
als jonge besjes hand in hand
in rubber ook en in elkaar
en zelfs in Broek in Waterland
 
ik zag jou soms en soms ook niet
we praatten, aten, lachten
de zon scheen toen ik afscheid nam
 
ik hou jou in gedachten.
 
 
© bert deben
Amsterdam, zondag 10 juni 2001 – voor Jille.
 
 
 

maandag 4 juni 2001

 

De helft van de tijd

De helft van de tijd lig ik op sterven
ik snijd mijn leed aan tot gedichten
ik scherp ze aan tot ze ontwrichten
en mutileer mij met de scherven

ik toon mijn huid vol diepe kerven
ziehier mijn lijf, het fel bekoorde
ziedaar mijn ziel, een flink gestoorde
en laat dat beeld een plaats verwerven

ik toon jou tekens van gemis
maar etaleer het met een lach
en zeg: kom nader en tast toe

je tast met vingers vol ontzag
en proeft mijn vlees, maar niet echt hoe
het vlees al lang bedorven is.


© bert deben 
Antwerpen, maandag 4 juni 2001 – 2de pinksterdag, voor Jille.  

 .

donderdag 24 mei 2001

Nog steeds jouw geur

 

Ik ben nog steeds geheel jouw geur 
ontkleurd tot smaak van zaad 
ik draag mijn driften als gewaad 
waarin ik zacht mezelf verscheur 

tot bloedens toe, tot open wonden 
verkondig ik, dat ik van liefde ben 
terwijl ik niet mezelf herken 
maar zij die ooit te wachten stonden 

hopend op dat ene woord 
ik zie mezelf ook tussen hen 
verbitterd door teveel geloof 

geen enkel doel, maar wel gescoord 
alweer een lijf dat ik verken 
ik spuug mijn zaad tot ik verdoof. 


© bert deben

Antwerpen, donderdag 24 mei 2001,  
voor Stefaan II


dinsdag 15 mei 2001

Vreemdsoortig doodgewoon

.
Ik ben vreemdsoortig doodgewoon 
overdag ben ik loketbediende 
soms wat naïef, soms helder ziende 
en meestal tastend naar de toon 

ik heb slechts een gemiddeld loon 
waarvan ik iets meer dan een tiende 
aan een kind geef dat beter verdiende 
dan mij als vader – ik woon 

in een huisje in de rij in de stad 
waar niemand niemand kent 
of niemand iemand van dichtbij 

en soms dan trek ik ’s nachts op pad 
en wordt een vreemde man door mij verwend 
en soms, verwent een vreemde man ook mij. 


© bert deben 

Antwerpen, dinsdag 15 mei 2001, 20 jaar na mijn huwelijksdag. 
.

dinsdag 1 mei 2001


Nijntje op Reis

Nijntje trok op avontuur
Gepakt met lijf en lieve lach
Op weg naar grootstad Amsterdam
Het was daar Koninginnedag

Nijntje had een afspraak daar
Met Dr. Psy, zo tussendoor
Gaf Dr. Psy aan Nijntje lief
Zijn warmte en een luisterend oor

En Nijntje hij vertelde maar
Van vrouw tot man tot allemaal
Van elk wat moois en elk de pijn
Bij elke naam een nieuw verhaal

De Dr. keek, de Dr. zag
In eerste plaats ook Nijntjes lach
En hoe hij toch nog lachen kon
De Dr. zag en overwon

Hij toonde Nijntje Amsterdam
Zijn vrienden en zijn tederheid
En Nijntje vond dit alles mooi
En wilde weer zijn hartje kwijt

Maar Nijntjes hartje was verdeeld
Aan vriendjes en door ’t vrije leven
Hij vond de Dr. lief en zacht
Maar kon hem slechts een stukje geven 
.
De Dr. wijs en vol begrip
En denkend aan het woord ‘misschien’
Drong niet zichzelf aan Nijntje op
Maar zei hem graag terug te zien

En Nijntje knikte knuffelend
En voelde zich geliefd en blij
Maar wist dat ’t leven verder ging
Met weer een nieuwer naampje bij

En Nijntje nam de trein terug
Naar verder gaan in ’t vrije leven
(hij wilde wel zijn hartje kwijt maar
kon niet meer dan scherfjes geven)

Oh gaat het dan zo slecht met Nijn
Dat hij niet meer van één kan zijn
Maar met zijn glimlach opgezet
Bemint in steeds een ander bed ?

Nijntje stelt zich zelf in vraag
En zucht en zegt : “Ik weet het niet
Ik wil alleen de liefde maar
Maar daarbij nooit meer het verdriet!”

En Nijntje concentreerde zich
En zag voor hem nu weer ’t gezicht
Van Dr. Psy, nog warm in zijn herinnering
En Nijntje schreef een nieuw gedicht.


© bert deben
alias ‘Nijntje’, treinrit Amsterdam – Antwerpen
1 mei 2001, voor Jille (alias Dr. Psy