donderdag 19 februari 2026
Al lang niet meer
maandag 4 juni 2012
De dood is mooier dan het leven
Antwerpen, woensdag 19 januari 2011,
geschreven na het zien van de film ‘Hereafter’ bij muziek van Djivan Gasparian.
.
zaterdag 2 juni 2012
Ode aan 'De tuinman en de dood' (P.N. van Eyck)
Een Perzisch Edelman:
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" –
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
Doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.
Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
De vrees voor de verdoemenis ontvlezen
En zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.
Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
Mensen en kinderen zo ondervoed
Dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’
Kees Stip
verdwijnen mag uit deze hel
IK bepaal de regels van het spel!”
De dood
Die lompe gast zal jou niet overslaan.
Nooit belt hij op en vraagt: ‘Kom ik gelegen?’
Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen
je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan.
Beloftes worden niet door hem gedaan
en hij zal nooit die knekelvoeten vegen.
Hij wil niet schaken. Er wordt stuurs gezwegen
tot hij je vraagt om met hem mee te gaan.
Dat was het dan. Je bent opeens zo moe.
Hij zegt: ‘Je wist toch dat ik ooit zou komen.
Die lamp, die vaas, die doen er niet meer toe.
Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn.’
Patty Scholten
(Den Haag, 25 januari 1946 –
Ede, 15 maart 2019)
uit: Slapen zonder weerga (2002)
uitgever: Atlas
maandag 5 september 2011
donderdag 7 januari 2010
Ik heb een ziel die zich verveelt in mij
Ik heb een ziel die zich verveelt in mijen alsmaar hoopt om te ontsnappennaar buiten toe staat zij te grappenmaar diep van binnen wil ze vrijik ben voor haar alleen maar murenmet zicht op wat ze zo graag wilde hemel, zegt ze soms heel stildaar wil ze mij naartoe besturenmaar ik zit hier zozeer op aardezo zwaar van moed dat het haar spijtdat zij het leven ooit bekoordeze ziet in mij geen grote waarde
soms kan ze mij een beetje kwijtin veertien regels met wat woorden.© bert debenAntwerpen, donderdag 7 januari 2010.
zondag 12 oktober 2003
Vloed
Vloed
Oh verleiding van het koude waterde laatste adem uit mijn mondhet raken van de ondergrondhet vredig daarna verder zweven
hoe meer ik sterf hoe desolaterik daarna verder ga met leven.
© bert debenAntwerpen, zondag 12 oktober 2003, zittend aan de Schelde.
maandag 23 augustus 1999
Dood zo dartel doodt mijn doodmijn duizend malen uitgemolkendonkere zwarte dode wolkenopgehoopt en uitvergrootmijn dood mijn trouwe bondgenootvol duisternis en draaiend kolkenwoedend dichtend haat vertolkenstoot mij uit mijn moeders schootmoederschoot van helse doornhaagbloedend veld van overgevenvlees door prikkeldraad omgevenwurg mij teder wurg mij traagmoeder gaf mij ooit het leven, graaghad ik het haar teruggegeven.© bert debenAntwerpen, 23 augustus 1999.
vrijdag 23 april 1999
Smartlap voor Dame Blanche
Smartlap voor Dame Blanche
Al lang verlopen, maar nog steeds op de dis
gedraagt ze zich vergeefs als ‘femme fatale’
iedere knipoog of glimlach een val
Blanche is een dame, die geen dame meer is
na de derde cocktail loopt het meestal mis
op al wie voorbij gaat spuwt ze haar gal
wie haar negeert is een klier of een kwal
wie haar aankijkt krijgt hel en verdoemenis
alle nachten achter hetzelfde glas
een toekomst die haar ooit wat weelde bood
maar sinds het voorval drinkt ze zich dood
ze verloor het cachet van haar alias
toen de man haar om haar diensten ontbood
de man, van wie zij ooit de vader was.
© bert deben
Antwerpen, 23 april 1999.
zondag 30 augustus 1998
Een huis gevuld met kilte
Je hoorde ook geen woorden meer
verschenen als wij beiden waren
behangpapier dat vele jaren
stralen zon opving en op een keer
de laatste tint verloor, niet meer
dan slechts een muur om naar te staren
geen woorden maar ook geen gebaren
geen kleuren die ik zo begeer
en elke dag was als de dag
voordien een langgerekte stilte
geen vrolijkheid en ook geen lach
een huis gevuld met enkel kilte
dat mij geen ander uitzicht bood
dan op een dorsten naar de dood.
© bert deben
Antwerpen, 30 augustus 1998, aan Herman.
.
zaterdag 18 juli 1998
De dood springt mee het water in
De dood springt mee het water in
en luistert naar mij als ik zwem
mijn diepste leed vertel ik hem
en ook hoezeer ik hem bemin
‘elk einde is een nieuw begin’
verzekert hij met koele stem
omarmt mij teder in een klem
en neemt mij mee de diepte in
ik zie voor mij mijn levensloop
en al de pijn en het gemis
en hoe ik alles liet begaan
terwijl de doodsdrang binnen sloop
verzinkend in de duisternis
zie ik opeens mijn kind ook staan.
© bert deben
Port Des Torrent, Ibiza, bij het zwembad, 18 juli 1998.
foto: onderwater museum in Cancun, Mexico
Twee laatste strofen volledig nieuw 30 december 2007.
Originele eindstrofes:
ik zie voor mij mijn levenslot
de schoonheid ook, ik zie zelfs God
en hoe wat dood lijkt toch nog leeft
terwijl de Dood nog aan mij kleeft
en ijzig raakt tot op het bot
voel ik hoe alles liefde geeft.
maandag 3 juni 1996
Hugo, een sonnettencyclus
I.
Gewoonweg Hugo heette hij
hij was perfect in het beminnen
en ik zodanig buiten zinnen
dat rede snel verdween voor mij
’t verblinde ons hier allebei
en telkens mocht ik meer ontginnen
liefkozend lokte hij mij binnen
een hoogtepunt kwam naderbij
zijn omgeploegde ondergrond
behoorde enkel mij nog toe
hij keek naar hoe ik in hem ging
geen remming meer, met open mond
werd ik in hem verzadiging
en even niet meer levensmoe.
II.
Heel even niet meer levensmoe
mocht ik met hem de liefde delen
en gaandeweg de wil bespelen
zo gaven wij aan vrijheid toe
we braken beiden een taboe
door niets aan lusten te verhelen
het risico kon ons niet schelen
in dit verheven rendez-vous
hij was nog jong, maar heel ervaren
hij wist hoe alles samen hing
de vrije liefde en de nacht
er was geen sprake van bezwaren
ik vulde hem met mij en zacht
werd ik in hem verzadiging.
III.
Werd ik in hem verzadiging
of ben ik enkel klaargekomen
het maanlicht, struikgewas, de bomen
ik deed niet meer dan weer mijn ding
hoe mooi is zo’n herinnering
die vaak en vaag is voorgekomen
hoe vluchtig heb ik hem genomen
terwijl ik toch zijn lof bezing
hoeveel is mij zo’n jongen waard
ik kende noch zijn achtergrond
zijn liefdes- noch zijn levensloop
ik heb hem even aangestaard
hoe hij daar stond, vervuld van hoop
geen remming meer, met open mond.
IV.
Geen remming meer, met open mond
en toen die lach op zijn gezicht
zijn ogen strak naar mij gericht
de blik die toen te lezen stond
misschien is het wel ongegrond
maar nu lijkt het totaal ontwricht
een zwarte rand rond dit gedicht
er was iets dat ik niet verstond
waarom wou hij zo graag onveilig
ik wou, maar onder geen beding
mocht ik van hem bescherming aan
voor mij was dat voorheen steeds heilig
maar de drang verdrong de argwaan
ik keek naar hoe ik in hem ging.
V.
Ik keek naar hoe ik in hem ging
en hoe mijn grens hier werd verschoven
ooit hoorde ik mezelf beloven
dat vreemd en veilig samenhing
terwijl ik mijn verstand verdring
mijn eed zo grondig afgekloven
ik poot mezelf in vreemde hoven
ik wist dat ik een fout beging
hoe dom was ik en ondoordacht
en toch, weet ik, ook aangenaam
een duister spelen met het leven
de liefde van niet eens een nacht
ik heb ze met gevoel bedreven
uitzonderlijk vroeg ik zijn naam.
VI.
Uitzonderlijk vroeg ik zijn naam
maar niet waarom wij niet vermeden
of wat hij vond van wat wij deden
het ging vanzelf, hij was bekwaam
met boven ons de volle maan
misschien was dat de grote reden
geen toekomst was er, geen verleden
alleen heel even slechts de waan
de dood, ik heb hem steeds vereerd
en onverhoeds stond hij voor mij
verleidelijk in schemering
nog steeds door hem gefascineerd
gedenk ik de herinnering
gewoonweg Hugo heette hij.
© bert deben
Turnhout - Antwerpen, 17 april - 3 juni 1996.
Herwerkt, Vogelwaarde 27 november 2021.
zaterdag 6 april 1996
maandag 29 januari 1996
Een masker en een rookgordijn
Ik werd door sommigen benijdvoor een zoveelste complimentmaar liefde, aandacht, alles wentdoch niemand ziet hoezeer ik lijdik camoufleer neerslachtigheidal lachend en met schrijftalentmaar als je niet gelukkig benten steeds de zin in ’t leven kwijtdan is de schoonheid schone schijnwat room op een bedorven taarteen masker en een rookgordijnhet mooi zijn is niet zoveel waardals dit al jaren gaat gepaardmet steeds maar dood te willen zijn.© bert debenVersie april 2021, origineel Antwerpen, 29 januari 1996, voor H.
.
maandag 5 juni 1995
Weide
WeideZo wil ik stervenin een weilandvreemde vereenzaamde dichteréén met het grashet wordt kouderduisternis begraaft mijn lachik verlang naar ontslapenwazig van het onvermogenom morgen te ziende poort naar de hemelreikt mij de leegte aanik verwijt het leven mijn eenzaamheidhet leven verwijt mij nietshumus word ikna vele jaren onrijp te zijnéén met de aardeeindelijk iets van betekenis.© bert debenChêne-Al-Pierre, 05 juni 1995.
zondag 19 juni 1994
Een lang subtiel vaarwel
Parafrase
Mijn hele leven lang was afscheid nemen
in elke brief, in elk gedicht, in elke zin
kwam wel het woordje ‘dood’ of ‘afscheid’ in
zo niet direct, dan ergens wel in zwemen
een lang subtiel vaarwel, mezelf ontnemen
dat ik leven durf of wil, in chronisch onmin
met vergankelijk geluk, steeds de tegenzin
de afkeer om te zijn in het extreme
verlang van mij geen nieuwe parafrase
ik ben te uitgeput, te moe, te zeer ontkracht
hoe kan nog van een mens als ik worden verwacht
iets duidelijk te maken aan de dwazen
ze zouden zich alleen maar erg verbazen
ze zien de dichter enkel als hij lacht.
© bert deben
Antwerpen, 19 juni 1994.
donderdag 23 april 1992
Farce
Farce
Er
is alweer die drang
het
neigen naar
het
alsmaar meer verlangen
het
kan zo heel eenvoudig zijn
het
einde van een wereld
je
duwt op halt, de aarde stopt
en
je verdwijnt
uit deze grap
en
dan ontdek je dat de dood
niet
meer is dan een overstap.
©
bert deben
Antwerpen,
23 april 1992








