Illustratie
uit het informatieboekje ‘Denk Vooruit’ van de Nederlandse Rijksoverheid. Met
de Denk vooruit-campagne informeert de overheid burgers over hoe ze zich voor
kunnen bereiden op 72 uur zonder stroom, water of internet tijdens
noodsituaties. Info: Home | Denk vooruit
De ruwe versie van het gedicht schreef ik in de bus (X41 Antwerpen-Turnhout), voor Ruud (die toch wel regelmatig wakker ligt van het nieuws) en werkte ik verder uit voor
de Willem Wilmink
Dichtwedstrijd 2026, met daarin de
verplicht te gebruiken regel: ‘te vroeg om op te staan, te laat om nog te
slapen’, die voor dit jaar werd bedacht door de Nederlandse cabaretier Herman Finkers.
Het allerbeste is nog altijd rustig blijven hij slaat haar met zijn hand tegen haar hoofd hij had nochtans onlangs aan haar beloofd dat hij niet meer zo erg zou overdrijven
maar soms is het te sterk en wordt hij kwaad alsof hij van zijn zinnen werd beroofd soms slaat hij tot ze suf is en verdoofd hij weet ook niet altijd hoe hard hij slaat
maar steeds weet hij het toch weer goed te maken zijn sores kan hij niet zo goed omschrijven maar ze beseft dat hij problemen heeft het zijn, zo zegt ze dan, niet echt haar zaken
ze zwijgt, ze zwakt het af en ze vergeeft het allerbeste is nog altijd rustig blijven.
Geschreven voor de Willem Wilmink Dichtwedstrijd 2022 – “het allerbeste is nog altijd rustig blijven” is de zin, die Dorine Wiersma bedacht voor de wedstrijd en die in z’n volledige vorm moest voorkomen in het gedicht.
Voor
de 22e keer organiseert Bibliotheek Almelo, samen met De Twentsche Courant
Tubantia de jaarlijkse Willem Wilmink dichtwedstrijd naar aanleiding van een
gegeven regel door een gastdichter. Dichter Peter Knipmeijer heeft dit keer de
nieuwe zin bedacht. Hij werd door de gastdichter van vorig jaar, Anne Broeksma,
uitgenodigd om de regel voor 2018 te bedenken. Hij
kwam met de volgende regel: daar kunnen ze me 's nachts voor wakker maken
Over
de historie van de dichtwedstrijd:
In de
zomer van 1996 constateerde dichter Willem Wilmink, te gast in een
radioprogramma vanuit de Bibliotheek, dat poëzie in vroeger eeuwen een veel
socialer karakter had dan nu. Hij
verwees er naar de 15e-eeuwse dichter / prins Charles d’Orleans die
gasten op zijn kasteel pas toeliet nadat zij een gedicht hadden gemaakt op de
vaste regel: “Ik sterf van dorst met de fontein voor ogen”. Het leek Wilmink
een aardig idee om zoiets weer in ere te herstellen.
De bibliotheek nam de
uitdaging aan en vroeg Willem om een passende regel te bedenken die in de
ingezonden gedichten moest voor komen. Via publicatie in met name De Twentsche
Courant Tubantia resulteerde dat in 320 inzendingen. Wilmink vroeg vervolgens
Jean Pierre Rawie om hem op te volgen. Dit leidde er toe dat achtereenvolgens
Driek van Wissen, Drs.P., Patty Scholten, Jan Boerstoel, Ivo de Wijs, Kees
Torn, Frank van Pamelen, Jan J. Pieterse, Katinka Polderman, Maarten van
Roozendaal, Theo Nijland, Daniël Samkalden, Gerard Haverkort, Sjoerd Kuyper,
Ted van Lieshout, Tjitske Jansen, Ingmar Heytze, Ellen Deckwitz en Anne
Broeksma elkaar als gastdichter opvolgden.
Over Peter Knipmeijer:
Peter Knipmeijer (Amersfoort, 1970) studeerde rechten in Utrecht en brak zijn studie
afom te gaan werken in de zorg. In 2006
begon hij met het schrijven van gedichten waar op in 2010 zijn eerste bundel
Tweelingsterren verscheen. In zijn laatste bundel Opgelapt Schilderwerk neemt
hij de lezer via ollekebollekes mee door de kunstgeschiedenis.
Over de spelregels: De
dichtwedstrijd staat open voor iedereen die op de gegeven regel een gedicht wil
schrijven, met als enige dwingende voorwaarde dat de regel van Peter Knipmijer er
letterlijk en ongewijzigd in voor moet komen, in het begin, aan het eind of
ergens middenin. Bovendien mag de zin niet enkel als titel worden toegepast
maar moet onderdeel zijn van het gedicht. De te kiezen dichtvorm is vrij:
vormvast, (als bij een sonnet, ballade, rondeel enz.) of een zelfgekozen
rijmend metrum. Maar ook vrije niet rijmende gedichten zijn welkom. Maximaal
één gedicht per inzender. De gedichten worden beoordeeld door een jury van 5
personen, en worden anoniem beoordeeld. Inzenden kan tot en met zondag 4 maart2018 naar Bibliotheek Almelo,
Postbus 189, 7600 AD Almelo of naar redactie@bibliotheekalmelo.nl Over de prijsuitreiking:
Op zondag 18 maart vanaf 15.00 uur vindt
de prijsuitreiking plaats in café de Meridiaanvan Bibliotheek Almelo, Het Baken 3 in Almelo. De tien hoogst
gewaardeerde gedichten zullen worden bekroond met een oorkonde en een
juryrapport en een aantal prijzen die mede door De Twentsche Courant Tubantia
worden toegekend. Deze tien gedichten zullen door de makers zelf worden
voorgelezen. De hoofdprijswinnaar krijgt bovendien een beeld van voornoemde
krant. Alle vorige gastdichters zullen ook nu weer worden uitgenodigd. De kernjury zal dit jaar versterkt worden door o.a. gastdichter Peter Knipmeijer alsook de winnaar van vorig jaar, Bert Deben, die won met het gedicht 'In haar naam'.
Januari
2017 voor de Willem Wilmink dichtwedstrijd 2017
waarin
de zin ‘een stem zegt dat ik plaats mag nemen’ moest voorkomen.
Zondag 19 maart 2017 mocht ik de 1ste prijs in ontvangst nemen voor mijn gedicht 'In haar naam' voor de Willem Wilmink dichtwedstrijd van de Bibliotheek in Almelo.
De voorstelling startte met een fraai gevuld programma met voordrachten van Anne Broeksma, Wobke Wilmink, Jean Pierre Rawie, Patty Scholten, Jan Boerstal, Ivo de Wys, Jan J. Pieterse en Gerard Haverkort en een luchtig optreden van de a capella groep Sansan. Na de pauze volgde de juryverklaring en de bekendmaking + voordracht van de 10 prijswinnaars met telkens een juryrapport rond hun gedicht. De 2de prijs ging naar Nelleke Lamme-den Boer, de 3de prijs naar Leo van der Laan.
De Bibliotheek Almelo organiseerde, samen met De Twentsche Courant Tubantia, reeds voor de 21e keer de Willem Wilmink dichtwedstrijd. De opdracht van de dichtwedstrijd is telkens om een gedicht te schrijven waarin een op voorhand opgegeven dichtregel moet voorkomen – deze wordt elk jaar bedacht door een andere gastdichter. Dit jaar was dit Anne Broeksma en zij bedacht de zin: ‘een stem zegt dat ik plaats mag nemen’ – de zin moest letterlijk en ongewijzigd in het gedicht voorkomen.
uit het juryrapport: 'Het gedicht is een fijnzinnige observatie van een actueel onderwerp, dementie. De dichter beschrijft een ethisch dilemma. Het innerlijk conflict waarin hij verkeert, is op overtuigende wijze vormgegeven en is met name in de slotregels mooi en helder verwoord. Het strakke rijmschema wordt verzacht door enjambementen, zinsdelen die syntactisch bij elkaar horen, zijn door een oversprong van elkaar gescheiden. Het eindrijm is consequent doorgevoerd, zonder storende dwang. Dit geeft het gedicht zowel spanning als iets vloeiends en stromends. De verplichte dichtregel is er als vanzelfsprekend ingebed.'