Posts tonen met het label Hofvijver Poëzieprijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hofvijver Poëzieprijs. Alle posts tonen

donderdag 29 oktober 2015

Onder het duin




I. 

Onder het duin
hoor ik de schuivende getijden
hoor ik het krijsen van de meeuwen
en niets is dood en alles leeft  

onder het duin proef ik het schuim
en hoe benard vanwaar ik lig
hoor ik hoe alles stil wordt en verdwijnt  

II. 

Ik hoor de stappen boven mij
hoe schep per schep
de aarde droog de kist op valt
en hoe geluiden van de zee  

hoe alles dof en duister wordt
terwijl ik traag verstik in zand
ik hoor hoe alles stil wordt en verdwijnt.  

III.  

Hier op het duin hoor ik het spelen
hoor ik het schrille van het kind
van wie ik was, wie ik zou zijn
hoor ik mijn hart en hoe het bonst  

de mond, de ogen dicht getapet
en alles vastgesnoerd en in mijn hoofd
hoor ik hoe alles stil wordt en verdwijnt  

IV.  

Ik voel hoe honger mij verteert
en alles schrijnt, ik voel de pijn
en denk aan wie en aan waarom
de geur in mij die vloeibaar wordt  

ik voel het schuren van het hout
als ik beweeg ruik ik mijn bloed
tot alles stil wordt en verdwijnt. 
 

© bert deben
Finnmark, Noorwegen, onderweg, 13 juni 2015,
cyclus geschreven voor de Hofvijver Poëzieprijs met als thema 'Onder het duin'
De openingsstrofe van mijn cyclus werd opgenomen als mooie dichtregel in het juryrapport 
bij hun observatie van een trend naar 'mystieke poëzie' onder de inzendingen.


zaterdag 26 oktober 2013

achter mijn rug


achter mijn rug

 
I.

achter mijn rug
werden grenzen verlegd
zodat ik niet meer wist
waar ik ging, wie ik was
waar ik woonde  

ik klopte aan
bij een deur die ik kende van vroeger
en zag door een kier een vrouw 
die vroeg wie ik was  

verbaasd keek ik naar mijn handen
mijn armen, mijn lijf en zag
dat ik niet meer dezelfde was.  

II.  

dat ik niet meer dezelfde was
vertelde ik haar
ze keek niet op, ze noteerde
ze schreef dat ik zocht naar mezelf  

dat ik over een grens was gegaan
en de wereld zag met andere ogen  

ik zocht naar een teken van god
in een land dat niet het mijne was
ik noemde dit land mijn thuis.  

III. 

ik noemde dit land mijn thuis
en trachtte rechtop te staan
ik tastte als een blinde
op zoek naar een uitweg  

ik wilde naar vroeger
ik wilde terug over de grens
ik wilde naar wie ik nooit echt was geweest  

ze beschouwde, bleef stil en noteerde
dat ik nog steeds op zoek was  

IV. 

ik was op zoek naar mezelf
zou ze onderaan het rapport noteren
en ik kreeg een vrijgeleide 
 
aan de andere kant
werd een sleutel gegeven
van een deur in een stad in een land
waar niemand mij kende  

een norse man toonde op een plan
waar ik zijn moest  

voortaan woonde ik op een kruisje  
dat met een potlood
op een plan werd gekrast. 
 

© bert deben
Vogelwaarde, zondag 22 juli 2012
cyclus geschreven voor de Hofvijver Poëzieprijs.


dinsdag 13 september 2011

Een eiland in mijn hoofd – een sonnettencyclus

 
.
Een eiland in mijn hoofd

I.

Ik woon weer op een eiland in mijn hoofd.
Het is er grijs, ik woon er helemaal verlaten
en lig er dof maar aangenaam verdoofd.
Ik hoor er alsmaar vreemde stemmen praten

ze lispelen, ze roepen soms, ze spreken
tot een bittere verbeelding, ze tergen
maar ze troosten ook meteen, ze verbleken
bij wat ik hier aan angsten moet verbergen

ze volgen mij – een schaduw op de weg
sluipt donkergrijs voorbij – ik zie ze nooit
ik weet alleen dat ze er zijn, ze luisteren
naar alles wat ik luidop denkend zeg.

Ik hoor hen onheilspellend fluisteren:
een eilandje van ijs dat straks ontdooit!


II.

Ik woon hier op een eilandje van ijs
dat langzaam aan ontdooit, alleen maar
donker water rondom mij. Het grijs
wordt alsmaar grijzer, met elke baar

zie ik het eiland langzaam slinken
ik heb geen boot, ook niets dat drijven kan.
Ik weet dat ik hier zal verdrinken
dat voelt vertrouwd. Ik adem, ik verman

ik zit met rechte rug en ik verlang
de voeten badend in het water
ik voel het smelten en verzinken.
Het is mijn grote warme samenhang

ik zie hoe hij het tracht te linken.
Hij voelt vertrouwd, de psychiater.


III.

Het voelt vertrouwd, ik adem, ik verman
zijn handen hier verkennen mij al jaren
hij zoekt – terwijl ik al mijn spieren span –
in mij, hoe diep hij gaan kan in ontwaren.

Hij weet hoe hij mij keren moet en draaien
ik weet hoe ik verbijten moet, ik hoor
zijn stem. Hij hijgt en kreunt tijdens het naaien
en stelt ook altijd vragen tussendoor

of ik me goed, zo niet, reeds beter voel
of ik in mij zijn vlees ontwaar en heel
bezorgd of ik er ook zo van geniet.
Hij kijkt nooit echt naar mij van op zijn stoel.

Hij zegt dat hij mij zijn vertrouwen biedt
en dat ik hier met hem een eiland deel.


IV.

Wij delen mijn eiland, een vol uur lang
dan laat hij mij alleen, ik deel hem met
de andere patiënten. In de gang
hoor ik zijn stappen nog van op mijn bed.

Ik weet dat hij daar net hetzelfde zegt
of doet, toch af en toe, het is een eer
die echt niet iedereen verdient. Hij legt
de zaken heel mooi uit en ik probeer

daarin wat mee te gaan, maar niet te veel.
Het is wat zoeken naar een evenwicht
te lief, maar ook te slecht, betekent blijven.
Ik kijk ook niet naar hem als ik mij deel

ik hoop dat als hij hijgend op mij ligt
hij straks het formulier zal onderschrijven.


V.

De deur valt in een zwaarder slot … Ik zei
hem dat ik alles klaarder zie en dat ze zwijgen
in dat hoofd van mij. Toch geloofde hij
het niet. Ik geef het toe, ik mocht niet dreigen

ik had hem niet uit woede mogen slaan.
Ik had … (zo denk ik in de duisternis
ik had …). Het had zo anders kunnen gaan …
ik had … (omdat er hier alleen maar denken is).

Ik denk nu zo al dagen lang en praat
ook luidkeels met mezelf. Ik hoor toch weer
de stemmen, schreeuw het uit en word verdoofd
… ik voel de spieren weer verzachten. Ik laat

de laatste afkeer los … Ik voel geen angst meer,
 ik woon weer op een eiland in mijn hoofd.


© bert deben
Antwerpen, dinsdag 31 mei 2011.


Met de sonnettencyclus 'Een Eiland in mijn Hoofd' werd ik genomineerd voor de Hofvijver Poëzieprijs, een nieuwe Haagse literaire prijs, die voor het eerst werd uitgereikt op zaterdag 10 september 2011 in het Haags Historisch Museum aan de Hofvijver (foto)


De 1ste prijs ging naar de Amsterdamse dichter Maurice Levano voor zijn naamloze cyclus van 6 gedichten die men, samen met de andere genomineerde gedichten, kan lezen op Genomineerden Hofvijverpoezieprijs Het volledige juryrapport kan men vinden op onderstaande link :
uit het juryrapport over mijn cyclus:

Bert Deben: Een eiland in mijn hoofd

In een goed afgeronde cyclus met een verhaalstructuur die de lezer meeneemt met de ik-figuur schetst Deben een innerlijke strijd.

Een strakke vorm van telkens drie vierregelige strofen en een tweeregelige strofe moet de ik-figuur helpen zich te handhaven in de therapie, waarin de ik-figuur eerder verder van zichzelf verwijderd raakt dan dat die hem 'geneest'. Zo lang alles ingeperkt is in regels en procedures, is er vertrouwen en hoop op beterschap of iets wat daarop lijkt. Dat dit een illusie is, blijkt uit het laatste gedicht waarin de chaos toeslaat.

Het laatste gedicht komt losser over dan de vier daaraan voorafgaand en dat klopt ook met de inhoud: de "ik" redt het niet meer, raakt, nee, is in verwarring, en belandt ongewild weer in dat eiland in zijn hoofd. Alle therapie, alle vragen hebben niets geholpen.”