Posts tonen met het label Willem Kloos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willem Kloos. Alle posts tonen

maandag 6 mei 2024

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten - Willem Kloos


V.

Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
Over mij-zelf en 't al, naar rijksgeboôn
Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten, -

En als een heir van donker-wilde machten
Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn
Voor 't heffen van mijn hand en heldre kroon:
Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.

En tóch, zoo eind'loos smacht ik soms om rond
Úw overdierbre leên den arm te slaan,
En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed

En trots en kalme glorie te vergaan
Op úwe lippen in een wilden vloed
Van kussen, waar 'k niet langer woorden vond.


Willem Kloos 
(Amsterdam, 6 mei 1859 – Den Haag, 31 maart 1938) 
uit 'Verzen' (1894 - definitieve tekst 1948) 

www.literatuurgeschiedenis.org/willem-kloos  


vrijdag 31 maart 2023

Ik ween om bloemen - Willem Kloos

 

LXI.
 
Ik ween om bloemen in de knop gebroken
En vóór de uchtend van haar bloei vergaan,
Ik ween om liefde die niet is ontloken,
En om mijn harte dat niet werd verstaan.

Gij kwaamt, en 'k wist -- gij zijt weer heengegaan...
Ik heb het nauw gezien, geen woord gesproken:
Ik zat weer roerloos nà die korte waan
In de eeuwge schaduw van mijn smart gedoken:

Zo als een vogel in de stille nacht
Op ééns ontwaakt, omdat de hemel gloeit,
En denkt, 't is dag, en heft het kopje en fluit,

Maar eer 't zijn vaakrige oogjes gans ontsluit,
Is het weer donker, en slechts droevig vloeit
Door 't sluimerend geblaarte een zwakke klacht.  
 

Willem Kloos 
(Amsterdam, 6 mei 1859 – Den Haag, 31 maart 1938) 
uit 'Verzen' (1894 - definitieve tekst 1948) 

www.literatuurgeschiedenis.org/willem-kloos  

.