maandag 30 juli 2012

Moeder kijkt van buiten binnen

.


Moeder kijkt naar buiten
naar de vogels in de tuin
ze zoeken zaadjes, stukjes fruit en
pikken van de restjes kruim
 
de kleintjes wassen uit de kluiten
gele bekjes, tinten bruin
de laatste dons, volledig pluim
straks mogen zij de nesten sluiten
 
moeder merel met een worm
zorgt nog even voor de groei
voor de nestvlucht moet beginnen
het nageslacht bijna in vorm
 
de tuin staat wonderlijk in bloei
moeder kijkt van buiten binnen.
 
 
© bert deben
Antwerpen, maandag 31 juli 2006,
voor Albertha Aletta ‘Berthie’ de Boer - Terpstra, † 23 juli 2006.



donderdag 26 juli 2012

je bent een krent voordat je ’t weet ...

.                                                                         
                                                                                                                                            
Een Sultandruif te Zeeland, Veere
lag in haar eigen sap te marineren
in een sauna weliswaar

ontspannend is dat – sprak ie – maar
te duur betaald en iets te heet
je bent een krent voordat je ’t weet!
 
 
© bert deben
Antwerpen, woensdag 31 januari 2007



maandag 23 juli 2012

Ik ben een nimf

.


Ik ben een nimf


Ik ben een nimf
maar enkel maar van acht tot acht
U stelt zich nu wellicht de vraag
bedoelt zij nu bij dag of nacht?
 
bereken maar uw antwoord zelf
ik ben een nimf, maar nu dus niet
ik ben op dit moment een elf
 
zoals U heel waarschijnlijk ziet
ben ik niet echt een mooie elf
maar als een nimf
ben ik de allermooiste vrouw  
die wie dan ook verleiden kan
 
iets wat mij veel heeft opgebracht
maar enkel dus van acht tot acht …

 
© bert deben
Dworp, zaterdag 23 juli 2011, 1:14 uur - voor Ann Oniem


zaterdag 21 juli 2012

Vroeger was ik Belg

.



Vroeger was ik Belg
tegenwoordig weet ik het niet meer
men zegt mij dat het land niet meer bestaat
men zegt zelfs dat het nooit bestond
nu ben ik dus stateloos
 
men zegt dat ik een Vlaming ben
maar Vlaanderen woont zelf niet hier 
de helft ligt al een eeuwigheid in Frankrijk
men spreekt daar Frans
een stukje ligt in Nederland
 
en Antwerpen, mijn wereldstad
ligt in een Brabant van weleer
maar doet dat nu al lang niet meer
het ligt vandaag, zoals men weet
in Antwerpen, de wereld 
 
wij spreken hier een eigen taal
met onderschriften voor wie zegt 
een lid te zijn van ’t zelfde land
en in de straten waar ik loop
hoor ik de wereld in het klein
 
de taal zegt men, dat is de grens
maar ik dicht op het World Wide Web
vanuit een land van bier en friet
de wereld tot een grondgebied
ter grootte van een monitor.
 

© bert deben
Antwerpen, donderdag 14 juni 2012

geschreven tijdens de ‘Belgische’ editie van het Felix Poetry Festival


zondag 15 juli 2012

In memoriam Rutger Kopland

.
                                                      foto: Dutch Broadcasting Company

.
De god in mijn hersenen


Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij
dat ik die nacht in het verleden had geleefd
en zonder de geringste verbazing weer
geloofd had dat God bestond

ik wilde hem eindelijk wel eens spreken
het is een bijzonder aardige man zei iemand
je kunt hem gerust eens bellen

ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem
zodat ik mij een lieve gevleugelde vrouw voorstelde
zoals je wel ziet op felicitatiekaarten

wilt u god, werd er gezegd, toets dan één
wilt u god niet, toets dan niet
ik toetste één

en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog
één wachtende voor u en die ene bent u

ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over
moest nadenken tot ik ontwaakte en God weer
was verdwenen, ergens in mijn hersenen
 

Rutger Kopland (Goor, 4 aug. 1934 – Glimmen, 11 juli 2012)
Uit: Geluk is gevaarlijk, april 2005


Rutger Kopland (pseudoniem voor Rutger Hendrik van den Hoofdakker) was een van de populairste dichters van het Nederlandse taalgebied, alsook psychiater, essayist en emeritus hoogleraar biologische psychiatrie.  Zijn werk werd in verschillende talen vertaald. Hij kreeg in 1988 o.a. de PC Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre, 10 jaar later ontving hij ook de VSB poëzieprijs.   

Maar Kopland was vooral een bescheiden dichter, die zichzelf soms afvroeg of zijn werk niet verkeerd begrepen werd door zijn vele lezers en of zijn succes niet op een misverstand berustte.   Toen hij in 2000 verkozen werd tot ‘Dichter des Vaderlands’ weigerde hij deze titel en liet hij de eer over aan Gerrit Komrij.  In 2005 weigerde hij ook een belangrijke koninklijke onderscheiding voor zijn werk, met als motivatie dat zulk een onderscheiding eerder toekomt aan mensen die belangrijk sociaal werk verrichten. 

Na een ernstig auto-ongeluk in december 2005 trok Kopland zich grotendeels terug uit de openbaarheid. Interviews en andere publieke optredens deed hij sinds dan nog bij hoge uitzondering.  Woensdag 11 juli 2012 overleed Rutger Kopland op 77jarige leeftijd in zijn woonplaats te Glimmen.

Het gedicht ‘De God in mijn hersenen’ behoort tot mijn persoonlijke keuze van sterkste gedichten uit de Nederlandse literatuur, maar het meest bekend van zijn hand is zeker het gedicht ‘Jonge sla’.  Maar meer tekenend voor zijn werk en zijn bescheidenheid is echter dit korte, schijnbaar eenvoudige, liefdesgedicht:


Ga nu maar liggen liefste ...

Ga nu maar liggen liefste in de tuin,
de lege plekken in het hoge gras, ik heb
altijd gewild dat ik dat was, een lege
plek voor iemand, om te blijven.
 

Rutger Kopland
uit: Een lege plek om te blijven


Een meer uitgebreide biografie en bibliografie kan men vinden op:
http://nederlandsepoezie.org/dichters/k/kopland.html
Meer gedichten van hem kan men o.a. vinden op:
http://www.poezie-leestafel.info/rutger-kopland


donderdag 12 juli 2012

Fietsen in de stad

.
.
Fietsen in de stad
.
Alles klinkt
alsof de dood het achterna zit
auto’s razen door de straten
mensen praten niet
ze roepen
in mobieltjes door elkaar
 
blik steekt blik voorbij
trekt van 40 naar 80
waar slechts 50 mag
tegenligger vindt nog net op tijd
de rempedaal
 
bus schat dat er plaats genoeg is
voor tegenligger en mijn fiets
en zoeft mij rakelings voorbij
ik schrik en ruk mijn stuur naar rechts
en raak de stoeprand
 
ik val
net niet
wat evenwicht
en licht suïcidaal zijn
 komt hier grandioos van pas. 


© bert deben
Antwerpen, woensdag 18 april 2012





zondag 8 juli 2012

Opa is een wegpiraat

.


Mijn opa is een wegpiraat
zijn slagschip is een vier maal vier
geen mens is veilig, ook geen dier
als opa optrekt in de straat

en maken mensen zich dan kwaad
dan interesseert hem dat geen zier
want opa rijdt voor zijn plezier
en heeft een goede advocaat

een beetje blind aan beide ogen
als mensen zeuren ook nog doof
maar opa heeft een groot geloof
dat hij verspreidt van huis tot huis

want komt hij door een straat gevlogen,
dan slaat men overal een kruis.


© bert deben
Antwerpen, zondag 14 januari 2007.



gepubliceerd in ‘Koken met Eigen Woorden’ – Bloemlezing Poemtata 2012
1ste prijs Lightverse Gedichtenwedstrijd Hillegom 6 november 2016
gepubliceerd in gelegenheidsbundel 'Daar lach je dan' (Artbooks)


dinsdag 3 juli 2012

Geluk op één vierkante meter !

                                                         

                                   
Strandsonnetje


Als dobbers drijven hoofden boven
het water is een mensenzee
ik voel me eenzaam hier en wee
maar tracht in ’t leven te geloven

mensen braden, bakken, stoven
en liggen bloot met hun privé
de één heeft niets, de ander twee
maar alles zweet als in een oven

ik zie slechts vrolijke gezichten
al wordt het hier dan steeds maar heter
de mensen vragen echt niet beter 

het strand kan wonderen verrichten
geluk op één vierkante meter
én inspiratie om te dichten!


© bert deben
Benidorm strand, 30 juli 1992. 


maandag 2 juli 2012

Maurits Mok - Wat over is

.













Wat over is


Wat over is na bijna vijftig jaar
in verzen ademhalen, woord voor woord
uit steen gehakt en aangejaagd tot vuur:
grond van vulkanisch stof dat niet
raakt uitgegloeid, woelen blijft; een atmosfeer
vol onherkenbaarheden, koortsverschijnselen
van een in mensen uitdijend heelal;
velden met geuren van een offerfeest
door afgestorvenen gecelebreerd; wolkbanken,
speeltuig van kinderfantasie;
paarden die menselijk rusten, de wind
rilt door hun huid en blijft in bomen staan;
avonden die steeds meer wetenschap
moeten verliezen; ogen die met hoe langer
hoe dierbaarder doden gaan slapen, toegevoegd worden
aan het onsterfelijk zaaigoed van de nacht.


Maurits Mok (Haarlem, 17 nov. 1907 - Bergen, 07 feb. 1989)
Uit: ‘Met Job geleefd’, 1972.


Maurits Mok (geboren Mozes Mok), was schrijver en vertaler, maar vooral als dichter liet hij een indrukwekkend aantal bundels van zijn hand na.  Ondergedoken, tijdens de jodenvervolging door de nazi’s, publiceerde hij reeds een aantal werken onder pseudoniemen. Later zouden de traumatische gevolgen van WOII een grote invloed blijven hebben in zijn gedichten.   
In 1959 ontving Mok de Prijs van de Stichting Kunstenaarsverzet. In 1962 ontving Mok de Henriëtte Roland Holst Prijs voor zijn hele oeuvre.

Een uitgebreidere biografie rond Maurits Mok (met een indrukwekkende lijst van gedichtenbundels van zijn hand) kan men vinden op:
Nederlandse Poëzie Encyclopedie: Mok Maurits