Posts tonen met het label Nico Scheepmaker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nico Scheepmaker. Alle posts tonen

maandag 7 maart 2016

Het lijden dat men vreest

.


Het lijden dat men vreest  

Misschien is dit wel mijn verdriet
te denken dat geluk niet mag
of toch niet lang en op een dag
als alles er te mooi uit ziet  

stort het in, als een kaartenhuis
zo ging het vroeger en zo gaat
als alles schijnbaar stevig staat
het straks ook met mijn nieuwe thuis  

dat heet in de psychologie
een zelf vervullende voorspelling
een mens lijdt het meest door het lijden
dat hij vreest, zelfs in de poëzie  

angst is onze grootste kwelling
de vraag is: hoe het te vermijden? 
 

© bert deben
Hengstdijk, zaterdag 7 maart 2015.
 
 

Waar komt het versje 'Een mens lijdt dikwijls het meest door/van het lijden dat hij vreest' vandaan?
Het is helaas niet bekend wie de dichter is van deze wijze uitspraak.
De columnist Nico Scheepmaker (1930-1990) is ooit naar de auteur op zoek gegaan; zijn zoektocht staat in het boek Het bolletje van IBM (1987). Er zijn trouwens vele variaties op deze regels. Veel mensen kennen het gedichtje als volgt:

    Een mens lijdt dikwijls 't meest
    Door 't lijden dat hij vreest
    Doch dat nooit op komt dagen.
    Zo heeft hij meer te dragen
    Dan God te dragen geeft.

Soms aangevuld met:

    Het leed dat is, drukt niet zo zwaar
    Als vrees voor allerlei gevaar.
    Doch komt het eens in huis,
    Dan helpt God altijd weer
    En geeft Hij kracht naar kruis.

In de loop der jaren hebben vele mensen zich afgevraagd wie deze regels heeft gedicht. De meest genoemde namen zijn: D.R. Camphuysen, P.A. de Genestet, Jac. Revius, Nicolaas Beets, Guido Gezelle, Isaac da Costa, Christiaan Huygens en E. Laurillard. In het Letterkundig woordenboek van Noord en Zuid (1952) van K. ter Laan wordt het zonder meer toegeschreven aan Revius (1586-1658).
 
Een mens lijdt dikwijls het meest ...


Schrijfthema maart 2025 voor schrijversgezelschap Apropos