Posts tonen met het label doodsverlangen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label doodsverlangen. Alle posts tonen

donderdag 19 februari 2026

Al lang niet meer

.

.
Feb. 2026 gepubliceerd in de themabundel "IK-JIJ-WIJ" van uitgeverij Poetico.
Ruwe versie geschreven te Vogelwaarde, maandag 25 november 2013.
Afgewerkt voor Poetico schrijfwedstrijd met thema ‘tussen scherm en stilte’

maandag 4 juni 2012

De dood is mooier dan het leven

.

 
De dood is mooier dan het leven
alleen al moeten blijven hier
is daarvan het bewijs – in elke spier
met ieder beeld dat is gebleven

in elke vezel van mijn lijf
in elke cel van mijn bestaan
voel ik een drang om heen te gaan
hoezeer ik weet ook dat ik blijf

een licht van schimmen lokt mij aan 
– waarvan er één de jouwe is –
een hemelvaart zo hels verheven
dat ik er niet in mee kan gaan

wat mij nog rest is duisternis
de dood is mooier dan het leven.

  
© bert deben
Antwerpen, woensdag 19 januari 2011,
geschreven na het zien van de film ‘Hereafter’ bij muziek van Djivan Gasparian.
 
 
Nominatie CITER-poëzieprijs van ‘Het Park vertelt’ te Oosterbeek
.
Opdracht voor deze wedstrijd was een gedicht in te sturen bij één of meerdere kunstwerken van 7 geselecteerde kunstenaars uit Renkum. De werken kon men per internet bekijken op: 'Het Park Vertelt'
 
Mijn gedicht ‘De dood is mooier dan het leven’, bij bovenstaand schilderij
‘Transformatie’ (100x120 cm) van Myriam Hazelzet, behoorde tot de door de jury genomineerde gedichten.

De wedstrijd was een onderdeel van het festival ‘Het Park vertelt’ (zondag 3 juni 2012) in park Hartenstein te Oosterbeek, waar men kon genieten van o.a. optredens van Spinvis, een hele leuke voordracht van Joke van Leeuwen en het ontroerend mooie theaterstuk ‘Een buik van wol’ van Theatergroep Fien. 
.
 .
Aan het einde van het festival werd bekend gemaakt wie de CITER-poëzieprijs in ontvangst mocht nemen - dit werd Meindert Boersma, met zijn gedicht 'Berkenrag' bij het kunstwerk 'Airborne' van Yolande Aits.  De foto's van de kunstwerken, alle genomineerde gedichten en een selectie uit de inzendingen, werden gepubliceerd in een verzorgde brochure.

 

zaterdag 2 juni 2012

Ode aan 'De tuinman en de dood' (P.N. van Eyck)

.
Tekening Hendrick Goltzius 1558 - 1617




Een Perzisch Edelman:

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!  

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" –

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.

"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"

Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."


P.N. van Eyck (1887 – 1954)


‘De tuinman en de Dood’ is waarschijnlijk één van de meeste gekende gedichten uit de Nederlandse literatuur.  Over de herkomst en de originaliteit er van is er ook al het nodige geschreven en opgezocht.  De auteur Herman Franke (1948) heeft de speurtocht naar de bron van het gedicht beschreven in zijn boek "De tuinman en de dood van Diana", in 1999 uitgegeven bij Podium.

Pieter Nicolaas van Eyck (1 oktober 1887, Breukelen - 10 april 1954, Wassenaar - Nederlands dichter en criticus), zou plagiaat hebben gepleegd door het te vertalen van een Franstalige versie van Jean Cocteau, zonder diens naam te vermelden.  Hieronder de originele versie uit de roman ‘Le Grand Ecart’, van Cocteau, die 3 jaar voor het uitbrengen van het gedicht verscheen:


Un jeune jardinier persan dit à son prince: “J’ai rencontré la Mort ce matin. Elle m’a fait un geste de menace. Sauve-moi! Je voudrais être par miracle, à Ispahan ce soir.”

Le bon prince prête ses chevaux. L’après-midi, ce prince rencontre la Mort. “Pourquoi lui demande-t-il avez-vous fait ce matin, à notre jardinier, un geste de menace?”

“Je n’ai pas fait un geste de menace,” répond-elle, “mais un geste de surprise. Car je le voyais loin d’Ispahan ce matin et je dois le prendre à Ispahan ce soir.”

Jean Cocteau


Of men echt van plagiaat kan spreken is nog de vraag, want ook Cocteau heeft het verhaal ‘geleend’.  Varianten van dit verhaal komen voor in heel wat middeleeuwse parabels geschreven door islamitische soefi’s.  De meest bekende versie uit die periode is die van de schrijver Roemi (1207-1273). Deze versie, te vinden in het Korancommentaar Masnavi-i Ma'navi, vertelt hoe Sulayman (koning Salomo) in zijn paleis (in Jeruzalem) een dienaar ontvangt die zegt de doodsdemon Azraël te hebben ontmoet en vraagt te mogen vluchten naar India, waarna Sulayman van Azraël verneemt dat hij diens dienaar in India moest halen.

De oudste versie van het verhaal is de Babylonische Talmoed, waarin koning Salomo een gesprek heeft met de Engel des Doods, die twee van Salomo's klerken zegt te komen halen. Salomo, die in de Joodse traditie al eerder een reputatie had verworven als magiër, beveelt daarop enkele geesten om het tweetal in veiligheid te brengen in het land Luz. De volgende dag komt de Dood Salomo lachend tegemoet, omdat de koning zijn dienaren heeft gezonden naar de plaats waar de Engel des Doods ze moest afhalen. 

Een moderne variant is dan weer te vinden in het stripverhaal Persepolis van Marjane Satrapi.  Maar ook in de Nederlandse literatuur vind men verschillende varianten (parodieën) op het gedicht, waarvan ik persoonlijk die van Kees Stip de sterkste vind:
 

‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
Doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.

Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
De vrees voor de verdoemenis ontvlezen
En zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.

Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
Mensen en kinderen zo ondervoed
Dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’


Kees Stip


Ook op mij had het gedicht destijds een grote invloed – het was zowat het eerste gedicht dat mij meteen helemaal aansprak en mij zeker ook mee aanzette om zelf te gaan dichten.  In 1994 schreef ik er een ‘antwoordgedicht’ op, waarmee ik dan ook graag afsluit:


De Meester Sprak !
                               (zeer  vrij naar P.N. Van Eyck)


Ik wou een afspraak met de Dood
maar die is richting Ispahaan
een tuinman achterna gegaan
die, voor wat ik zo wilde vlood

hoezeer ik ook mijn leven bood
er was geen overtuigen aan
hij plaatste mij zelfs achteraan
de bleke had aan mij geen nood

ik vroeg hem waarom ik dan niet
en hij, die niet wil, dan weer wel
verdwijnen mag uit deze hel

terwijl hij zijn bureau verliet
riep hij: “Hier discuteert men niet
IK bepaal de regels van het spel!”


© bert deben
Antwerpen, donderdag 24 maart 1994.


Ook nog een wijs gedicht van Patty Scholten over hoe de dood en hoe die met niets rekening houdt, op een dag staat hij er gewoon en slaap je in:

De dood 

Die lompe gast zal jou niet overslaan.
Nooit belt hij op en vraagt: ‘Kom ik gelegen?’
Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen
je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan.
 
Beloftes worden niet door hem gedaan
en hij zal nooit die knekelvoeten vegen.
Hij wil niet schaken. Er wordt stuurs gezwegen
tot hij je vraagt om met hem mee te gaan.
 
Dat was het dan. Je bent opeens zo moe.
Hij zegt: ‘Je wist toch dat ik ooit zou komen.
Die lamp, die vaas, die doen er niet meer toe.
 
Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn.’

 
 
Patty Scholten

(Den Haag, 25 januari 1946 – Ede, 15 maart 2019)

uit: Slapen zonder weerga (2002)
uitgever: Atlas


.

donderdag 7 januari 2010

Ik heb een ziel die zich verveelt in mij



 
Ik heb een ziel die zich verveelt in mij
en alsmaar hoopt om te ontsnappen
naar buiten toe staat zij te grappen
maar diep van binnen wil ze vrij

ik ben voor haar alleen maar muren
met zicht op wat ze zo graag wil
de hemel, zegt ze soms heel stil
daar wil ze mij naartoe besturen

maar ik zit hier zozeer op aarde
zo zwaar van moed dat het haar spijt
dat zij het leven ooit bekoorde
ze ziet in mij geen grote waarde 
 
soms kan ze mij een beetje kwijt
in veertien regels met wat woorden.

 
© bert deben
Antwerpen, donderdag 7 januari 2010.  

.

zondag 12 oktober 2003

Vloed

 

Vloed


Oh verleiding van het koude water 
de laatste adem uit mijn mond 
het raken van de ondergrond 
het vredig daarna verder zweven 

hoe meer ik sterf hoe desolater 
ik daarna verder ga met leven. 


© bert deben 
Antwerpen, zondag 12 oktober 2003, zittend aan de Schelde. 



maandag 23 augustus 1999

 

 
Dood zo dartel doodt mijn dood 
mijn duizend malen uitgemolken 
donkere zwarte dode wolken 
opgehoopt en uitvergroot 

mijn dood mijn trouwe bondgenoot 
vol duisternis en draaiend kolken 
woedend dichtend haat vertolken 
stoot mij uit mijn moeders schoot 

moederschoot van helse doornhaag 
bloedend veld van overgeven 
vlees door prikkeldraad omgeven 
wurg mij teder wurg mij traag 

moeder gaf mij ooit het leven, graag 
had ik het haar teruggegeven. 


© bert deben 
Antwerpen, 23 augustus 1999. 

 

 

vrijdag 23 april 1999

Smartlap voor Dame Blanche

.
.
Smartlap voor Dame Blanche

Al lang verlopen, maar nog steeds op de dis
gedraagt ze zich vergeefs als ‘femme fatale’
iedere knipoog of glimlach een val
Blanche is een dame, die geen dame meer is

na de derde cocktail loopt het meestal mis
op al wie voorbij gaat spuwt ze haar gal
wie haar negeert is een klier of een kwal
wie haar aankijkt krijgt hel en verdoemenis

alle nachten achter hetzelfde glas
een toekomst die haar ooit wat weelde bood
maar sinds het voorval drinkt ze zich dood

ze verloor het cachet van haar alias
toen de man haar om haar diensten ontbood
de man, van wie zij ooit de vader was.


© bert deben

Antwerpen, 23 april 1999.

.

zondag 30 augustus 1998

Een huis gevuld met kilte


Je hoorde ook geen woorden meer 
verschenen als wij beiden waren 
behangpapier dat vele jaren 
stralen zon opving en op een keer 

de laatste tint verloor, niet meer 
dan slechts een muur om naar te staren 
geen woorden maar ook geen gebaren 
geen kleuren die ik zo begeer 

en elke dag was als de dag 
voordien een langgerekte stilte 
geen vrolijkheid en ook geen lach 

een huis gevuld met enkel kilte 
dat mij geen ander uitzicht bood 
dan op een dorsten naar de dood. 


© bert deben 
Antwerpen, 30 augustus 1998, aan Herman. 

 .

zaterdag 18 juli 1998

De dood springt mee het water in

.

De dood springt mee het water in 
en luistert naar mij als ik zwem 
mijn diepste leed vertel ik hem 
en ook hoezeer ik hem bemin 

‘elk einde is een nieuw begin’ 
verzekert hij met koele stem 
omarmt mij teder in een klem 
en neemt mij mee de diepte in 

ik zie voor mij mijn levensloop 
en al de pijn en het gemis 
en hoe ik alles liet begaan 
terwijl de doodsdrang binnen sloop 

verzinkend in de duisternis 
zie ik opeens mijn kind ook staan. 


© bert deben 
Port Des Torrent, Ibiza, bij het zwembad, 18 juli 1998. 
foto: onderwater museum in Cancun, Mexico 
 
Twee laatste strofen volledig nieuw 30 december 2007. 

Originele eindstrofes: 

ik zie voor mij mijn levenslot
de schoonheid ook, ik zie zelfs God
en hoe wat dood lijkt toch nog leeft 

terwijl de Dood nog aan mij kleeft
en ijzig raakt tot op het bot
voel ik hoe alles liefde geeft. 

 

maandag 3 juni 1996

Hugo, een sonnettencyclus


I.

Gewoonweg Hugo heette hij
hij was perfect in het beminnen
en ik zodanig buiten zinnen
dat rede snel verdween voor mij

’t verblinde ons hier allebei
en telkens mocht ik meer ontginnen
liefkozend lokte hij mij binnen
een hoogtepunt kwam naderbij

zijn omgeploegde ondergrond
behoorde enkel mij nog toe
hij keek naar hoe ik in hem ging

geen remming meer, met open mond
werd ik in hem verzadiging
en even niet meer levensmoe.

II.

Heel even niet meer levensmoe
mocht ik met hem de liefde delen
en gaandeweg de wil bespelen
zo gaven wij aan vrijheid toe

we braken beiden een taboe
door niets aan lusten te verhelen
het risico kon ons niet schelen
in dit verheven rendez-vous

hij was nog jong, maar heel ervaren
hij wist hoe alles samen hing
de vrije liefde en de nacht

er was geen sprake van bezwaren
ik vulde hem met mij en zacht
werd ik in hem verzadiging.

III.

Werd ik in hem verzadiging
of ben ik enkel klaargekomen
het maanlicht, struikgewas, de bomen
ik deed niet meer dan weer mijn ding

hoe mooi is zo’n herinnering
die vaak en vaag is voorgekomen
hoe vluchtig heb ik hem genomen
terwijl ik toch zijn lof bezing

hoeveel is mij zo’n jongen waard
ik kende noch zijn achtergrond
zijn liefdes- noch zijn levensloop

ik heb hem even aangestaard
hoe hij daar stond, vervuld van hoop
geen remming meer, met open mond.

IV.

Geen remming meer, met open mond
en toen die lach op zijn gezicht
zijn ogen strak naar mij gericht
de blik die toen te lezen stond

misschien is het wel ongegrond
maar nu lijkt het totaal ontwricht
een zwarte rand rond dit gedicht
er was iets dat ik niet verstond

waarom wou hij zo graag onveilig
ik wou, maar onder geen beding
mocht ik van hem bescherming aan

voor mij was dat voorheen steeds heilig
maar de drang verdrong de argwaan
ik keek naar hoe ik in hem ging.

V.

Ik keek naar hoe ik in hem ging
en hoe mijn grens hier werd verschoven
ooit hoorde ik mezelf beloven
dat vreemd en veilig samenhing

terwijl ik mijn verstand verdring
mijn eed zo grondig afgekloven
ik poot mezelf in vreemde hoven
ik wist dat ik een fout beging

hoe dom was ik en ondoordacht
en toch, weet ik, ook aangenaam
een duister spelen met het leven

de liefde van niet eens een nacht
ik heb ze met gevoel bedreven
uitzonderlijk vroeg ik zijn naam.

VI.

Uitzonderlijk vroeg ik zijn naam
maar niet waarom wij niet vermeden
of wat hij vond van wat wij deden
het ging vanzelf, hij was bekwaam

met boven ons de volle maan
misschien was dat de grote reden
geen toekomst was er, geen verleden
alleen heel even slechts de waan

de dood, ik heb hem steeds vereerd
en onverhoeds stond hij voor mij
verleidelijk in schemering

nog steeds door hem gefascineerd
gedenk ik de herinnering
gewoonweg Hugo heette hij.



© bert deben
Turnhout - Antwerpen, 17 april - 3 juni 1996.
Herwerkt, Vogelwaarde 27 november 2021.


maandag 29 januari 1996

Een masker en een rookgordijn



Ik werd door sommigen benijd 
voor een zoveelste compliment 
maar liefde, aandacht, alles went 
doch niemand ziet hoezeer ik lijd 

ik camoufleer neerslachtigheid 
al lachend en met schrijftalent 
maar als je niet gelukkig bent 
en steeds de zin in ’t leven kwijt 
dan is de schoonheid schone schijn 

wat room op een bedorven taart 
een masker en een rookgordijn 
het mooi zijn is niet zoveel waard 
als dit al jaren gaat gepaard 
met steeds maar dood te willen zijn. 


© bert deben 
Versie april 2021, origineel Antwerpen, 29 januari 1996, voor H.  

 

 .

maandag 5 juni 1995

Weide



Weide 

Zo wil ik sterven 
in een weiland 
vreemde vereenzaamde dichter 
één met het gras 

het wordt kouder 
duisternis begraaft mijn lach 
ik verlang naar ontslapen 
wazig van het onvermogen 
om morgen te zien 

de poort naar de hemel 
reikt mij de leegte aan 
ik verwijt het leven mijn eenzaamheid 
het leven verwijt mij niets 

humus word ik  
na vele jaren onrijp te zijn 
één met de aarde 

eindelijk iets van betekenis. 


© bert deben
Chêne-Al-Pierre, 05 juni 1995. 

 


zondag 19 juni 1994

Een lang subtiel vaarwel

 

Parafrase 


Mijn hele leven lang was afscheid nemen 
in elke brief, in elk gedicht, in elke zin 
kwam wel het woordje ‘dood’ of ‘afscheid’ in 
zo niet direct, dan ergens wel in zwemen 

een lang subtiel vaarwel, mezelf ontnemen 
dat ik leven durf of wil, in chronisch onmin 
met vergankelijk geluk, steeds de tegenzin 
de afkeer om te zijn in het extreme 

verlang van mij geen nieuwe parafrase 
ik ben te uitgeput, te moe, te zeer ontkracht 
hoe kan nog van een mens als ik worden verwacht 
iets duidelijk te maken aan de dwazen 
ze zouden zich alleen maar erg verbazen 
ze zien de dichter enkel als hij lacht.


© bert deben 
Antwerpen, 19 juni 1994. 

 


in een prillere versie gepubliceerd geweest in literair tijdschrift Gist 1995, jg. 18 nr 3 

donderdag 23 april 1992

Farce

 

Farce

 

Er is alweer die drang

het neigen naar

het alsmaar meer verlangen

 

het kan zo heel eenvoudig zijn

het einde van een wereld

je duwt op halt, de aarde stopt

en je verdwijnt

              uit deze grap

 

en dan ontdek je dat de dood

niet meer is dan een overstap.

 

 

© bert deben

Antwerpen, 23 april 1992