Posts tonen met het label J.C. Bloem. Alle posts tonen
Posts tonen met het label J.C. Bloem. Alle posts tonen

woensdag 10 augustus 2022

Liefde - J.C. Bloem


Liefde 

Kon ik één gaaf der jeugd terugverkrijgen,
Ik vroeg de makkelijke ontroerbaarheid
Van 't hart, dat nog niet heeft geleerd te zwijgen,
Maar vrijelijk bij den breuk der droomen schreit.

Nu ben ook ik gewend, mij te gewennen;
Ik trek mij allengs in mijzelf terug.
En ach, zelfs die mij beter moesten kennen,
Ik schijn hun wellicht liefdeloos en stug.

Toch ben ik vol verholen teederheden,
Gekneusde liefde, die geen uitweg vond,
Oneindig medelijden met wie leden,
Bewogenheid, die 't zware leven schond.

Alleen wanneer ik neder ben gezeten
In avondeenzaamheid en lampgesuis,
En al wat mij benauwde heb vergeten,
Begint er in mijn hart een zacht geruisch.

Dan wellen in mij nooit-verwonnen drangen,
Dan gaat een stroom van liefde van mij uit,
Die alle menschen in zich houdt omvangen,
Nu zij zich eindlijk niet meer voelt gestuit.

Dan heb ik 't hart weer van mijn jeugd gevonden,
En ben ik warm van innerlijken gloed.
Al wat de wereld in zich houdt gebonden
Dat voer ik de beminden tegemoet.

Dan schijnt het mij, bij 't zien van zóóveel derven,
Van zóóveel vleugels tot geen vlucht ontvouwd,
Dat ik alleen maar door voor hen te sterven
Hun toonen kan, hoeveel ik van hen houd.

Een oogwenk - de bekoring is gebroken, 
Ik meng het mijne weer met hun bestaan.
Ik heb hun van mijn liefde niet gesproken,
En dit moet alles langs hen henengaan.


J.C. Bloem 
(Oudshoorn, 10 mei 1887 – Kalenberg, 10 augustus 1966)
uit: 'Het Verlangen' (1921)
P.N. Van Kampen & Zoon, Amsterdam  
 
collage: portret J.C. Bloem door Sierk Schröder 
op bundelomslag 'Het Verlangen' 

woensdag 17 juli 2013

Domweg gelukkig, in de Dapperstraat - J.C. Bloem

.
De Dapperstraat
Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant.
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.

Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.

Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.

Dit heb ik bij mijzelve overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.
 

J.C. Bloem (10 mei 1887 – 10 aug. 1966)
uit de bundel: 'Quiet though sad' (1947)


 
meer gedichten van J.C. Bloem kan U o.a. lezen op:
een biografie op:
.